immuunsysteem tm blz 10 Flashcards Preview

Lichaam en mond Leen > immuunsysteem tm blz 10 > Flashcards

Flashcards in immuunsysteem tm blz 10 Deck (29):
1

leukocyten

witte bloedcellen

2

functie leukocyten(3)

- verdediging tegen ziekteverwekkers
- verwijderen van gifstoffen en afvalproducten
- verwijderen van afwijkende of beschadigde cellen

3

2 soorten leukocyten

- granulocyten
- agranulocyten

4

welke 3 granulocyten zijn er?

- neutrofielen
- eosinofielen
- basofielen

5

welke 2 agranulocyten zijn er?

-monocyten
- lymfocyten

6

4 kenmerken van leukocyten in het bloed

1.) amoeboïde bewegingen
2.) diapedese
3.) positieve chemotaxis
4.) fagocytose

7

amoeboïde bewegingen

glijdende beweging door stroming van het cytoplasma naar kleine uitstulpingen van de cel

8

diapedese

leukocyten kunnen de bloedstroom verlaten en in omringende weefsels binnengaan door zich tussen de epitheelcellen van de capillairen naar buiten te wringen

9

positieve chemotaxis

verplaatsing naar ziekteverwekkers

10

neutrofielen eigenschappen (2)

- komen vaan als 1e bij de verwonding aan
- aanvallen en verteren van de bacteriën

11

eosinofielen eigenschappen (2)

- vallen voorwerpen aan die met antistoffen omgeven zijn
- exocytose van giftige stoffen

12

eigenschappen monocyten (2)

- fagocyteren voorwerpen groter dan zichzelf
- geven stoffen af die andere monocyten, neutrofielen en andere fagocyten aantrekken

13

lymfocyten eigenschappen (2)

- rol bij afweer maar geen fagocytose
- migeren tussen weefsel

14

2 functies lumfocyten

- lichaamsvreemde cellen aanvallen
- antistoffen afgeven

15

leukopenie

minder leukocyten dan normaal

16

leukocytose

meer leukocyten dan normaal

17

lymfopoëse

vorming van lymfocyten

18

lymfestelsel 4 onderdelen

1.) lymfevaten
2.) lymfe(vloeistof)
3.) lymfocyten
4.) lymfoïde weefsels en organen

19

3 lymfocyten

- T-cellen --> thymus
- B-cellen--> beenmerg
-NK-cellen

20

3 functies lymfestelsel

- productie, onderhoud en transport van lymfocyten
- vloeistoffen en opgeloste deeltjes uit perifere weefsels transporteren naar het bloed
- hormonen, voedingsstoffen en afvalstoffen naar het bloed transporteren

21

4 verschillende T-cellen

- Tc = cytotoxische T-cellen
- Th = T-helpercellen
- Tm = T- geheugencellen
- Ts = T- supperssorcellen

22

NK- cellen

vallen vreemde cellen aan, cellen met virus geïnfecteerd en tumorcellen. geen fagocyten!

23

immuunsysteem

afweersysteem

24

wanneer treedt immuunsysteem inwerking? (3)

- pathogene organismen worden herkend
- barrière van huid of slijmvliezen wordt doorbroken
- cellen transformeren tot tumorcellen

25

mechanische barrière (2)

- huid + slijmvliezen

26

biologische barrière

kolonisatie resistentie

27

opsonisatie

bevorderen van fagocytose

28

welke stof scheidt NK-cel af

perforine, beschadigt het celmembraan van vreemde cellen

29

IFn

interferonen = natuurlijke antivirale eiwitten die immuunsysteem stimuleren en vermenigvuldiging van virussen remmen