hfd 8 Flashcards

1
Q

Zijn onderstaande stellingen juist of onjuist?
Stelling I: Men is alleen strafbaar voor het misdrijf “brandstichting” als er ook echt gevaar voor andere personen ontstaat.
Stelling II: Bij brand door schuld is men al strafbaar als er slechts een zeer geringe mate van onzorgvuldig handelen aanwezig is.

A

Beide onjuist

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Zijn onderstaande stellingen juist of onjuist?
Stelling I: Vernieling is een misdrijf, straatschenderij is een overtreding.
Stelling II: Zowel bij vernieling als straatschenderij heeft men de opzet iets te vernielen.

A

alleen 1 juist

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Bij het misdrijf “vernieling” kennen we diverse handelingen die men moet doen om strafbaar te zijn.
Deze handelingen zijn ………………………………………………………….
Er kunnen meerdere antwoorden juist zijn!

het wederrechtelijk wegnemen van enig goed.

het beschadigen van enig goed.

het onbruikbaar maken van enig goed.

het wegmaken van enig goed.

het verbergen van enig goed.

het vernielen van enig goed.

A

het beschadigen van enig goed.

het onbruikbaar maken van enig goed.

het wegmaken van enig goed.

het vernielen van enig goed.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Een groep jongelui verveelt zich en besluit op de openbare weg te gaan voetballen met een bierblikje. Tijdens het voetballen komt het blikje tegen een ruit van een kantoor. Als gevolg hiervan breekt de ruit.
Hier is sprake van ……………………………………………………

straatschenderij.
vernieling.
vandalisme.
kinderspel, dus geen strafbaar feit.

A

straatschenderij.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke van de onderstaande elementen moeten aanwezig zijn bij het strafbare feit “verduistering”?
Er kunnen meerdere antwoorden juist zijn!

Er moet enig goed worden weggenomen.
Enig goed moet eigendom zijn van een ander.
Men moet dit goed reeds in zijn bezit hebben.
Men moet dit goed onder zijn beheer hebben.
Men moet zich dit goed wederrechtelijk toeëigenen.

A

Enig goed moet eigendom zijn van een ander.
Men moet dit goed onder zijn beheer hebben.
Men moet zich dit goed wederrechtelijk toeëigenen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

In welke van de onderstaande gevallen is er sprake van het misdrijf “verduistering”?
Er kunnen meerdere antwoorden juist zijn!

Het verkopen van de fiets van de buurman, die in de gemeenschappelijk stalling staat.

Het cadeau geven aan je jarige neef van een door u gevonden portemonnee.

Het verkopen van een auto waarmee u een proefrit maken mag.

Een juwelier onder bedreiging met een mes dwingen u een dure ring te geven.

A

Het verkopen van een auto waarmee u een proefrit maken mag.

Het cadeau geven aan je jarige neef van een door u gevonden portemonnee.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Zijn onderstaande stellingen juist of onjuist?
Stelling I: Men is alleen strafbaar voor het misdrijf “brandstichting” als er ook echt gevaar voor andere personen ontstaat.
Stelling II: Bij brand door schuld is men al strafbaar als er slechts een zeer geringe mate van onzorgvuldig handelen aanwezig is.

Alleen stelling I is juist.
Alleen stelling II is juist.
Beide stellingen zijn juist.
Beide stellingen zijn onjuist.

A

Beide stellingen zijn onjuist.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly