Hoofdstuk 7 Flashcards Preview

Dutch: Code Plus - Deel 4 > Hoofdstuk 7 > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 7 Deck (111):
1

ambt, het

civil service

2

as, de

axis 

3

blootleggen

to expose

4

bol

ball

5

botsen

 collide

6

corresponderen

correspond

7

doorheen

through

8

duikboot, de

 submarine

9

eer, de

 honour

10

eigenwijs

 stubborn

11

erfenis, de

 heritage

12

erkennen

acknowledge

13

heelal, het

universe

14

hol

cave

15

kern, de

centre

16

krater, de

 crater

17

maan, de

moon

18

macht, de

force

19

merkwaardig

remarkable

20

methode, de

method

21

middelpunt, het

center point

22

militair

military

23

onderkennen

 identify

24

ondiplomatiek

undiplomatic

25

ontdekking, de

discovery

26

planeet, de

planet

27

rang, de

hierarchy

28

rekken

postpone

29

simpel

 simple

30

sleutelen

to key

31

speuren

to search or inquire

32

status, de

status

33

stiekem

secretely

34

tamelijk

rather

35

telescoop, de

telescope

36

terugkeren

 to go back

37

toewijzen

allocate

38

uitsteeksel, het

something that is sticking out

39

uitvinding, de

creation

40

uitzoeken

pick out

41

uurwerk, het

clockwork 

42

verontreiniging, de

pollution

43

vijand, de

enemy

44

waarmaken

to realize

45

wonderbaarlijk

marvellous

46

zijkant, de

side

47

zuiver

cleansed 

48

arriveren

 to arrive

49

atmosfeer, de

atmosphere

50

bedienen

 serve

51

cirkelen

to circle

52

dampkring, de

 atmosphere

53

gewichtloosheid, de

weightlessness 

54

gok, de

gamble

55

lancering, de

the launching

56

misgaan

go wrong

57

mist, de

mist 

58

neerkomen

come down

59

omstandigheid, de

circumstance

60

ondoorgrondelijk

incomprehensible

61

prijsgeven

to confess

62

ruimtevaart, de

space travel

63

uitblinker, de

brilliant person/ standout

64

zonnestelsel, het

 solar system

65

afkeer, de

dislike

66

autoriteit, de

authority

67

behouden

keep

68

betogen

to demonstrate

69

categorie, de

category

70

doorbraak, de

breakthrough

71

fundamenteel

 fundamental

72

geloofsovertuiging, de

faith

73

gevaarte, het

whopper/ giant

74

gezamenlijk

collective

75

gieten

pour

76

golf, de

golf

77

huivering, de

shiver

78

knutselen

to tinker/ potter

79

kogel, de

sphere

80

langetermijneffect, het

long-term effect

81

monster, het

sample

82

onbehagen, het

the displeasure

83

onvermijdelijk

inevitable

84

overschatten

overestimate

85

robot, de

robot

86

schommelen

to sway

87

stikken

suffocate

88

stoten

to poke 

89

straling, de

radiation

90

tegenspreken

to contradict

91

tegenstrijdig

contradictory

92

toekennen

award, grant

93

uitzenden

to transmit

94

veer, de

ferry

95

verwijten

to blame

96

verzet, het

rebellion

97

voortbewegen

to propel

98

wantrouwen, het

distrust

99

weerleggen

disprove

100

wonder, het

miracle

101

daarentegen

on other hand

102

doorvoeren

 establish

103

gesteldheid, de

condition

104

hees

hoarse

105

inschenken

to pour into 

106

onbetrouwbaar

 untrustworthy

107

onderbouwen

to lay foundations of

108

rechterhand, de

right hand

109

rivaal, de

rival

110

slijmbal, de

slime

111

werkwijze, de

method