FS/PA Week 5 Valentine Flashcards

1
Q

Hoe noem je het stress systeem ook wel?

A

HPA - as

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Benoem de verschillende structuren van het stress systeem

A
  • Hypothalamus;
  • Hypofyse (Pitruitary)
  • Bijnierschors (Adrenal gland)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de functie van de hypothalamus?

A
  • Constant houden van homeostase

- Verbindingen met hersenstam + ruggenmerg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is de hypofyse en wat is zijn functie?

A

Klier die hormonen afscheidt.
- Vervult belangrijke rol bij regulering van vele hormonen:
Hormonen regelen weer homeostase.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is de functie van de bijnierschors?

A

Aanmaken van cortisol + regelt suikerhuishouding [zorgt voor gluconeogenese]

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Waar heeft het HPA - as invloed op?

A
  • Limbisch systeem –> amygdala + hippocampus
  • Immuunsysteem
  • Bindweefsel
  • Vegetatieve zenuwstelsel –> sympathisch + parasympathisch
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn de fysieke kenmerken van stress?

A
  • Spiertonus omhoog
  • Toegenomen pijnzin/kan ook afgenomen pijnzin opwekken
  • Spanning gaat omhoog
  • Warmte omhoog
  • Zweet omhoog
  • Hartslag omhoog
  • Geheugen omlaag
  • Immuunsysteem omlaag
  • Kwaliteit bindweefsel gaat omlaag
  • Mechanische belastbaarheid gaat omlaag
  • Vertraagd weefselherstel
    Laatste 3 voornamelijk bij chronische stress (± vanaf 1 week)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de emotionele kenmerken van stress?

A
  • Verandering in gedrag: roken, drinken, therapietrouw
  • Slapen (slecht slapen)
  • Hygiëne gaat omlaag
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn de psychische effecten van stress?

A
  • Angst
  • Depressie
  • Piekeren
  • Burn - out
  • Gevoelens voor ‘‘onwerkelijkheid’’
  • Paniek aanvallen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waaruit bestaat slaap?

A
  • REM - slaap
  • NON - REM - slaap
  • EMR (Early morning rise)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat gebeurt er in de REM - slaap?

A

Hersencellen zijn actief –> verbranden suikers

  • Geheugen
  • Verwerken van prikkels overdag
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoeveel fasen heeft de NON - REM?

A

4 fasen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat houdt fase 1 van NON - REM slaap in?

A

Inslapen, lichtere slaap –> ±5%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat houdt fase 2 van NON - REM slaap in?

A

Lichte slaap, K - complexen & slaapspoelen –> ±50%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat houdt fase 3 & 4 van NON - REM slaap in?

A

Diepe slaap –> ±25%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat gebeurt er in de EMR ?

A

Lichaam maakt cortisol aan

17
Q

Wat maak je tijdens slaap aan, wat belangrijk is voor het herstel?

A

Groeihormonen

18
Q

Wat houdt gluconeogenese in?

A

Breekt eiwitten af, wordt actief door cortisol

19
Q

Wat zijn de negatieve effecten van gluconeogenese op lange periode?

A

Afbraak van eiwitten, dus afbraak van:

  • Spieren
  • Kapsel
  • Ligamenten
  • Pezen
20
Q

Wat zijn de functies van slaap?

A
  • Spieren ontspannen
  • Hartslag + ademhaling gaan omlaag
  • Metabolisme gaat omlaag;
  • Hersenactiviteit wordt trager
  • Groeihormonen productie
  • Weefselherstel
  • Verwerken prikkels van overdag
21
Q

Door welk stofje gaan we slapen?

A

Melatonine

22
Q

Wat kan er gebeuren door slaaptekort?

A
  • Depressie
  • Obesitas
  • Hypertensie
  • Diabetes
  • Aderverkalking
  • Mortality