Hoofdstuk 1 || Flashcards

1
Q

surseance van betaling

A

een bedrijf krijgt van de rechter enkele weken om orde op zaken de ste;;;en

stakeholders krijg vaak maar een deel van hun geld terug

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

faillissement

A

als de surseance van betaling niet werkt wordt het bedrijf failliet verklaard . het stopt dan met bestaan

de stakeholders krijgen niet allemaal hun geld terug, ligt eraan welke beurt je hebt al schuldeiser.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

het belang van de vermogensmarkt

A

instellingen komen hier vermogen aantrekken

het word opgesplitst in geldmarkt en kapitaalmarkt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

onderhandsvermogen

deel van de kapitaalmarkt

A

hierbij is er 1 geldnemer en 1 geldgever beide onderhandelen over de voorwaardes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

voordeel en nadeel onderhands vermogen

A

voordeel: het kan afgestemd worden op eigen individuele wensen
nadeel: verschilende opties worden minder makkelijk met elkaar vergeleken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

openbaar vermogen

A

er is 1 geldnemer en meerdere geldgevers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

voordeel en nadeel van openbaar vermogen

A

voordeel: voor elke geldgever zijn de voorwaardes hetzelfde
nadeel: voorwaardes kunnen niet afgestemd worden op individuele behoeftes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

hoe bereken je het algemene rendement

A

opbrengst / inleg x 100

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

hoe bereken je het rendement op een aandeel of obligatie

A

dividend -/+ koerswijzigingen x 100

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

AFM

A

zorgt voor wet en regelgeving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

DNB

A

zorgt ervoor dat financiele ondernemingen hun financiele verplichtingen nakomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

ACM

A

houdt toezicht op de concurrentie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly