Hoofdstuk 6 Flashcards Preview

Dutch: Code Plus - Deel 4 > Hoofdstuk 6 > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 6 Deck (115):
1

aanzienlijk

significant

2

althans

anyhow

3

ambitie, de

ambition

4

attitude, de

attitude

5

bedrijfsleven, het

business world

6

benadering, de

approach

7

benoemen

name

8

betrekken

 overcast or involve someone

9

brons

bronze

10

brouwerij, de

brewery

11

concept, het

 concept

12

continuïteit, de

continuity

13

culinair

culinary

14

factor, de

factor

15

filosofie, de

philosophy

16

huidig

 current

17

inspireren

 inspire

18

invoeren

 import

19

kapitaal, het

fortune

20

keten, de

chain

21

kruidenier, de

grocer

22

legende, de

 legend

23

levensmiddelen, de

groceries

24

mand, de

basket

25

ondergang, de

downfall

26

ondernemer, de

entrepreneur

27

ontvoering, de

abduction

28

onvergeeflijk

unforgivable 

29

oogsten

harvest

30

opdat

so that

31

oprichter, de

 founder

32

opzetten

set up

33

profiteren

to make profit

34

recessie, de

recession

35

revolutie, de

revolution

36

saamhorigheid, de

solidarity

37

strategie, de

strategy

38

telen

cultivate

39

toepasselijk

applicable

40

verbond, het

treaty

41

vooraanstaand

prominent

42

wagen, de

carriage

43

welvaart, de

welfare

44

winst, de

profit

45

wrijven

 rub

46

aantrekken

attract

47

bedelaar, de

beggar

48

bende, de

shambles or a gang

49

consument, de

consumer

50

enkeling, de

lone wolf

51

enquête, de

survey

52

gereedschap, het

tool

53

inzetten

 set in

54

kop, de

head

55

lol, de

fun

56

loterij, de

 lottery

57

miljonair, de

millionaire

58

onderdak, het

accommodation

59

onterecht

unjust

60

opstellen

to set up

61

roes, de

intoxication

62

rotzooi, de

junk

63

tegenstaan

to dislike

64

uitspraak, de

pronunciation, accent

65

vervullen

to accomplish

66

verwijderen

remove

67

voorheen

in the past

68

waardevol

 valuable

69

werkgelegenheid, de

employment

70

adel, de

chivalry

71

calvinisme, het

Calvinism

72

crisis, de

crisis

73

dienen

be used for

74

doordringen

 to penetrate

75

druk, de

pressure

76

essentie, de

essence

77

gierig

stingy

78

hecht

firm

79

hervormen

reform

80

infrastructuur, de

 infrastructure

81

investeren

invest

82

kritiek, de

 criticism

83

luxe, de

luxury

84

munt, de

coin

85

norm, de

 standard

86

opmerking, de

 remark 

87

overspannen

overworked

88

pand, het

building

89

pindakaas, de

peanut butter

90

problematiek, de

issues

91

rationeel

rational

92

rente, de

interest

93

reserve, de

backup

94

soortgelijk

similar 

95

spreuk, de

motto

96

terugdraaien

restore

97

uitvoerig

elaborate

98

vergroten

 enlarge

99

verworvenheid, de

achievement

100

vrijgevig

generous

101

zuinig

thrifty

102

beginsel, het

principle

103

behoefte, de

necessity

104

degene

the one

105

Eindigen

finish, conclude

106

huisvesting, de

place to live in

107

inkomsten, de

 income

108

langdurig

prolonged

109

onbeheersbaar

uncontrollable

110

ouderdom, de

older age

111

peil, het

level

112

solidariteit, de

solidarity

113

stelsel, het

 system

114

variabel

 variable

115

vermogen, het

ability