Hoorcollege 2: wervelkolom en rugspieren Flashcards Preview

Anatomie module 8 > Hoorcollege 2: wervelkolom en rugspieren > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 2: wervelkolom en rugspieren Deck (10)
Loading flashcards...
1
Q

Waaruit bestaat de grondvorm van een wervel?(4)

A
  1. het wervellichaam
  2. de wervelboog (met een aantal uitstekels, deze heten processi).
  3. zeven uitsteeksels, de processi
  4. wervelkanaal, ook wel foramen vertebrale (als je de wervels gaat stapelen op elkaar krijg je de wervelkolom, hiermee komen ook een aantal andere structuren tot stand zoals de facet gewrichtjes en het wervelkanaal).
2
Q

Welke processi zitten er vast aan een wervelboog? (4)

A
  1. processus spinosus, wijst dorsaal
  2. processus transversi, linker- en rechterkant één
  3. processus articularis superior
  4. processus articularis inferior
3
Q

Waaruit bestaat een facetgewricht?

A

Twee wervels boven elkaar, processus articularis superior + inferior

4
Q

Wat wordt er nog meer door de opeenstapeling van twee wervels op elkaar gevormd?

A

het foramen intervertebrale, dit is handig want hierdoor kunnen de spinale zenuwen vanuit het ruggenmerg naar buiten treden.

5
Q

Welke wervel vormt de overgang van het grote naar het kleine bekken?

A

L5, zit op het os sacrum en steekt het meest naar voren toe in het bekken van de wervels.

6
Q

Wat zijn de verschillen van een cervicale wervel ten opzichte van een thoracale wervel? (5)

A
  1. klein wervellichaam
  2. groot wervelkanaal
  3. processus spinosus erg klein
  4. zitten gaten in de processi transversi, deze heten de forami transversum. Hier loopt de arteria vertebralis om de hersenen van bloed te voorzien.
  5. C1 heeft een heel vlak en horizontaal gewrichtsvlak doordat deze met de schedel articuleert.
7
Q

Wat zijn de verschillen van een lumbale wervel ten opzichte van een thoracale wervel? (3)

A
  1. wervellichaam is heel groot, dit moet ook omdat de wervels een heleboel gewicht dragen.
  2. wervelkanaal is daarentegen klein omdat veel zenuwen al zijn afgetakt en er dus nog maar “weinig” doorheen hoeft.
  3. hele grote processus spinosus die naar achter wijst., want hier zijn veel rugspieren die aangehecht moeten worden aan deze processus.
8
Q

Wat is de functie van de musculus erector spinae (niveau L2)?

A

hierdoor kun je goed vooroverbuigen; ingewikkelde spier die uit heel veel kleine spiertjes bestaat.

een andere rugspier die hier zit is de musculus transverso spinalis.

9
Q

Uit welke lagen bestaat de m. erector spinae? (3)

A
  1. mm. Spinales, van de ene transversus spinosus naar de volgende; overbruggen aantal wervels en zitten mediaal.
  2. mm. Longissimus, meer lateraal; gaat naar de ribben toe.
  3. mm. Iliocostalis, begint bij os ilium; gaat naar de costa toe ofwel ribben. Samengestelde spier met allemaal spiertjes tussen de ribben.
10
Q

De wervelkolom tussenwervelschijven is van zichzelf te flexibel, wat zorgt voor stabiliteit? (2)

A
  1. extra steunkolom van facetgewrichten. Zorgen voor beweeglijkheid maar beperken tegelijkertijd ook de bewegingsmogelijkheden.
  2. aantal ligamenten die over de hele wervelkolom lopen, beperken ook de bewegingsmogelijkheden een beetje.