Injectie Flashcards Preview

Skills Lab 1 > Injectie > Flashcards

Flashcards in Injectie Deck (28):
1

Soorten injectie

Intra-musculair
intra-dermaal
intra-veneus
subcutaan
intra-perioneaal
intra-cardiaal

2

Intra-cardiaal

Gebruikt bij euthanasie. Dit is een makkelijke en snelle manier om te gaan euthaniseren. Dier op laterale positie (links omhoog). luister naar hart punctum maximum tussen 3e en 5e intercostaal ruimte. prik met een dikke naald en aspireer (veel bloed en pulsatie te zien)

3

Subcutaan

Maak een tentje waar de huid beweging toelaat
Plaats de naald in het tentje en laat de huid los en injecteer. Er zal zich een bobbeltje vormen. Scheren of ontsmetten is niet nodig

Kat, hond konijn: nekvel/huid lat op thorax of adomen
Paard, rund: in vel thv nek of boekspieren
Varken: achter het oor of achter de schouder

4

Intra-musculair

Scheren of ontsmetten niet nodig:
Kat,hond, konijn: In de rugspieren naast de spinaaluit./in m. semimembra. of semitendi. weg van de n. ischiadicus.

Paard: linkerhand net onder manenboog, rechterhand voor m. supraspinatus. Waar je handen elkaar raken is de plek (let op v. jugularis)

Rund: vaak in de nek
Varken: oorbasis of in de nek

5

Intra-peritoneaal

Vaak bij labdieren/kleine dieren. Je moet grote hoeveelheden injecteren als de IV injectie niet mogelijk is.

onder hoek van 45 in de wand van het abdomen prikken. (aspireren om te kijken of je niets hebt geraakt.)

6

intra-veneus

Scheer de plek en ontsmet met alcohol (duidelijk zichtbaar maken van de vene)
kat,hond: v. cephalica voor. v. saphena lat. achter (grote hond)

Konijn: oorvenen (moeilijk) v. cephalica

paard,rund,varken: v. jugularis

7

Aseptische injectie

Wees aandachtig en goede hygiene
in het midden prikken van flacon
Volg de aanwijzingen van de bijsluiter: (houdbaarheid en bewaring)
Optrekken van het product:
open de naald op de juiste manier, nooit dop met tanden er afhalen. Dop van flacon reinigen. Gebruik nooit een gebruikte naald nog een keer. Zorg er voor dat de naald goed in vloeistof zit. tik voor belletjes te verwijderen.

8

Orale administratie

Denk hierbij aan je eigen veiligheid

Kat, hond: Pil diep genoeg in de keelbrengen en kijken of het dier geslikt heeft. Siroop diep inbrengen en je kan de kat bij het nekvel pakken

Paard: pasta's terhoogte van diastema inbrengen

rund: veelal IM injectie, pensboli: in te brengen met behulp van speciale applicator

varken: premix voeding of pastas

9

Gauche

het aantal naalden dat in een oppervlak van 1 vierkante centimeter kunnen worden geplaatst. Hoe fijner de naald hoe makkelijker ze door weefsel kunnen dringen en hoe minder pijn het doet maar het product kan er moeilijker uit en de injectie duurt langer

10

Keuze van gauche

De diersoort
De leeftijd
Het doel van de naald
Het karakter van het dier
De aard van de te injecteren vloeistof

11

Gebruik van een katheter

Wanneer er anders verschillende keren IV geprikt moet worden
Om een infuuslijn in aan te brengen
om grote hoeveelheden IV te injecteren
Om bloed af te nemen

12

Materiaal voor katheter:

Tape
vetwrap
katheter in juiste maat
Scheermachine/mesje
Alcohol
Knelband
Spuit met flush

13

Hoe katheter plaatsen

Leg materiaal klaar
Scheer vacht
plaats knelband of laat vene afduwen
ontsmet met alcohol
Breng katheter in het bloedvat
Haal de naald weg en breng de katheter dieper in de venen in
Maak knelband los
plaats de dop op de katheter
Maak de katheter vast
flush de katheter
Bevestig alles goed

14

Soorten Katheters

Centraal veneuze katheter (kan blijven zitten voor altijd)
Perifere katheter (moet worden vervangen voor infecties)
Zonder vleugels
met vleugels
met bijspuitpunt
vlinderkatheter

15

Gecompenseerde Shock

Zeldzaam bij katten
CVT veeeel korter dan 2 sec. tachycardie. verminderd bewustzijn. normale bloeddruk

16

Gedecompenseerde shcok

CVT groter dan 2 sec. Bleke mucosae. Sterk verminderd bewustzijn. Zwakke pols

17

Hypovolemisch

Verminderd bloedvolume

18

Distrubutief

Verminderde perifere vasculaire weerstand

19

Hypoxemisch

Verminderde zuurstofconcentratie in het bloed

20

Metabool

Storingen in het cellulair metabolisme

21

Cardiogeen

Verminderde cardiac output

22

Soorten vloeistoffen voor infuus

Kristallijne vloeistoffen: kleine moleculen (verdelen over alle vloeistofcompartimenten)
Substantie oplossingen: 0,9% NaCl/Ringerlactaat
Colloidoïden: Grote moleculen (blijven langere tijd in bloedvaten), verhogen de oncotische druk

23

3 fasen van vloeistoftherapie

Spoed
Substitutie
onderhoud

24

Spoed bij vloeistoftherapie

Correctie shock
90ml/kg/uur voor hond
40-60ml/kg/uur voor kat

Starten met kristalloïden in boli van 10-20ml/kg hond of 5/10 ml/kg kat en dan elke 10 min evalueren. Geen verandering dan colloïden toevoegen

25

Substitutie bij vloeistoftherapie

=onderhoud + tekorten

%dehydratatie in decimalen * LG * 1000

26

Onderhoud bij vloeistoftherapie

(30*LG) + 70 + extra verliezen

27

Voorschrift bevat vooraf verplicht

De naam, voornaam en adres van dierenarts
Een volgnummer dat bestaat uit:
- 0/1 (nederlands of frans)
-inschrijvingsnummer
-doorlopende nummering

28

Dierarts vermeld volgende dingen op voorschrift

1. datum
2. naam adres verantwoordelijke
3. identificatie van dier/dierengroep
4. de precieze benaming en hoeveelheid van geneesmiddel
5. de behandelende aandoening
6. Aanwijzingen voor gebruik
7. Geldigheidsduur
8. Handtekening dierenarts