Nefrologie Flashcards

1
Q

Werking/doorbloeding nieren aantonen

A

Renogram (MAG3)

Snelheid van uitwassen radioactief scintigrafie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Drie plekken waar ureterstenen meest vast blijven zitten

A
  • Begin
  • Kruising iliaca
  • Eind
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Blaaslediging via .. stelsel

A

Sluitspier - parasympathisch

Blaas - sympathische samenknijping (m. detrusor)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Parelsnoerurethra
O/
D/

A
  • Gonorroe

- Retrograde mictiegram

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Dwarslaesie niveaus en plasproblemen

  • Thoracolumbaal
  • Sacraal
A
  • Thoracolumbaal: niet kunnen plassen (parasymp valt weg)

- Sacraal: incontinentie (symp valt weg)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Dwarslaesie spinale shock

  • Boven niveau problemen
  • Onder niveau problemen
A

Boven: vasodilatatie (rood gelaat), hoofdpijn, neuscongestie, bradycardie
Onder: hypertensie, bleke, koude extremiteiten, kippenvel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Klachten blaasca

A
  • Macroscopische hematurie
  • Pijn bij mictie
  • Frequent hoge aandrang
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Verschil blaasca en prostatisme

A

Prostatisme: nycturie, overloopincontinentie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Welk soort blaasca het vaakst

A

Urotheelcarcinoom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Blaasca

B/

A
  • Bricker stoma
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Waarom geen ureter op darm aansluiten

A

Ontstaan van nitrosaminoglycanen → kankerverwekkend

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wanneer RT bij blaasca

A

Bij T4

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Meest voorkomende uretersteen

A

Calciumoxalaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Koliekpijn bij niersteen ontstaat door:

A

Rek op banden en nierbekken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Gouden standaard diagnostiek nierstenen

A

Blanco CT

Kan ook hardheid bepalen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Ureterstenen <1 cm

B/

A

NSAID

Evt tamsulosine/buscopan

17
Q

Ureterstenen >1cm

B/

A

Meestal: uretero-reno-scopie, evt met ESWL

18
Q

Ureterstenen >2cm

B/

A

PNL (Percutane Nefrolithotrypsie)

19
Q

Infectie proteus mirabilis

B/

A

Zuur aanbieden, want urine is basisch (kalk slaat dan neer)

20
Q

Urgency-incontinentie

O/

A

Overactieve blaas
Overactiviteit van parasymp → contraheren m. detrusor
Vaak kortdurend bij een UWI

21
Q

Stressincontinentie

B/ (5)

A
  • Fysio
  • a-blokkers
  • Bulk-injectie
  • TVT (lus om uretrha) of fascie-slingoperatie
  • Katheter
22
Q

Urgency-incontinentie

B/ (4)

A
  • Anticholinergica (remmen paraysmp)
  • Sympathicomimetica (stimuleren relaxatie)
  • Botulinetoxine-injectie m. detrusor
  • Ileocystoplastiek (bij kleine blaas)
23
Q

Beoordelen nierparencym scan

A

DMSA-scan

24
Q

GFR
Problemen bij
- Weinig spiermassa
- Veel spiermassa

A

Weinig spiermassa: minder creat, GFR wordt te hoog ingeschat

Veel spiermassa: veel creat, GFR wordt te laag ingeschat

25
Q

Waarom geen ACE (en wel diureticum) bij zwarte mensen

A

Lagere activiteit van RAAS, dus ACE-remmer heeft minder zin

26
Q

Doorbloeding nier + wat gaat dit tegen

A

Afferent - vasodilatatie prostaglandines - NSAID

Efferent - vasoconstrictie angiotensine - ACE-remmers

27
Q

ATN

B/ (2)

A
  • Vochtbeperking

- Supportive care (dialyse)

28
Q

TIN
D/ Gouden standaard
B/

A
  • Nierbiopt

- Stoppen medicijn, ernstig: steroïden

29
Q

aHUS

A

Atypische HUS, door een gendefect
Probleem complementsysteem
B/ Plasmaferese

30
Q

HUS

  • Afko
  • B
  • TT-vraag
A

Hemolytisch Uremisch Syndroom
3-4 wkn dialyseafh, self-limiting
Bloederige diarree + bbq

31
Q

RPGN

A

Rapidly Progressive Glomerulonephritis

  • Glomerulusfilter wordt doorbroken; eiwitten/cellen lekken in kapsel van Bowman → fibrosering glomeruli
  • Bij op tijd behandelen reversibel
32
Q

Good-Pasture syndroom

A
  • Een RPGN
  • Anti-lichamen gericht tegen basaalmembraan
  • Long heeft eenzelfde basaalmembraan → hemoptoë en dyspneu
  • B/ Antistoffen verwijderen, plasma exchange, steroïden, cyclofosfamide
33
Q

Henoch Schönlein

  • O/
  • S/
  • B/
A
  • O/ Immuuncomplexglomerulonefritis: ​IgA-nefropathie, na streptokokken-keelinfectie
  • S/ Petchiën
  • B/ Steroïden en cyclofosfamide (plasmaferese werkt niet)
34
Q

Anti-Pf3 antistoffen

A

Wegener/GPA

35
Q

Dialyse bij

A

Nierfunctie <10-15