Het enterisch zenuwstelsel Flashcards

1
Q

Intrinsieke component EZS

A

Netwerken van ganglia die in de wand gelegen zijn: myenterische plexus en submuceuze plexus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Functie myenterische plexus

A

motoriek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Functie submuceuze plexus

A

absorptie en secretie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Onderverdeling submuceuze plexus

A

bestaat uit een binnenste en een buitenste plexus welke van elkaar gescheiden zijn door grote bloedvaten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Whole mount

A

De gehele structuur onder de microscoop bekijken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Classificatiemethodes enterische neuronen

A
  • Morfologisch
  • Electrofilosofisch
  • Neurochemisch
  • Farmalogsch
  • Retrograde labelling
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Dogiel type I neuron

A

korte dendriet en 1 lang axon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Dogiel type II neuron

A

meerdere, lange uitlopers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Dogiel type III neuron

A

lange dendrieten en 1 axon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Calretinine

A

Ca-bindend eiwit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Myectomie

A

Incisie maken in wand van de darm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Myotomie

A

Spierlaag verwijderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Elektrofilosofische onderverdeling neuronen

A
  • AH neuronen

- S neuronen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

GFAP

A

Merker van intermediaire filamenten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Functies van glia in het EZS

A
  • homeostatische rol
  • rol in informatieverwerking
  • rol in het behouden van de mucosale barrière
  • rol in het behouden van de bloed-plexus barrière
  • rol in de modulatie van interstitiële immuunresponsen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

ICC

A

interstitiële cellen van cajal

17
Q

Functie ICC

A
  • kunnen neurotransmissie mediëren

- rol van pacemaker

18
Q

Neurokinine 1

A
  • receptor die substantie B bindt

- ligt op het oppervlak van de cellen van Cajal

19
Q

Peg-and-socket

A

Speciale interacties tussen de gladde spiercellen en de cellen van Cajal

20
Q

Verdedigingsbarrière EZS

A
  • algemene defensie

- immunologische defensie

21
Q

Secretieproduct van mestcellen

A

histamine

=> heeft ook een invloed op EZS

22
Q

Schistomiasis

A

Parasiet die maag-/darmstelsel infecteert

23
Q

Voorkomen schistosomiasis?

A
Vnl in (sub)tropische regio's
Vaak zijn toeristen er niet tegen bestend en lopen ze de infectie op via kraatjeswater dat in wonden terecht komt
24
Q

Chymase

A

merker voor mucosale mestcellen

25
Q

Tryptase

A

Merker voor mestcellen tussen de spieren

26
Q

Mastositosys

A

Recrutering van mestcellen naar mucosa

27
Q

CGRP

A

Merker voor sensibele sensorische zenuwvezels

bij infectie zullen deze vezels in aantal toenemen

28
Q

Chemotaxis

A

Attractiepool voor bepaalde cellen

29
Q

CGRP is chemotaxis voor?

A

mestcellen

30
Q

Functie compound 48/80

A

zorgt ervoor dat mestcellen gaan degranuleren

31
Q

Functie CGRP ~ mestcellen

A

zorgt voor degranulatie van mestcellen

getest door op dezelfde manier als compound 48/80 in te dienen

32
Q

hebben mestcellen ook effect op CGRP?

A

Ja, mestcellen zorgen voor de activatie van neuronen

= Bidirectionele beïnvloeding

33
Q

heeft compound 28/80 effect op CGRP?

A

Nee, compound 28/80 heeft geen effect op neuronen

34
Q

Conclusie CGRP

A

Is van belang bij inflammatoire aandoeningen => hypersensibiliteit van neuronen