behandeling van zedendelinquenten (Van Beek) Flashcards

1
Q

Welke theoretische perspectieven benadrukken verschillende verklaringen voor zedendelinquentie?

A

Biologische, ontwikkelingspsychologische, culturele en situationele factoren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Welke uitdagingen worden genoemd waarmee behandelaars worden geconfronteerd bij de behandeling van zedendelinquenten?

A
  • Ambivalente houding van zedendelinquenten ten opzichte van therapie
  • Ernst van hun problematiek
  • Lopen risico op emotionele schade door burn-out of secundaire traumatisering
  • Negatieve maatschappelijke klimaat jegens (zeden)delinquenten bemoeilijkt de behandeling ook, wat de motivatie voor therapeutische betrokkenheid beïnvloedt en het risico op straffende bejegening vergroot
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke basistypen worden genoemd bij verkrachters in de gegeven context?

A
  • Opportunistische verkrachter met een algemene impulsieve levenshouding
  • Wraakzuchtige verkrachter die seksuele delicten pleegt om angstige of agressieve gevoelens te reguleren
  • Seksualiserende verkrachter met afwijkende seksuele interesses en/of dwangmatige seksuele motivatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat wordt aanbevolen met betrekking tot de behandeling van zedendelinquenten?

A

Behandeling van zedendelinquenten gebaseerd moet zijn op cognitief gedragstherapeutische en biomedische inzichten, rekening houdend met de oorzakelijke en in stand houdende risicofactoren van zedendelinquentie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke twee modellen worden veel gebruikt binnen de toepassing van cognitieve gedragstherapie bij zedendelinquenten?

A
  • Integrale, biopsychosociale leermodel van Marshall en Barbaree
  • Zelfregulatiemodel van Ward, Hudson en Keenan
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat beschrijft het biopsychosociale model van Marshall en Barbaree?

A
  • Ongunstige wisselwerking tussen biologische, ontwikkelingspsychologische en culturele risicofactoren die jongere ontvankelijk maken voor plegen van zedendelicten
  • Hechtingsproblematiek speelt hierin een prominente rol, voortkomend uit langdurig fysiek en/of seksueel misbruik en emotionele verwaarlozing
  • Impliciete theorieën bij pedoseksuelen, waaronder overtuigingen over de seksuele verlangens van kinderen en het recht op seksueel contact
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat benadrukt het zelfregulatiemodel van Ward, Hudson en Keenan?

A
  • Hoe zedendelinquenten met bepaalde belasting tot zedendelicten komen
  • Beschrijft zelfregulatieproblemen, zowel onderregulatie als verkeerde regulatie
  • Onderscheidt impulsieve en planmatige varianten van intacte zelfregulatie
  • Benadrukt de verschillende wegen waarlangs zedendelinquentie wordt geactiveerd en in stand wordt gehouden, zonder uitgesproken frustraties of morele bezwaren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe draagt zelfregulatiemodel bij aan het begrijpen van zedendelinquentie?

A
  • Zelfregulatieproblemen
  • Verschillende activeringswegen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe draagt biopsychosociale model bij aan het begrijpen van zedendelinquentie?

A

Hechtingsproblematiek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de “what works”-principes die in de jaren negentig zijn ontdekt en de effectiviteit van de behandeling van zedendelinquenten vergroten?

A
  • Risico-principe
  • Behoefteprincipe
  • Responsiviteitsprincipe
  • Integriteitsprincipe
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is het risico-principe?

A
  • Hoogrisicopatiënten vereisen intensieve intramurale behandeling
  • Laag- tot middelmatig-hoogrisicopatiënten vereisten ambulante behandeling
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is het behoefteprincipe?

A

Behandeling moet gericht zijn op veranderbare risicofactoren, zoals antisociale houding, netwerk, persoonlijkheid, en verslaving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is het responsiviteitsprincipe?

A

Behandeling moet worden afgestemd op de leerstijl van de pleger, met cognitieve gedragstherapie als meest effectieve benadering

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is het integriteitsprincipe?

A

Behandelprogramma moet worden uitgevoerd zoals bedoeld, gebaseerd op theoretisch model en beschreven in een handleiding.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly