Psychopathologie Flashcards

1
Q

Wat betekent apraxie? Noem een stoornis waar dit een symptoom kan zijn.

A

moeite om complexe handelingen uit te voeren.
Alzheimer dementie
(sokken aantrekken over je schoenen bijv. of wel schoenen aan maar geen veters strikken)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Noem de psychosespectrumstoornissen

A
  1. Psychotische verschijnselen
  2. Psychotische (toestand)beeld
  3. Psychose spectrum stoornissen:
    - Schizofrenie
    - Schizo-affectieve stoornis:
    - Kortdurende psychotische stoornis:
    - Waanstoornis
    - Psychose door middel van middel/medicatie/somatische aandoening
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn de DSM criteria van:
Paniekstoornis

A

Recidiverende en onverwachte paniekaanvallen. Gepaard met veel lichamelijke klachten zoals hartkloppingen, trillen, zweten, duizeligheid, misselijkheid en een sterke angst over de mogelijke gevolgen als gevolg hiervan (bv overlijden).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de DSM criteria van:

Specifieke fobie
Sociale fobie
Agorafobie

A
  • Specifieke fobie: Angst voor een specifieke prikkel of situatie wat gepaard gaat met vermijding. Subtypen: dier, natuurlijke omgeving, BBI en situationeel
  • Sociale fobie: Iemand met een sociale fobie kenmerk zich door een onrealistische angst voor afwijzing in sociale settingen zoals binnen een groep of bij specefiecke taken zoals telefoneren of het geven van een presentatie. De angst om vreemd over te komen en af te gaan beheerst hun gedrag. Het leggen van contacten wordt als een enorm probleem ervaren.
  • Agorafobie wordt in de volksmond ook wel straat- of pleinvrees genoemd. De angst komt voornamelijk vanuit de angst om niet weg te kunnen of geen hulp te krijgen
    als er iets zou gebeuren > veelal worden deze situaties vermeden of durft men deze niet alleen aan te gaan.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke behandelmethode is de gouden standaard voor angststoornissen

A

Combi CGT (exposure) en SSRI

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is het verschil tussen manie en hypomanie

A

Bij een manie ben je opmerkelijk opgewekt, druk, vrolijk en wil je onmogelijk veel plannen maken. De intense vrolijkheid houdt doorgaans geen verband met wat er op dat moment in je leven gebeurt.

Hyomanie wordt je dagelijks functioneren vaak verstoord, omdat je het zicht op de realiteit kwijt bent. We spreken van een hypomanie als de klachten milder zijn en er geen problemen in het functioneren ontstaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

En welke behandeling is aan te raden bij depressieve stoornissen?

A

PT (CGT of IPT bijv) en SSRI

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Noem bij stemmingsst. het medicatieprotocol

A

SSRI
TCA
lithium
MAO remmer
ECT

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat moet je altijd uitsluiten bij diagnosestelling

A

Somatische aandoening of middel als oorzaak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn vitale kenmerken?

A

ontregeling vitale functies (eten, slapen, dag/nachtritme)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat wordt verstaan onder het kindling effect?

A

Een mogelijke verklaring voor deze kwetsbaarheid voor terugval is dat een depressieve periode kan leiden tot biologische en psychologische veranderingen, waarna minder krachtige psychosociale factoren nodig zijn om een terugval te luxeren (kindling-effect).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat betekent recidiverend?

A

Recidiverend betekent dat de klachten opnieuw ontstaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Noem 5 symptomen van katatonie en licht ze toe

A

grimasseren
wasachtige buigzaamheid
stupor
negativisme
mutisme

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn de Cluster A-persoonlijkheidsstoornissen

A
  • Paranoïde-persoonlijkheidsstoornis
  • Schizoïde-persoonlijkheidsstoornis
  • Schizotypische-persoonlijkheidsstoornis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn de Cluster B -persoonlijkheidsstoornissen

A
  • Antisociale-persoonlijkheidsstoornis
  • Borderline-persoonlijkheidsstoornis
  • Histrionische-persoonlijkheidsstoornis (voorheen: theatrale)
  • Narcistische-persoonlijkheidsstoornis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn de Cluster C -persoonlijkheidsstoornissen

A
  • Vermijdende-persoonlijkheidsstoornis (voorheen ontwijkende)
  • Afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis
    Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (voorheen obsessieve-compulsieve)