College 4 H 8 9 Flashcards Preview

Ontwikkelingspsychopathalogie > College 4 H 8 9 > Flashcards

Flashcards in College 4 H 8 9 Deck (22)
Loading flashcards...
1
Q

naast de drie primairy kenmerken van ADHD (hyperactivity, attention en impulsivity), zijn er ook secudairy kenmerken. Welke zijn dit?

A
  • motor skills
  • gecorreleerd met lager IQ en academische vaardigheden
  • executieve functies, zoals plannen.
  • aanpassingsvermogen
  • sociale afwijzing door gedrag.
2
Q

Er is een bewering in de wereld dat het aantal mensen met ADHD is toegenomen. Is dit zo?

A

grote meta studies hebben aangetoond van niet.

3
Q

Welke drie dingen kunnen gezecht worden over het voorkomen van ADHD?

A
  • vaker bij jongens
  • hoger bij lage sociale economische klassen
  • hoger bij caucasians
4
Q

Is ADHD genetisch overdraagbaar?

A

Ja het heeft een hele hoge erfelijkheidsgraad. Roken en alcohol tijdens de zwangerschap kunnen de kans vergroten.

5
Q

Wat is een andere theorie die de gedragssymptomen van ADHD verklaard naast de ADHD diagnose?

A

Onderzoeken geven aan dat kinderen met ADHD later mentaal ontwikkelen. Dit verklaard achterstand in gedrag.

6
Q

Wat zijn belangrijke kenmerken van Oppositional defiant disorder?

A

een patroon van negatieve, vijandige en afwijkend gedrag teminste 6 maanden. Waarvan tenminste vier van de onderstaande symptomen aanwezig zijn
1. temper verlies
2. discussies aangaan met volwassenen
3. niet gehoorzamen
4. vrijwillig mensen irriteren
5. andere de schuld geven voor eigen fouten
6. boos
7. haatvol
8. snel geirriteerd door anderen.

daarnaast moet het gedrag bij kinderen <5 jaar meeste dagen voorkomen. en bij kinderen van >5 jaar minstens 1 keer per week.

7
Q

Wat is Conduct disorder? (CD)

A

aggressief patroon van gedrag die tegen maatschappelijke normen in gaan. 3 van de volgende criteria moeten 12 maanden aanwezig zijn en 1 tenminste 6 maanden.

4 categorieen. (let op hieronder vallen dus allerlei criteria, dit zijn niet de criteria)
* agression to people and/or animals
* destruction of property
* deceitfulness or theft
* serious violation of rules

vanaf 18 plus wordt dit antisocial personality disorder.

8
Q

net als bij ADHD komen ODD en CD vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Wat kan een verklaring naast biologische verklaringen hiervoor zijn?

A

meisjes worden onderschat en symptomen worden anders geuit dan bij jongens. Deze worden niet meegenomen in DSM.

9
Q

Hoe ontwikkeld ODD zich meestal tijdens de kindertijd tot jong volwassenheid?

A

vrij stabiel over de tijd

10
Q

Hoe ontwikkeld CD zich meestal tijdens de kindertijd tot jong volwassenheid?

A

wordt steeds erger naarmate adolescentie nadert en vordert.

11
Q

Waarom heeft het tijdstip van ontstaan van de stoornis (kinder vs adolescentie) invloed op de loop van de stoornis bij CD en ODD?

A

Als het in de kindertijd onstaat is er een ander ontwikkelingsprofiel. De kans is groter dat er grotere problemen zijn tijdens de volwassenheid.

12
Q

Wat is het idee van Loebers’ three pathway model?

A

Het model geeft de fases weer van ODD en CD en de invloed van vroeg en late onset.

13
Q

Wat is intermittent explosive disorder?

A

specifieke stoornis die valt onder de DSM categorie disruptive, impulse-control en conduct disorders. Wordt gekenmerkt door herhaaldelijke en frequente woede uitbarstingen. Wordt niet gediagnostiseerd bij kinderen jonger dan 6 jaar.

14
Q

Antisocial personality disorder valt onder welke categorieen?

A

persoonlijkheidsstoornissen, maar ook onder disruptive, impulse-control en conduct disorders.

15
Q

Een andere benadering dan het categoriseren van stoornissen zoals in de DSM is het groeperen in dimensies (emperische methoden). Welke twee externaliserende dimensies worden onderscheidden als syndromen bij deze benadering? Hoe ontwikkelen deze zich onder jongens en meisjes tijdens hun ontwikkeling

A
  1. aggressive behavior
  2. rule-breaking behavior
16
Q

Op welke twee manieren kunnen volgens de emperische methode conduct disorders worden ingedeeld?

A
  1. salient behavior (uitspringend)
  2. age of onset
17
Q

Wat is kleptomania?

A

stoornis die stelen betreft

18
Q

Dodge en collega’s onderscheiden twee soorten agressie bij kinderen. Leg uit

A

1.** reactive agression**: agressieve reactie op een profacatie.Wordt meer geassocieerd met eerdere stadia van agressie. bijvoorbeeld het niet goed interpreteren van signalen

  1. proactive agressionniet vanuit agressieve reactie, maar vanuit doelbewuste actie. Denk aan pesten, plagen, of opzettelijk een gevecht starten. Vaak heeft dit als doel dat het een positieve omgevingsuitkomst heeft. Wordt geassocieerd met latere stadia van agressie. bjivoorbeeld het positieve evalueren van een agressieve reactie om een doel te bereiken.
19
Q

Wat wordt bedoeld met multisystematic therapy

A

verschillende vormen van interfenties worden toegepast om het kind te helpen bij externaliserende gedragsproblemen. Combinatie van:
* parent training
* community based interventions
* cognitive problem solving skills training

20
Q

Kinderen met ADHD hebben vaak last van een factor genaamd sluggish cognitive tempo. wat houdt dit in?

A

slaperig en dagdromerig. Geen officiel criteria in DSM.

21
Q

gedragsregulatie wordt mogelijk gemaakd door welke vier executieve functies?

A
  • Non-verbale werkgeheugen: stelt de persoon in staat om informatie ‘on-line’ te houden, zodat het gebruikt kan worden om een volgende reactie te controleren.
  • Verbale werkgeheugen: internalisering van spraak. Stelt de persoon in staat om mentaal te reflecteren op regels en instructies, die geïnternaliseerd zijn om gedrag te leiden.
  • Zelfregulatie van affect, motivatie en arousal: processen die de persoon in staat stellen om emoties en motivatie aan te passen, zoals het verminderen van woede.
  • Reconstitutie: stelt de persoon in staat om te analyseren en synthetiseren (om non-verbale en verbale eenheden op te delen en opnieuw te combineren), waardoor hij/zij nieuw gedrag kan construeren.
22
Q

Wat zijn neurobiologische afwijkingen bij ADHD?

A

Afwijkingen in de frontale en striatale gebieden en het cerebellum lijken een grote rol te spelen bij de kernkenmerken van ADHD en bij veel neuropsychologische tekorten die met ADHD worden geassocieerd. Ook wordt ADHD geassocieerd met afwijkingen in neurotransmittersystemen, zoals dopamine en norepinefrine: