HC 5 deel 1 Flashcards

1
Q

Systole

A

als het hart de bloed weg pompt. 60% van inhoud

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Diastole

A

als het hart ontspand en zicht vol zuigt met bloed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Systolisch hartvallen

A

hartspieren kunnen niet goed genoeg pompen > minder inhoud weg pompen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Diastolisch hartvallen

A

het hart ontspand niet goed genoeg om vol te worden met bloed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Systolische disfunctie

A

vergrotte ventrikels vult zich met bloed, maar door slapen spieren kan niet goed weg pompen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Diastolische disfunctie

A

stugge ventrikels vullen zich met minder bloed dan normaal, dus kan ook niet goed pompen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Infarct

A

verstopraken van de bloedvaten door deeltje, zoals vet of kalk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Cerebro Vasculair Accident (CVA):

A

is een hersen infarct, waarbij een bloedvaat in de hersenen verstop raakt of schuurt. Waar door of een deel van de hersenen beschadig raken of minder zuurstof krijgen. > beroerte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Tia ( transient ischemic attack )

A

kleine beroerte’: voorbijgaande ischemi van een gedeelte van de hersenen. Duurt enkele minuten tot een etmaal en geeft neurologische uitvalverschijnselen die voorbijgaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Embolus

A
een prop (bloedstolsel, deeltjes van een gezwel, vetdruppel of trombus)
•	De bloedstolsels kunnen door het stromende bloed meegevoerd worden tot ze vastlopen in een kleiner bloedvat en deze afsluiten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Ischemie

A

verminderde bloedomloop

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Atriumfibrilleren

A

(boezemfibrilleren) Bij boezemfibrilleren is de hartslag onregelmatig en meestal te hoog, door een verstoring van de elektrische prikkels.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Arteria ophthalmica

A

aanvoer bloedvaat van de ogen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Amaurosis fugax of vluchtige blindheid

A

: is het verschijnsel dat mensen plotseling en kortdurend met één oog niet meer kunnen zien. Het wordt meestal veroorzaakt door een onderbreking van de bloedtoevoer naar het netvlies

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Kleine bloedsomloop

A

van hart naar longen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Grootte bloedsomloop

A

van hart naar de lichaam

17
Q

Hemiparese of hemiplegie

A

Halfzijdig verlamd
• Aan een zijde van het lichaam kunnen zowel arm- , hand- , beenen gezichtspieren worden beïnvloed
• Het kan ook zijn dat alleen de arm wordt aangetast, of alleen het been of gezicht spieren

18
Q

Grootte boezem en kleine boezem

A

hebben de zelfde hoeveelheid bloedsomloop

19
Q

Pericarditis

A

ontsteking aan pericardium

20
Q

Harttamponade

A

aandoening waarbij de Pericardium wordt gevuld met vocht of bloed, waardoor het hart kan geen bloed inzuigen. > minder pompfunctie > Shock.