H9: complicaties bij de wondheling Flashcards

1
Q

onvoldoende nutritionele ondersteuning

A

tragere wondheling en een toegenomen risico op wondinfectie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Medicatie

A

vertraagde wondheling en immunosupressie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

hypovolemie

A

vertraagde proliferatie en effect op inflammatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

anemie

A

vertraagde proliferatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wonddehiscentie

A

hechtdraad verliest treksterkte maar de wond is nog niet genezen, dus blijft open

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

ulcus

A

chronische wonde die oppervlakkig gelocaliseerd is (huid mucosae, cornea).
Kenmerkend: geen tot slechts een smalle rand epithelisatie die los ligt op het granulatieweefsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hypergranulatie weefsel

A

teveel epithelisatie, vooral bij paard
ten gevolge van:
- inflammatie die traag op gang komt –> cytokines blijven fibroblasten recruteren en dus teveel collageen vorming… geen angiogenese
- fibroblasten vormen zich niet om tot myofibroblasten

ledenmaten paard!
- lagere vascularisatie
- beweging
- botsekwesters, blootliggende pezen
- vaak infectie

corticosteroïden (na debrideren en rest) en vulketan gel tegenproliferatie!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wond infectie (infectie hangt af van een aantal risicfactoren)

A
  • mate van contaminatie (regio
  • duur chirurgische ingreep
  • type anesthesie
  • complexiteit ingreep
  • handelingen met het weefsel
  • metabole aandoening
  • geslacht
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

risico op wondinfectie =

A

(mate van contaminatie x virulentie) / afweer van de gastheer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

ernst van de bacteriële infectie

A
  • aantal kiemen
  • virulentie van de kiemen
  • wisselwerking tussen de kiemen
  • duur contaminatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Meest voorkomende kiemen

A

Paard:
streptococcen, staphylococcen, pseudomonas
Varken:
arcanobacterium
Rund:
Arcanobacterium > hemolytishce clostridia, staphylococcen en streptococcen
Hond:
staphyloccocen, coliforme bacteriën
Kat:
Streptococcen, staphylococcen, anaerobe kiemen in bijtwonden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

flegmoon

A

diffuus verspreide bacteriële ontsteking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

abces

A

ophoping van etter afgelijnd door een bindweefselkapsel
(ontwikkelen tot een cyste, of kan uitbreken tot fistel)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly