Scheikunde hoofdstuk 6 Flashcards

1
Q

Bindingen

A

metaalbindinge, ionbinding, atoombinding, vanderwaalsbinding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

metaalbinding

A

tussen metaalionen en de vrij bewegende elektrone in een metaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

ionbinding

A

de aantrekkende kracht tussen positieve en negatieve ionen in een zout

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

atoombinding

A

ontstaat als atomen elektronen delen. hierbij ontstaat moleculen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

vanderwaalsbinding

A

tussen moleculen zijn ze te vinden. de sterkte hiervan hangt af vand e massa van moleculen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Corrosie

A

een proces waarbij metalen reageren met water en zuurstof. je kunt het indelen in 4 categorien: edele metalen, halfedele metalen, onedele metalen en zeer onedele metalen. edele zijn ongevoelig voor corrosie en onedele metalen zijn zeer gevoelig daarvoor en de andere twee zitten er tussen in

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

elektrisch geleidbaarheid

A

het vermogen van een zuivere stof of mengsel om elektrisch stroom te geleiden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

hydrofiel en hydrofoob

A

een stof die goed oplosbaar is in water is hydrofiel en een stof die juist slecht oplosbaar is in water is hydrofoob

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

indeling stoffen

A

metalen, zouten en moleculaire stoffen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Metalen

A

alleen een symbool van een metaal komt voor in een formule.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

legering

A

mengsel van metalen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

zouten

A

hebben een hoog smelt en kookpunt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

moleculaire stoffen

A

stof dat uit moleculen bestaat en in de formule komen symbolen van niet metalen foor dit heet molecuulformule

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Ion

A

als een atoom elektronen afstaat of opneemt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

oplosvergelijking

A

als een zout oplost in water dan komen de ionen los van elkaar dit kun je dan in een oplosvergelijking weergeven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

roosters

A

metaalrooster en ionrooster

17
Q

metaalrooster

A

bestaat uit positief geladen metaalionen in een vast patroon

18
Q

ionrooster

A

regelmatige rangschikking van positieve metaalionen en negatieve niet metaalionen (bij zouten)

19
Q

structuurformule

A

een telefong van een molecuul waarbij alle atoombindingen als streepjes zijn weergegeven

20
Q

covalentie

A

elk atoom kan een maximaal aantal atoombindingen aangaan