Thema 2 Flashcards

1
Q

Chorda

A

langwerpig streepje mesodermaal steunweefsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Prokaryota

A

Nucleoid, plasmamembraan en ribosomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Eukaryota

A

Celkern, organellen en cytoskelet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Karyo

A

zegt iets over de opslag van DNA in de cel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Porifera

A

Wel taakdifferentiatie maar nog geen weefselvorming

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Cnidaria

A

Diploblast, radiaal symmetrisch, incompleet spijsverteringssysteem, diffuus zenuwnetwerk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Platyhelmintes

A

Triploblast, bilateraal symmetrisch, acoelomata, incompleet spijsverteringssysteem, CNs (2 laterale zenuwstrengen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Pseudocoeloom

A

klein beetje vloeistof, hydrostatisch skelet, optimalisatie van diffusie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Nematoda

A

Triploblast, bilateraal symmetrisch (cephalisatie: kopvorming), pseudocoeloom, compleet spijsverteringssysteem (protostoma, mond ontwikkelt eerst), CNS (ventrale zenuwstreng en kopganglion), excretie door diffusie en spijsverteringssysteem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Annelida

A

Triploblast, bilateraal symmetrisch (cephalisatie), segmentatie, coeloom, protostoma (complete spijsvertering), CNS (ventrale zenuwstreng + kopganglion), gesloten circulatiesysteem en een excretiesysteem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Endostyle

A

soort plakspul waar voedingsstoffen aan kunnen blijven plakken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Chordata

A

Triploblast, bilaterale symmetrie (cephalisatie), segmentatie, Coeloom, compleet spijsverteringssysteem (deuterostoma: anus ontwikkelt eerst), CNS (dorsale zenuwstreng), ademhalingssysteem, gesloten circulatiesysteem en een excretiesysteem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Ectoderm

A

Zenuwstelsel, epitheellaag vd huid, nagels, haren klieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Endoderm

A

Epitheliale weefsels vd tractus digestivus, lever, longen, blaas

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

protostomen

A

nematoda en mollusca

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

deuterostomen

A

vertebraten en echinodermata

17
Q

ectoderm

A

zenuwweefsel, epitheellaag huid, neurale lijstcellen

18
Q

mesoderm

A

steunweefsel, spieren, vet, lymfe, hart, bloedvaten en bloedcellen

19
Q

endoderm

A

lever, longen, blaas, pancreas, epitheel digestive system

20
Q

holoblastisch

A

complete klieving (mesolecithaal: veel dooier, isolecithaal: weinig dooier)

21
Q

meroblastisch

A

heel veel dooier, incomplete klieving, inequaal, partiële klieving

22
Q

preformatie

A

bij nematoden is het aantal cellen al vastgelegd

23
Q

amniota

A

reproductie op land, inwendige bevruchting, amnion, allantois, chorion en dooierzak

24
Q

matrotrophic

A

embryo’s krijgen de meeste voedingsstoffen die nodig zijn voor de ontwikkeling van de moeder via de baarmoeder

25
Q

Placenta

A

any intimate apposition or fusion of the fetal organs to the maternal tissues for physiological exchange

26
Q

zona pellucida

A

transparante eiwitlaag om de eicel heen om het te beschermen tijdens de eerste klievingsdelingen

27
Q

cumuluscellen

A

dikke laag somatische cellen om de eicel die zorgen voor voeding en rijping, signalen voor ontwikkeling en communiceert met de eicel door uitlopers door de zona pellucida

28
Q

Trophectoderm

A

buitenkant embryo, implantatie baarmoeder, vormen vruchtvliezen en placenta, niet het embryo

29
Q

inner cell mass

A

binnenkant embryo, vormt de foetus

30
Q
A