Thema 2: Training & ontwikkeling: Hoofdstuk 1: Arbeids- en organisatiepsychologie - een inleiding Flashcards

1
Q

Diversiteit

A

Een algemeen begrip voor de manieren waarop mensen op een werkplek of in een werknemersbestand van elkaar verschillen (zie ook diversiteitsmanagement)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Diversiteitsmanagement

A

Het garanderen dat alle mensen in een personeelsbestand worden behandeld op een manier die hun individualiteit, groepslidmaatschap en vermogen om een bijdrage te leveren respecteert

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Psychologie

A

Vakgebied dat soms wordt gedefinieerd als de wetenschap van het mentale leven; houdt zich bezig met het systematisch bestuderen van gedrag, gedachtes en emoties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Biopsychologie

A

De tak van psychologie die zich bezighoudt met de relatie tussen lichaam en geest

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Cognitieve psychologie

A

De tak van psychologie die zich bezighoudt met onderzoek naar waarneming, geheugen en informatieverwerking door de mens

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Ontwikkelingspsychologie

A

De tak van psychologie die zich bezighoudt met hoe mensen zich in de loop van hun leven ontwikkelen en veranderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Sociale psychologie

A

De tak van psychologie die zich bezighoudt met hoe de sociale wereld van invloed is op het gedrag, de gedachtes en emoties van individuen en groepen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Persoonlijkheidsleer

A

De tak van psychologie die zich bezighoudt met hoe en waarom mensen in psychisch opzicht van elkaar verschillen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Psychoanalytische traditie

A

De psychologische benadering die zich richt op onbewuste drijfveren en conflicten als bepalende gedragsfactoren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Fenomenologische benadering van persoonlijkheid

A

Benadering gericht op hoe mensen de wereld om zich heen ervaren. De focus ligt op het menselijk vermogen om ervaringen te interpreteren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Humanistische benadering van persoonlijkheid

A

Optimistische variant van de fenomenologie waarbij het individu streeft naar persoonlijke groei of zelfrealisatie; naar het vervullen van zijn potentieel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Behaviorisme

A

Een psychologische benadering die zich concentreert op de (voor de persoon) externe omstandigheden waaronder gedrag wordt vertoond en de observeerbare consequenties van gedrag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Bekrachtiging

A

In de behavioristische benadering van persoonlijkheid is bekrachtiging het optreden van een aangename stimulus (positieve bekrachtiging) of het wegnemen van een onaangename stimulus (negatieve bekrachtiging) naar aanleiding van specifiek gedrag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Bestraffing

A

In de behavioristische benadering van persoonlijkheid is bestraffing het optreden van een onaangename stimulus of de verwijdering van een aangename stimulus als gevolg van specifiek gedrag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Sociaal-cognitieve theorie

A

In deze theorie spelen interne cognitieve processen (bijvoorbeeld verwachtingen over wat zou kunnen gebeuren) en externe (sociale/situationele) factoren een belangrijke rol bij het bepalen van gedrag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Sociaal-cognitieve traditie

A

De traditie in de psychologie die nadruk legt op hoe mensen in een sociale context informatie verwerken

17
Q

Zelfwerkzaamheid (self-efficacy)

A

Iemands overtuigingen over zijn eigen vermogen, vaardigheden, kennis, enz.

18
Q

Schema

A

In de sociaal-cognitieve traditie is een schema iemands gestructureerde verzameling overtuigingen en verwachtingen

19
Q

Script

A

In de sociaal-cognitieve traditie is een script een verwachte opeenvolging van gebeurtenissen die iemand met een bepaald type situatie in verband brengt

20
Q

Hawthorne-experimenten

A

Een reeks aan onderzoeken naar arbeidsgedrag uitgevoerd in de fabriek van de Western Electric Company in Hawthorne, vlakbij Chicago, in de jaren twintig van de vorige eeuw

21
Q

Hawthorne-effect

A

Het effect van een interventie op een onderzocht persoon, of personen, dat uitsluitend te wijten is aan het feit dat deze aan een onderzoek meedoet (meedoen)

22
Q

Etniciteit

A

Een gevoel van eenheid en verbondenheid op grond van (vermeende) gemeenschappelijke afstamming, cultuur of geschiedenis

23
Q

Cultuur

A

Het door mensen gegenereerde deel van de omgeving dat door de tijd heen aan achtereenvolgende generaties wordt doorgegeven en dat ertoe leidt dat mensen binnen die groep gemeenschappelijke betekenissen ontwikkelen. Het geeft mensen ‘standaard besturingsprocedures’, ofwel manieren om dingen te doen