ld6 Flashcards

1
Q

Wat is een team? (6)

A
  1. Twee of meer individuen2. Sociale interactie3. Wederzijdse afhankelijkheid4. Gezamenlijk doel5. Gedeelde verantwoordelijkheid6. Ingebed in een organisatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is het verschil tussen een groep en een team?

A

Een groep bevat leden die misschien samenwerken of dezelfde bronnen delen.Een team bevat altijd leden die taken uitvoeren die onderling afhankelijk van elkaar zijn.> De laatste tijd is dit onderscheid iets minder geworden, en worden groepen en teams vaak door elkaar gebruikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke typen teams bestaan er?

A
  1. Quality circels2. Project teams3. Production teams4. Virtual teams
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Quality Circels

A

Bestaat uit 6 - 12 teamleden die regelmatig samenkomen om werkgerelateerde problemen in kaart te brengen en om ideeën te generaliseren die de productiviteit of de productkwaliteit kunnen verhogen.> meestal vrijwillig maar de manager kan ook het ook organiseren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Honeymoon effect

A

Onderdeel van Quality Circels= In het begin is het makkelijk om makkelijke en duidelijke verbeteringen aan te geven, maar na verloop van tijd wordt het steeds moeilijker voor de leden om suggesties te geven om de kwaliteit te verhogen of de kosten te verlagen WANT de populariteit van quality circles gaat hierdoor omlaag..> Populairder in landen met collectivistische samenleving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Project Teams

A

Worden ingezet om een specifiek probleem (of paar problemen) op te lossen. Zodra probleem opgelost: team opgeheven.> gedeeltelijke vrijheid, maar ook afhankelijk van de voorkeuren van cliënten> Wordt ook wel cross-functional team genoemd omdat de leden vaak van verschillende afdelingen komen > Hebben vaak een deadline, maar weten niet precies hoe ze het probleem moeten oplossen (vaak snel werken en creatief zijn)> Meestal zijn de leden ook nog gewoon in hun eigen functie actief, waardoor er veel van hun verwacht wordt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Production Teams

A

Team dat bestaat uit eerstelijns medewerkers die iets concreets/tastbaars maken (auto’s, televisies, telefoons)> Meestal elke dag een afspraak met elkaar om er zeker van te zijn dat ze goed communiceren en allemaal afhankelijk van elkaar werken om hun productiedoelen te halen (dat ze allemaal nog op 1 lijn zitten).> Makkelijk omdat kwaliteit en kwantiteit te controleren van deze teams, en daarom makkelijk om werkprestatie te meten en feedback te geven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Autonomous work group

A

Specifieke groep van Production Teams die controle heeft over verschillende functies zoals het plannen van shift operaties, de werkverdeling, het bepalen van prioriteiten van het werk, het uitvoeren van een aantal werkelijke werktaken en het doen van aanbevelingen met betrekking tot het aannemen van nieuwe mensen voor het team.> worden gebruikt om de integratie van sociale en technische systemen te verbeteren. Enriched Work Environment: Ook wordt er veel geleerd omdat er verschillende aspecten zijn die uitgevoerd moeten worden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Virtual Teams+ voordelen en nadelen

A

Team dat bestaat uit leden die op grote schaal verspreid zijn (wereldwijd bijvoorbeeld) en die samenwerken naar een gemeenschappelijk doel en gekoppeld zijn door middel van computers en technologie.> Soms ontmoeten de leden elkaar ook in real life, maar meestal niet. Voordelen: besparen van tijd en reiskosten, verhoogde toegang tot experts, het uitbreiden van de arbeidsmarkt door het kunnen verwerven en behouden van goede medewerkers ongeacht waar ze zich bevinden, mensen kunnen toewijzen aan meerdere teams tegelijkertijd. Nadeel: Je hebt wel te maken met tijdverschil, verschil in cultuur en taalverschillen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat gebeurt er als de teamleden virtual-collaboration behaviours, virtual-socialization skills en virtual-communication skills vertonen? (2)

A

Het vertrouwen gaat omhoog en het gevoel van een gedeeld resultaat gaat omhoog .

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Virtual-collaboration behaviours (3)

A
  1. Uitwisselen van ideeen zonder kritiek2. het eens zijn over de verantwoordelijkheden 3. Vasthouden aan deadlines.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Virtual-socialization skills (3)

A
  1. Het vragen van feedback van leden over het proces waarop het doel wordt bereikt2. Het uitdrukken van dank voor ideeen 3. Hhet complementeren van doelen en excuses aanbieden voor fouten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Virtual-communication skills (3)

A
  1. Zinnen zo opbouwen dat ieder lid begrijpt wat er gezegd wordt2. laten merken dat de boodschap binnen is gekomen3. Reageren binnen een bepaalde tijd,
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn de belangrijkste INPUT variabelen om de effectiviteit van teams in kaart te brengen? (4)

A
  1. Organizational Context2. Team tasks3. Team Compositions4. Team diversity
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn de belangrijkste PROCES variabelen om de effectiviteit van teams in kaart te brengen? (4)

A
  1. Normen2. Communicatie en coordinatie3. cohesion4. disicion making
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn de belangrijkste OUTPUT variabelen om de effectiviteit van teams in kaart te brengen? (3)

A
  1. Team Performance2. Team Innovation3. Team Member Well-Being
17
Q

Organizational Context

A

Beloningsysteem, trainingssysteem, de omgeving waarin gewerkt wordt, steun van de manager en de technologie. Zorgen voor interactie tussen de leden van het team en zorgen voor een grotere effectiviteit door middelen beschikbaar te stellen die nodig zijn om een bepaald doel te bereiken. > onderdeel van IMPUT

18
Q

Wat betekenen de vormen democraphic diversity en psychological diversity van Team Diversity en hoe werken deze op de lange termijn?

A

Demographig Diversity: verschillen zoals leeftijd, geslacht en etniciteitPsychological Diversity: verschillen zoals vaardigheiden, capaciteiten, persoonlijke kenmerken, gedrag, geloof. > Op korte termijn zijn groepen die hetzelfde zijn beter, op lange termijn komen groepen die verschillend zijn beter uit de verf (demografisch)> Mensen die verschillend denken kunnen tot meer oplossingen komen maar hebben meer moeite met communicatie (psychologisch)> onderdeel van IMPUT

19
Q

Team Task en Job characteristics theory

A

Teamprestatie is afhankelijk van de taak die het team moet uitvoeren. Job characteristics theory = hoe banen individuen motiveren > verschillende skills, betekenisvolle en belangrijke taken, feedback krijgen> onderdeel van IMPUT

20
Q

Team Compositions en Shared Mental Model

A

De kenmerken van de teamleden: vaardigheden, capaciteiten, ervaringen, en persoonlijke kenmerken. Shared Mental Model = een georganiseerde manier voor teamleden om na de denken over hoe het team zal werken: andere teamleden helpen begrijpen en het voorspellen van het gedrag van teamleden > mensen met dezelfde mental model hebben een hogere team performance> onderdeel van IMPUT

21
Q

Normen

A

Informele en soms onuitgesproken regels die team aannemen om andere leden hun gedrag te beoordelen/reguleren. > onderdeel van PROCES

22
Q

Communicatie en coordinatie > + Coördination Losses

A

Hieronder valt het overbrengen van informatie naar andere teamleden. > vooral belangrijk bij teams waarbij de leden afhankelijk van elkaar zijn> coördinatie is belangrijk omdat teamleden informatie moeten krijgen van andere teamleden en makkelijk van de ene taak naar de andere taak kunnen switchen. Coordination Losses = gebeurt als teamleden hun energie in verschillende dingen stoppen of als ze hun werk niet kunnen coördineren of synchroniseren (bijvoorbeeld met touwtrekken) > onderdeel van PROCES

23
Q

Wat is cohesion en waar leidt een grote cohesie toe (2)?

A

De mate waarin teamleden in het team willen blijven en de doelen van het team willen behalen. 1. Grotere cohesie van de groepsleden leidt tot hogere groepsprestatie. 2. Hoe groter de cohesie binnen 1 groep, hoe groter de kans dat deze groep spanningen of onenigheid krijgt met een andere groep die andere doelen heeft> onderdeel van PROCES

24
Q

decision making

A

Het probleem definiëren, informatie verzamelen, praten over de alternatieven en uiteindelijk beslissen wat er wordt gedaan > actie ondernemen> onderdeel van PROCES

25
Q

Wat is Team performance en war zijn belangrijke dingen die hier invloed op hebben?

A

Wordt objectief gemeten door bijvoorbeeld hoeveel verkocht, hoeveel geholpen, hoeveel gemaakt. Belangrijke dingen die hier invloed op hebben zijn: 1. organizational context2. team task3. team composition>Soms is een individuele uitkomst beter dan een groepsuitkomst > onderdeel van OUTPUT

26
Q

Wanneer is er sprake van een goede Team member well-being?

A
  1. autonomous work group > hogere job satisfaction2. Participation, task variety en task significance zijn positief gerelateerd aan job satisfaction3. In een team werken kan iemand zijn zelfvertrouwen beinvloeden. > onderdeel van OUTPUT
27
Q

Wat is group think? > group polarization> risky-shift phenomenon

A

Group think is een manier van denken waarbij groepsleden in een groep zitten met een hoge cohesie en hun verlangen naar overeenkomst groter is dan de motivatie om alternatieve manieren te bespreken die misschien veel realistischer zijn. Group polarization = aanleidingen voor groepen om als groep een extremere beslissing te nemen dan de beslissingen die individuen maken. Risky-Shift Phenomenon: aanleiding voor groepen om meer extreme beslissingen te maken dan individuelen (meer algemene naam voor group polarization)

28
Q

Wat zijn de vier verschillende symptomen van groupthink?

A
  1. interpersoonlijke druk van een groep met hoge cohesie2. illusies van onaantastbaarheid3. gebrek aan open discussie4. gebrekkige besluitvormige strategieën worden gebruikt > zoals: alleen extreme alternatieven in kaart brengen, geen noodplannen bedenken en algemene doelstellingen uit het oog verliezen
29
Q

Wat zijn de negen teamrollen van Belbin?

A
  1. Completer (zorgdrager)2. Implementer (bedrijfsman)3. Teamworker (groepswerker)4. Specialist5. Monitor Evaluator6. Coördinator (voorzitter)7. Plant8. Shaper (vormgever)9. Resourse Inverstigator (bron onderzoeker)
30
Q

In hoeverre is er bewijs voor de validiteit van Belbin’s model?

A

Conclusie: veelbelovende theorie, weinig bewijs.Presteren gebalanceerde teams beter? > Aangetoond in enkele studies, bewijs sterker in teams met vrouwen?!Betekenisvolle correlaties andere constructen?> Cognitieve stijlen, conflicthanteringsstijlen, Machiavellianisme en emotionele intelligentie> De interne consistentie van de teamrollen en de onderscheid tussen de teamrollen is minimaal.> De betrouwbaarheid is laag.> Sommige onderzoeken steunen het model van Belbin, maar andere onderzoeken steunen het model juist niet. > Zijn verschillende alternatieven voor gemaakt, maar moet nog meer onderzoek naar gedaan worden.

31
Q

Wat concludeert de studie van RIngleman over ‘de som der delen’ binnen een team?En wat zijn hiervoor de verklaringen?

A

Geheel is MINDER dan de som der delen :(> door coördinatie en motivatie

32
Q

Social Loaving> free-rider effect> Sucker effect

A

Social loafing: De afname van individuele inspanningen wanneer mensen in een groep werken, vergeleken met alleen werkenFree-rider effect: meeliften op de inspanningen van anderen Sucker effect: niet als enige de inspanning willen leveren

33
Q

Vier punten van Social Loaving

A
  1. Wederzijdse afhankelijkheid2. De individuele bijdragen worden gecombineerd tot een enkel teamproduct 3. Individuele bijdragen zijn niet identificeerbaar 4. Teamleden worden niet geëvalueerd op hun bijdrage aan het groepsdoel
34
Q

Sociale Facilitatie

A

Geheel is meer dan de soms der delen

35
Q

Status Competitie: wat gebeurt er met de Team Performance naarmate er meer percentage Top Talent in een team zit?

A

Prestatie stijgt tot 60% toptalent, daarna daalt de prestatie.

36
Q

Wat zijn Belbin’s assumpties over teamrollen?

A

Teamleden hebben natuurlijk gedragspatroon in hun interactie met andere teamledenRol bepaald door:> Persoonlijkheid> Intelligentie> Waarden en motivatie> Omgeving> Ervaring> LerenEffectieve teams hebben een goede balans qua rollen

37
Q

Wat is het verschil tussen impsatieve en normatieve vragenlijsten?

A

Ipsatief: score geeft informatie over hoe de persoon op het construct scoort in verhouding tot de andere constructen (gedwongen keuze)Normatief: score geeft informatie over hoe de persoon scoort op het construct in verhouding tot de normgroep

38
Q

Wat is de kritiek op Belbin?

A

Vragenlijst (TRSPI):> Scores onderling niet te vergelijken> Scores binnen personen niet onafhankelijk> Geen bewijs voor 9 factoren> Geen correlatie met observaties anderen> Normatieve vragenlijst laat andere resultaten zien> Betrouwbaarheid is laag> Onafhankelijk van context

39
Q

Onderzoeksvraag: Welke rollen zouden vooral aanwezig moeten zijn om de effectiviteit hoog te houden en welke voor de tevredenheid?

A

Tevredenheid> geen klagers> wel oplossers> wel procedure facilitatorsEffectiviteit> geen klagers> wel oplossers