Hoofdstuk 1 inleiding tot het recht Flashcards

1
Q

wat zijn gedragsregels?

A

regels die gedrag van burgers in bepaalde richting sturen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is het doel van gedragsregels?

A

conflicten voorkomen en oplossen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is het “nadeel” van gedragsregels?

A

perken de vrijheid van de burger in want ze bepalen wat wel of niet mag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is een rechtsregel?

A

gedragsregel die afdwingbaar is door overheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat is recht?

A

geheel gedragsregels die door overheid afdwingbaar zijn en als doel hebben maatschappelijke leven te ordenen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat is afdwingbaarheid?

A

via sancties naleving gedragsregels te waarborgen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

ART 1382

A

Elke daad van de mens, waardoor een aan een ander schade wordt veroorzaakt verplicht diegene door wiens schuld de schade is ontstaan deze te vergoeden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat is een voorbeeld van een speciale instelling die ervoor zorgt dat gedragsregels nageleefd worden

A

rechtbank

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

hoe wordt een uitspraak van een rechtbank genoemd

A

vonnis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

hoe wordt een uitspraak van een hof genoemd

A

arrest

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat is een rechtsbron

A

vindplaats voor rechtsregels en andere vormen waarin recht wordt uitgedrukt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat is sensu lato

A

wet in ruime zin, normen/regels die neergeschreven zijn en die een algemene en blijvende draagwijdte hebben

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat is sensu stricto

A

wet in strikte zin, enkel federale wetgevende machten en voor hele land van toepassing zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wat is integer handelen?

A

juist/ correct handelen in de maatschappij, vasthouden aan waarden en normen en het verschil tussen goed en kwaad kennen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat zijn de twee soorten waarden

A

instrumentele en intrinstieke waarden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

wat is rechtspraak

A

jurisprudentie, geheel rechterlijke beslissingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

voor wie geldt rechtspraak

A

het is enkel bindend voor de betrokken partijen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

wat is vaste rechtspraak

A

verschillende rechtscolleges nemen dezelfde beslissing op verschillende momenten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

waarom is rechtspraak belangrijk

A

aftoetsen abstract geformuleerde wetgeving tegen vorige rechtzaken, interpreteren +
aanvullen onduidelijke wetgeving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

wat is rechtsleer

A

artikels over rechtsonderwerpen en -problemen geschreven door juristen.

21
Q

waarom is er rechtleer?

A

verduidelijking nieuwe wetgeving, mogelijke oplossingen voor een probleem

22
Q

wat zijn algemene rechtsbeginselen.

A

basisprincipes (fundamentele regels), niet uitdrukkelijk opgenomen in wettekst. (betekend niet dat deze ongeschreven zijn)

de rechtspraak past die algemene rechtsbeginselen toe als aanvulling vd wet

23
Q

waarom worden nieuwe wetten aan algemene rechtsbeginselen afgetoetst

A

de nieuwe wet mag hier niet mee in contrast staan

24
Q

wat is een gewoonte/ gewoonterecht

A

gebruiken die in een samenleving als bindend beschouwd worden.

25
Q

wanneer wordt een gewoonte een rechtsnorm

A

lange tijd, openbaar, zonder onderbreking

26
Q

wat regelt nationaal publiek recht

A

verhouding burgers <-> overheid, interne organisatie/werking overheid en werking tussen staten

27
Q

wat is grondwettelijk recht

A

basiswet, inrichting van de staat,
fundamentele rechten en vrijheden burgers
werking staatsmachten

28
Q

wat is administratief recht

A

inrichting/werking uitvoerende macht

29
Q

wat is strafrecht

A

welke gedragingen zijn strafbaar en welke straffen zijn van toepassing

strafrecht bestaat om willekeur tegen te gaan
kan niet voor vroegere ‘overtredingen” bestraft worden, pas vanaf moment dat wet wordt ingevoerd

30
Q

wat is strafprocesrecht

A

inrichting/bevoegdheden strafrechtbanken
verloop strafonderzoek
verloop v proces in strafzaken

op welke manier zaak voor rechtbank komen, welke rechtbank, hoger beroep tegen vonnis mogelijk?
Hoe rechtbanken werken

31
Q

andere naam strafprocesrecht

A

strafvorderingsrecht

32
Q

wat is fiscaal recht

A

wijze hoe overheidsinkomsten worden gevormd en geïnd, verschillende vormen van belastingen

33
Q

privaatrechtelijk procesrecht

A

verloop rechtsprocedures, inrichting + bevoegdheden privaatrechtelijke rechtscolleges

34
Q

Privaatrecht is tussen

A

burgers

35
Q

wat is burgerlijk recht

A

regels waarmee burgers in contact komen bv huwen, erfenis

36
Q

wat is economisch recht

A

regelt economische activiteiten tussen ondernemers en consumenten en ondernemers onderling

37
Q

wat is venootschapsrecht

A

oprichting en werking venootschappen

38
Q

wat is een venootschap

A

onderneming die gemaakt is met oog op winst

39
Q

wat is sociaal recht

A

arbeidsrecht + sociaalezekerheidsrecht

40
Q

wat regelt arbeidsrecht

A

tussen werknemers en werkgevers

41
Q

wat is sociale zekerheid

A

bescherming tegen zaken die mis kunnen lopen

42
Q

wat is gezondheidsrecht

A

gezondheid van de mens
inrichting + financiëring instellingen

43
Q

wat is internationaal privaatrecht

A

welke nationale wetgeving van toepassing is. regels vastgelegd in internationale verdragen

44
Q

wat is internationaal publieksrecht

A

regels i.v.m betrekkingen
- tussen staten onderling
- tussen staten en internationale instellingen
- maar! ook steeds meer: regels i.v.m verhouding lidstaten en burgers vb EVRM (europees verdrag rechten vd mens)

45
Q

waarom is rechtsleer een rechtsbron?

A

inspiratie/ leidraad voor rechter in rechtzaken

46
Q

burgers kunnen ook gedragsregels opstellen die moeten nageleefd worden, hoe doen ze dit?

A

via overeenkomsten

47
Q

wat is de naam van artikel 1382

A

Basis buitencontractuele aansprakelijkheid

48
Q

Hoe wordt gewoonterecht doorgegeven?

A

Mondeling doorgegeven van generatie op generatie