Hoofdstuk 2 de persoon in het recht Flashcards

1
Q

wat is een natuurlijke persoon

A

alle levende mensen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

hoe wordt een juridische identificatie van een natuurlijke persoon opgesteld

A

afstamming
naam
voornaam
woonplaats
geslacht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

waarvoor heb je een identiteit nodig

A

deelname aan rechtsverkeer
ook voor rechts- en handelinsgbekwaamgheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat zijn een embryo en lijk

A

zaak met bijzondere rechtsbescherming

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat is een rechtspersoon

A

fictieve persoon
organisatie personen/goederen die juridische zelfstandige identiteit krijgen
juridische constructie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat zijn vormen van een rechtspersoon

A

vzw: vereniging zonder winstoogmerk
bv: besloten venootschap
Nv: naamlooze venootschap

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

hoe wordt een identiteit van een rechtspersoon samengesteld

A

ondernemingsnummer + maatschappelijke zetel + uitbatingszetel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat kan een rechtspersoon doen

A

goederen verwerven, vervreemden en is aansprakelijk voor handelingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wat is een maatschappelijke zetel

A

waar de organisatie is opgericht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat is de uitbatingszetel

A

waar het wordt uitgebaad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat is de verwekking

A

rechtsfeit
innesteleing van de embryo in de baarmoeder met oog op zwangerschap
weerlegbaar vermoeden tussen 180ste dag en 300ste dag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wanneer krijgt men een rechtspersoonlijkheid

A

moet levend en levensvatbaar geboren worden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

levensvatbaar?

A

mogelijkheid om te overleven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

hoe werkt de rechtspersoonlijkheid als je geboren wordt

A

retroactieve rechtspersoonlijkheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat is een wrongful-life vordering

A

ouders stellen vordering in naam van kind omdat het kind schade heeft geleden omdat deze geboren is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

wat is een wrongful-birth vordering

A

ouders stellen vordering in eigen naam en vragen een vergoeding voor de schade die ze hebben geleden bv morele schade, verminderde inkomsten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

wat bied abortus

A

beperkte bescherming voor ongeboren leven
geen misdrijf als regels worden nageleefd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

wat verstaat men onder geboorte

A

bevalling, maar is geen rechtsbegrip
start van de rechtspersoonlijkheid als het kind levend en levensvatbaar is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

wat zijn de administratieve verplichtingen bij de geboorte

A

de kennisgeving
geboorteaangifte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

wat hoort er bij een kennisgeving

A

ambtenaar burgerlijke stand geboortegemeente wordt op de hoogte gebracht door persoon beroepshalve betrokken bij de geboorte
max 1 werkdag na de bevalling
geen vormvereiste
kan schriftelijk/ elektronisch
niet naleven: strafrechtelijke en burgerrechtelijke sancties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

wat hoort er bij de geboorteaangifte

A

aangifte van geboorte gebeurd bij dienst burgerlijke stand geboortegemeente. binnen 15 dagen na geboorte.
bevalling in ziekenhuis: vader/moeder of ziekenhuisverantwoordelijke
buiten ziekenhuis: vader/moeder of aanwezigen bij bevalling
volgt op kennisgeving
geboorteverklaring nodig van geneesheer/vroedvrouw
kan schriftelijk/ elektronisch
niet naleven: strafrechtelijke en burgerrechtelijke sancties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

wat als het kind dood geboren wordt

A

akte vertoon levenloos kind

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

wat als een baby sterft net na geboorte

A

geboorte- en overlijdensakte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

baby dood geboren tussen 140 en 179 dagen

A

mogelijke crematie/begrafenis
ouders kunnen kind laten registreren en voornaam geven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

baby dood geboren na 180 dagen

A

moet begrafenis/crematie
verplicht laten regisreren
kunnen voor-en/of achternaam geven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

wat als ouders ongehuwd zijn bij geboorteaangifte

A

als vader kind erkend voor geboorte: kan enkel vader aangifte doen
als kind niet is erkend: vader en moeder moeten aanwezig zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

wat als er geen geboorteaangifte volgt op kennisgeving

A

ambtenaar burgerlijke stand zal kennisgever verwittigen, dan moet deze 3 dagen hierna aangifte doen

28
Q

wat als geboorteverklaring afwezig is

A

ambtenaar burgerlijke stand moet zelf ter plaatsen gaan om geboorte vast te stellen

29
Q

identificatie familienaam

A

verplicht
onderscheiden van anderen
erkenning als individu met rechten en plichten

30
Q

waarom moeten rechtssubjecten identificeerbaar zijn voor het recht

A

als je geen identiteit hebt besta je niet voor het recht

31
Q

hoe werken familie namen

A
  • vader
  • moeder
  • vader/moeder
    -moeder/vader
    geen akkoord: beide ouders alfabetische volgorde
32
Q

hoe weizig je een achternaam

A

moeilijk
aanvraag met gemotiveerd verzoek aan minister van justitie
toegekend bij koningklijk besluit
effectief na publicatie staatsblad

33
Q

wat als ouder familienaam weizigt

A

geboren kinderen moeten in aanvraag vermeld worden
hun naam zal mee veranderen
toekomstige kinderen krijgen een nieuwe naam

34
Q

waarom heb je een voornaam nodig

A

onderscheiding binnen groep met zelfde familienaam
verplicht opgenomen in geboorteakte
vrije keuze ouders of burgerlijke stand

35
Q

waarom kan een voornaam geweigerd worden

A

als deze zou kunnen zorgen voor schade of verwarring

36
Q

wat heeft een ambtenaar bij naamsweizigingen

A

discretionaire bevoegdheid

37
Q

hoe weizig je een voornaam

A

geen aantoning wettig belang nodig
minderjarigen hebben toestemming wettelijke vertegenwoordiger nodig
prijsverschillen tussen gemeentes
verandering mag niet gebruikt worden om identiteit te verbergen

volg een administratieve procedure bij ambtenaar burgerlijke stand

38
Q

wie stond er vroeger in voor voornaamsweizigigen

A

minister justitie

39
Q

hoe wordt het geslacht vastgesteld

A

fysieke, sociale en psychologische criteria
-> geslacht wordt toegekend op geboorteakte op verklaring van geneesheer/vroedkundige

40
Q

wat is interseks

A

tegenstrijdige geslachtskenmerken
-> geslacht moet na max 3 maanden op geboorteakte worden vermeld

41
Q

wat is transgender

A

fysiek geslacht verschilt van psychologische
-> geboorteakte kan aangepast worden zonder medische ingreep, eigen overtuiging is voldoende

42
Q

wat is de reden dat de nieuwe transgenderwet deels werd vernietigd

A

enkel keuze uit 2 genders
aanpassing geslacht kan maar eenmalig
voornaamsweiziging op basis van gender kan maar 1 malig

43
Q

wat is de woonplaats in het burgerlijk recht

A

waar iemand centrum van belangen heeft

44
Q

wat is de woonplaats in het gerechtelijk recht

A

waar betrokkene zijn domicilie heeft voor heefdverblijfplaats

45
Q

wat is de verblijfsplaats

A

waar iemand aangetroffen kan worden

46
Q

wat is verplicht als iemand is overleden (stap 1)

A

aangeven overlijden door verwante of derde

47
Q

wat moet je afgeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand waar overlijden plaatsvond

A

overlijdensattest
identiteitskaart overledene
identiteitskaart aangever

optioneel:
trouwboekje
rijbewijs

48
Q

wat is een overlijdensattest

A

attest bezorgd door geneesheer dat overlijden vaststelt

49
Q

wat is een verdacht overlijden

A

als iemand door geweld, zelfmoord of onduidelijke redene is overleden (dit betekend geen directe doodsoorzaak zichtbaar)

50
Q

wat moet je ook afgeven aan de ambtenaar BS bij een verdacht overlijden

A

PV politie
Toelating procureur des konings dat mag overgegaan worden tot begraving

51
Q

wanneer mag je iemand begraven

A

na toestemming ambtenaar burgerlijke stand
min 24u na overlijden
bij verdacht overlijden na toestemming procureur

52
Q

waar kan men begraven worden en wat zijn de regels

A

gemeentelijke begraafplaats
afzonderlijk graf
boven/ondergronds
horizontaal

53
Q

wanneer kan je iemand cremeren

A

na toestemming ambtenaar burgerlijke stand of rechtbank eerste aanleg
attest geneesheer natuurlijk overlijden

54
Q

wat kun je doen met iemands assen

A

strooiweide
territoriale zee
begraven
colombarium
nabestaanden thuis

55
Q

wanneer spreekt men van vermoeden van afwezigheid

A

na 3 maanden van verwijnen

56
Q

wanneer spreekt men van verklaring van afwezigheid en wat betekend dit

A

na 5 jaar
als er geen “vermoeden van afwezigheid” was ingediend = 7 jaar
je kunt een gerechtelijke verklaring van afwezigheid aanvragen
de afwezige persoon wordt nu als overleden beschouwd
a

57
Q

waarom is er de regeling voor afwezigheid van een persoon

A

zodat nabestaanden het nalatenschap kunnen afhandelen

58
Q

wat is palliatieve zorgen

A

het is de zorg in de laatste levensfase
focust op pijn en symptoombestrijding

59
Q

welke categorieen palliatieve zorgen zijn er

A

niet-behandelingsbeslissing
pijnbestrijding levensverkortend effect

60
Q

wat wordt er verstaan onder niet-behandelingsbeslissing

A

(NBB)
arts vat geen zinloze behandelingen meer aan of zet deze niet meer verder
de arts heeft hier geen toestemming voor nodig
weigeringsbeslissing van patient zelf
(DNR)

61
Q

wat is pijnbestrijding met levensverkortend effect

A
  1. pijn en symptoombestrijding
    medicatie, verdoving voor het comfort van de patient door de pijn onder controle te houden
  2. palliatieve sedatie
    door de medicatie neemt het bewustzijn van de patient af waardoor de patient geen besef meer heeft van pijn
62
Q

wat is therapeuthische hardnekkigheid

A

geneeskundige behandeling verder zetten ook al blijft gewenste resultaat uit

63
Q

wat is DNR

A

do not resusitate
beslissing tot therapiebeperking in vroegtijdige zorgplanning
dit moet schriftelijk vermeld worden in dossier en wat de patient nog wel wilt als therapie
deze beslissing wordt genomen door arts in overleg met de patient of zijn wettelijke vertegenwoordigers

64
Q

wat is euthanasie

A

opzettelijk levensbeeindigende handeling op verzoek van betrokkene door iemand anders
het is strafbaar tenzij er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan
arts/ verpleegkundige mogen weigeren
soms via wilsverklaring

65
Q

wat is een wilsverklaring bij euthanasie

A

op voorhand vastleggen dat je onder specifieke omstandigheden euthanasie wilt

66
Q

wat zijn de voorwaarden voor euthanasie

A

schriftelijk, gedateerd, ondertekend door patient
arts moet nagaan of patient zich in een
uitzichtloze toestand
aanhoudend/ ondraagelijk
fysiek/mentaal leiden
die niet kan verbeterd worden en gevolg is van ernstig of ongeneeselijk door ziekte of ongeval veroorzaakte aandoening

67
Q

wat is hulp bij zelfdoding

A

opzettelijk meewerken van een arts aan opzettelijk levensbeeindigend handelen van een patient

zelfdoding is geen misdrijf dus hulp bij zelfdoding ook niet
welk mogelijks strafbaar voor schuldig verzuim