Orthopedie 1 Flashcards

1
Q

Welke veranderingen zijn er zichtbaar bij aantasting van de bicepspees?

A

Veranderingen ter hoogte van de tuberculi en de fossa.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat kan er bij honden pathologisch zijn aan de humeruskop?

A

Er kan een deel zijn waarin geen ossificatie plaatsvindt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is osteoartrose?

A

Een degeneratieve aandoening waardoor de structuur van het kraakbeen verandert er er gewrichtspijn ontstaat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hoe lang duurt het ongeveer voordat de groeiplaten bij honden sluiten?

A

Tussen 8 tot 12 maanden, bij kleinere honden sneller dan bij grotere honden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hoe lang duurt het voordat de groeiplaten sluiten bij katten?

A

Tussen 10 tot 14 maanden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe lang duurt het voordat de groeiplaten sluiten bij paarden?

A

1,5 tot 2 jaar, soms zelfs tot 4 jaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Bij welke aandoening kan superpositie van de trachea een belemmering zijn?

A

Als de trachea over de humeruskop ligt, dan kan men niet zien of daar sprake is van demineralisatie. Die zone is dan donkerder.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe is superpositie van de trachea te vermijden?

A

Door de voorpoot naar beneden en naar voren te trekken en de nek een beetje in extensie te brengen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Is een radioluscente zone onder het tuberculum supraglenoïdale pathologisch?

A

Deze donkere zone is een normale variatie. Normaal wijzen deze op tumoren, maar op deze locatie is het waarschijnlijk een kraakbeenstuk dat niet gemineraliseerd is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is het verschil tussen een afwijking waarbij twee aparte fragmenten zichtbaar zijn met een weke delen massa daar rond en een afwijking waarbij er echt twee aparte fragmenten zijn?

A

Bij twee aparte fragmenten kan het een anatomische variatie zijn, als er een week deel omheen zit, is de kans groter dat het pathologisch is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Beschrijf chondrodystrofie van de schouder.

A

De humeruskop is niet meer rond en het tuberculum supraglenoïdale is ook niet meer afgerond.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat kan bij de kat verward worden met een vreemd voorwerp in de oesophagus?

A

De clavicula. Deze bevindt zich in de m. brachiocephalicus.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de voornaamste aandoeningen van de schouder bij kleine huisdieren?

A

Neoplasie (tumoren)

Degeneratie (osteoartrose / instabiliteit) Instabiliteit is een klinische diagnose, geen radiografische.

Congenitaal (dysplasie, luxatie of osteochondrose)

Traumatisch (fractuur, luxatie of weke delen letsels)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is osteochondrose?

A

Er wordt geen bot gevormd uit kraakbeen, op plaatsen waar dat wel zou moeten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is er opvallend aan de bicepspees van het paard?

A

Deze is gebilobeerd, in tegenstelling tot de bicepspees van de hond.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe lang duurt het voordat de kleine ossificatiecentra van de schouder verdwijnen bij het paard?

A

Rond 5 - 6 maanden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat zijn de voornaamste aandoeningen van de schouder bij het paard?

A

Infectieus: infectieuze artritis (komt niet voor bij KHD).

Neoplasie.

Degeneratie: osteoartrose.

Congenitaal: osteochondrose, cysteus letsel, hypoplasie van de mediale tuberkel, dysplasie.

Trauma: fractuur, luxatie.

18
Q

Beschrijf subchondrale botcystes.

A

Ronde opklaringszones in het subchondraal bot, tot onder het gewricht. Dit komt vooral voor bij het paard, niet bij KHD.

19
Q

Wat wordt in beeld gebracht met een opname van de elleboog van de hond in maximale flexie?

A

De processus anconeus en de processus coronoideus medialis.

20
Q

Aan welke condyl van de humerus zijn ziektes beschreven?

A

De mediale condyl.

21
Q

Wat is belangrijker voor ziektes, de radius of de ulna? En welke structuren dan precies?

A

De ulna: de processus anconeus en de incisura trochlearis.

22
Q

Wat is sclerose?

A

Een weefselverharding, het bot wordt dan te wit.

23
Q

Bespreek de processus coronoideus medialis?

A

Deze is vooral belangrijk bij jonge honden van grote rassen. Er zijn veel aandoeningen van beschreven. De aflijning moet driehoekig zijn. Iets afgerond mag, maar niet te veel. Er kunnen fragmentjes loskomen die niet altijd op foto’s te zien zijn.

24
Q

Bespreek de anatomische variatie van de elleboog.

A

Aan de laterale kant van het gewricht kan er een klein sesamsbeentje zichtbaar zijn. Als dit mooi ovaal en afgerond is, heeft het geen klinisch belang. Als dit aan de laterale kant zichtbaar is, dan is er een pathologie, namelijk een fragmentatie van de PCM.

25
Q

Wat zijn de voornaamste aandoeningen van de elleboog van de kleine huisdieren?

A

Infectieus: septische artritis.

Degeneratie: osteoartrose en flexor enthesopathie.

Congenitaal: osteochondrose, dysplasie.

Traumatisch: fractuur, luxatie. Hoe meer distaal, hoe belangrijker trauma wordt.

26
Q

Wat zijn de voornaamste aandoeningen aan de elleboog van het paard?

A

Infectieus, neoplasie, degeneratief, congenitaal en trauma. Onthouden: cysteus letsel zie je af en toe.

27
Q

Is een distale opklaringszone ter hoogte van de radius normaal?

A

Ja, want daar achter liggen weke delen.

28
Q

Welke structuur steekt een beetje uit bij de carpus en kan daardoor gemakkelijk breken?

A

De processus styloideus.

29
Q

Wat is er speciaal aan de groeiplaat in de distale epifyse van de ulna?

A

Deze sluit rond 6 - 8 maanden (honden) en is niet mooi horizontaal, maar V-vormig. De groeiplaat is gevoelig voor trauma.

30
Q

Wat is er soms opvallend aan de distale groeiplaat van de ulna bij grote hondenrassen?

A

Soms is er een omgekeerde driehoek zichtbaar, die minder verbeend is dan de rest van het bot. Een driehoek die veel hoger is dan dat hij breed is, is pathologisch. Zorg voor correcte voeding en dat de honden niet TE snel groeien, zodat het bot tijd heeft om te verbenen.

31
Q

Zijn onregelmatigheden ter hoogte van de distale radius en ulna pathologisch?

A

Ja, dit is de enige plaats in het lichaam waar dat bij jonge dieren normaal is. Het is de cutback zone. Er is zeer veel modulatie van trabeculair bot, waardoor de metafyse iets meer uitsteekt.

32
Q

Welke spier ter hoogte van de carpus kan een klein sesamsbeentje bevatten?

A

De m. abductor pollicis longus.

33
Q

Wat is er opvallend aan de distale ulna bij katten ten opzichte van die bij honden?

A

Deze is ronder en wat meer prominent, maar dat heeft geen klinische consequenties.

34
Q

Wat zijn de voornaamste aandoeningen van de carpus bij KHD?

A

Infectieus: septische artritis.

Degeneratie: osteoartrose.

Inflammatie: synovitis.

Congenitaal: osteochondrose.

Trauma: fractuur, luxatie, short ulna syndrome (heeft te maken met de sluiting van de groeiplaten).

35
Q

Aan welke zijde van de carpus komt 90% van de carpusaandoeningen voor?

A

De voorkant.

36
Q

In welke houding en vanuit welke positie zijn de verschillende botstructuren van de carpus het best te onderscheiden?

A

Zijdelings in flexie, let vooral op de aflijning van de botstructuren.

37
Q

Welk gewricht ontwikkelt sneller osteoartrose, de carpus of de knie?

A

De knie. Als er letsels bij de carpus zichtbaar is, dan heeft dat dus direct meer klinisch belang.

38
Q

Welke klinische tekenen in de carpus van het paard duiden op te zware training, die op termijn kan leiden tot een fractuur?

A

Een te witte medulla, waarin de cortex niet te onderscheiden is. Als het nog net niet gebroken is, dan zie je sclerose van het bot.

39
Q

Wat is er opvallend aan de radius en ulna van het paard ten opzichte van de hond?

A

De ulna is enkel proximaal (er is geen diafyse meer), maar de distale groeiplaat blijft wel bestaan.

40
Q

Wat zijn de voornaamste aandoeningen van de carpus bij het paard?

A

Bijna alles van VINDICATE, behalve autoimmuun en endocrien.

41
Q

Wat is atavisme?

A

Een karakteristiek die terug komt, nadat deze enkele generaties afwezig is geweest. Dit wordt meestal veroorzaakt door een recombinatie van genen.