tentamen religie 3 Flashcards Preview

religie, filosofie en psychologie > tentamen religie 3 > Flashcards

Flashcards in tentamen religie 3 Deck (23):
1

wat is het uitgangspunt van Terror management theorie?

dat mensen, net als alle andere dieren, zijn uitgerust met een instinctieve drang tot zelfbehoud, die hen ertoe aanzet zichzelf zo lang mogelijk in leven te houden.

2

welke vier buffers noemt de terror management theorie, om om te kunnen gaan met doodsangst (terror)

- zelfwaardering (ik ben iets waard)
- cultural worldview (mijn wereld is betekenisvol)
- nauwe relaties (anderen bieden mij bescherming)
- sociale identificatie (natie/religie: ik leef voor de groep)

3

wat betekent attachement?

genetisch bepaald en aangeboren menselijk gedragssystemen, dat gericht is op overleving.

4

welke stelling doet bowlby over de hechting van kinderen aan hun ouders?

dat deze hechting gevolgen heeft voor de manier waarop ze later relaties met anderen ervaren voor de en de wijze waarop zij zichzelf ervaren.

5

attachmentrelaties worden volgens bowlby gekenmerkt door 5 aspecten, welke?

- zoeken van nabijheid van de verzorger
- ontvangen van zorg en bescherming
- gevoel van zekerheid
- angst voor scheiding
- verdriet over verlies

6

binnen de attachementtheorieen worden drie mogelijke stijlen in attachmentpatronen onderscheiden, welke?

- de zekere stijl (secure)
- de vermijdende stijl (avoidant)
- de angstig-ambivalente stijl (anxious ambivalent)

7

wat houdt de zekere stijl in binnen de attachmentstijlen?

wordt gekenmerkt door het vertrouwen dat de attachmentfiguren in tijden van nood beschikbaar zullen zijn. in volwassen situaties blijkt zeker hechting tot meer sociaal gedrag te leiden.

8

wat houdt de vermijdende stijl in binnen de attachmentstijlen?

wordt gekenmerkt door onzekerheid en het gebrek aan vertrouwen in de beschikbaarheid van anderen. kinderen met een vermijdende stijl gedragen zich alsof scheiding en daarna hereniging met de moeder hen onverschillig laat

9

wat houdt de angstig-ambivalente stijl in binnen de attachmentstijlen?

deze stijl hebben mensen die graag een hechte relatie met anderen willen hebben, maar tegelijk bang zijn afgestoten te worden door de ander. deze kinderen laten extreme spanningen zien als ze gescheiden worden van hun moeder/vader, ze kunnen vaak niet kiezen tussen aanhankelijk gedrag en boos worden.

10

Kirkpatrick heeft vastgesteld dat iemands attachmentstijl gevolgen heeft voor de relatie tussen de persoon en god, en voor het godsbeeld dat ontstaat. welke twee hypothesen Kirkpatrick?

1. correspondentiehypothese
2. compensatie-hypothese

11

wat houdt de correspondentiehypthese in, die Kirkpatrick stelt?

de attachementstijl loopt parallel met de opvattingen over god

12

wat zijn copingstrategieën

de strategieën die we gebruiken om spanningen en crises aan te pakken

13

In welke drie groepen kunnen copingsystemen worden ingedeeld?

- pogingen om de overgeving te veranderen
- pogingen om onszelf te veranderen
- pogingen om beide te veranderen

14

wat is het uitgangspunt van Paragment, met betrekking tot coping?

Mensen die zich bezig houden met coping, zijn op zoek naar een gevoel van betekenis of zingeving. de betekenis wordt gezocht in een complex systeem van overtuigingen, waarden, gevoelens en conceptuele schema's.

15

Het copingproces heeft betrekking op alle niveaus van het menselijk functioneren. Hoe verloopt het Copingproces?

- critical even (waarneming van een kritieke gebeurtenis)
- Appraisal (waarderen van deze gebeurtenis)
- oordeel (drie mogelijke oordelen: verdriet/verlies, dreiging, uitdaging)

16

wat houdt problem-focus in, qua coping-stijl?

gericht op het probleem en de oorzaak. aandacht voor het probleem doet zich vooral voor als de persoon inschat dat de situatie te veranderen is.

17

wat houdt emotie-focus in, qua coping-copingstijl?

gericht op de emoties die door het probleem veroorzaakt zijn. Een te sterke focus op de emoties brengt vaak vermijding van het probleem met zich mee.

18

wat houdt religieuze coping in?

als er sprake religie (in hoge mate) een deel uitmaakt van het proces van begrijpen en omgaan met een kritieke levensgebeurtenis

19

Paragment onderscheidt 5 hoofdgroepen van religieuze copingsactiviteiten, welke?

1. religieuze methoden om betekenis te geven aan de gebeurtenis
2. religieuze copingstijlen gericht op het krijgen van sturing en controle over de gebeurtenis(sen)
3. copingsactiviteiten gericht op het verkrijgen van troost en nabijheid van god
4. gericht op intimiteit met nabijheid van anderen en god
5. kader van transformatie: religie gebruiken om een nieuwe richting in te slaan

20

Paragment ontdekte ook 3 verschillende copingstijlen, op welke manier mensen god kunnen betrekken bij de copingmethoden, welke?

- Deferring coping (coping door volledige overgave aan god, daar ligt de oplossing)
- collaborative coping (samenwerkende stijl, samenwerken met god en bidden voor hulp. Geen totale overgave)
- Self-directive (zelf-sturende: erkent het bestaan van god maar beschouwt het probleem als iets dat hij/zij zelf moet oplossen.)

21

wat houdt self-enhancement in?

het streven naar een positief zelfbeeld

22

In het Emotiemodel beschrijft Fridja de verschillende fasen die we doorlopen bij emoties, die steeds de mogelijkheid bieden tot stoppen of voortzetten van het proces. Welke 6 fasen geeft hij?

1. waarneming stimulus
2. Primaire taxatie: waargenomen situatie wordt vergeleken met de belangen (ook religie wordt hierbij betrokken)
3. secudaire taxatie: Nagaan welke strategieën voorhanden zijn om de situatie te kunnen hanteren
4. Appèl: emoties krijgen voorrang op het overige functioneren
5. actiebereidheid
6. emotiegedrag

23

wat houdt social facilitation in?

De eigen waarnemingen en cognities worden gefaciliteerd, beïnvloed, door de aanwezigheid van anderen