pathologie hart- en vaatstelsel 4 Flashcards

1
Q

wat zijn aandoeningen van het myocard

A

myocarditis
cardiomyopathie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

voorbeelden aandoeningen vh endocard

A

endocarditis
acute reuma

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat is endocarditis

A

ontsteking van het endocard en hartkleppen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

risicofactoren v endocarditis

A

: reeds hart- of klepafwijking, eerdere endocarditis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

oorzaak endocarditis

A

meestal bacterieel (streptokokken of staphylokokken)
- vormen vegetaties op hartkleppen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat zijn vegitaties op hartkleppen

A

ophopingen van bacterieen en celresten, deze kunnen loskomen en elders infecties veroorzaken of voor verstopping zorgen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat zijn symptomen van endocarditis

A

aspecifiek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

hoe endocarditis voorkomen

A

goede mond en huidhygiene extra belangrijk anders kunnen bacterien via bloedbaan naar kleppen gaan en daar infecteren

endocarditis profylaxe (antibioticacuur voor medische/tandheelkundige ingrepen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wat is acute reuma

A

auto immuunziekte
bij 1/2 patient aantasting hart (vaak mitralisklep)
vooral kinderen/jongeren na keel- of huidontsteking (2 weken later)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

waarvan is acute reuma het gevolg

A

streptokokkeninfectie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat is de behandeling voor acute reuma

A

ontstekingsremmers en antibiotica

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat zijn de symptomen van acute reuma

A

koorts, ontstoken en pijnlijke gewrichten, weinig eetlust, vegitatie op hartklep

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat is klepstenose

A

vernauwde doorgang omdat klep niet goed opent

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

gevolg klepstenose

A

verwijding van compartiment waar bloed doorheen moet gepompt worden en deel dat er op volgt gaat minder goed gevuld zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat is klepinsufficientie

A

kleppen sluiten onvoldoende, terugstroom mogelijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

wat zijn de kleppen die het vaakst getroffen worden door hartklepaandoeningen

A

mitralisklep en aortaklep

17
Q

hoe worden hartklepaandoeningen gediagnosticeerd

A

auscultatie
echocardiografie

18
Q

hoe hartklepaandoening behandelen

A

opvolgen voor niet verergeren,
soms herstel of vervanging van klep

bij vervangen 2 opties:
mechanische klepprothese of biologische

18
Q

hoe kunnen aritmieën ingedeeld worden

A

supraventriculaire
ventriculaire

19
Q

hoe ontstaan supraventriculaire aritmieën

A

opgewekt door elektrische afwijkingen in sinusknoop, atriumwand of av-knoop

20
Q

hoe kan een hartritme verstoord geraken

A

door afwijkend hartritme, geleiding of beiden

21
Q

hoe ontstaan ventriculaire aritmieën

A

opgewekt in ventriculaire prikkelgeleidingssysteem of ventrikelwand

22
Q

waarom zijn ventriculaire aritmieën levensbedreigend

A

omdat ventriculair bloed naar lichaam gepompt moet worden

23
Q

wat zijn oorzaken van hartgeleidingsstoornissen

A

bestaande hartaandoeningn (eerder doorgemaakt hartinfarct, cardiomyopathie of angeboren), drugs,
alcohol,
roken,
sommige stofwisselingsziekten (hyperthyroidie)

24
Q

wanneer spreekt men van tachycardie

A

meer dan 100 slagen/min

25
Q

wanneer spreekt men bradycardie

A

min dan 50 slagen/min

26
Q

wat is atriumfibrilleren

A

meest voorkomend,
boezems trekken onregelmatig en versneld samen

+75 meer dan 10%
vaker bij patienten met reeds hartaandoeningen,

niet altijd klachten maar kunnen complicaties ontstaan

27
Q

wat is ventrikelfibrilleren

A

ongecontroleerde elektrische prikkels op meerdere plaatsen op de kamers tegelijkertijd,

ongecontroleerd samentrekken kamers (fibrilleren/trillen)

28
Q

wat zijn de symptomen van ventrikelfibrilleren

A

bewusteloos,
adement niet en
ziet heel bleek.
treed circulatiestilstand op, moet patient gereanimeerd worden met defibrilator kan forse elektrische shock normale sinusritme herstellen

29
Q

wat krijgen hoog risicopatienten voor ventrikelfibrilleren

A

een ICD (inplanteerdbaar cardiovertor defibrilator, onderhuids apparaat dat ritmestoornis herkent en geeft inwendige elektrische shock)

30
Q

wat is een atrioventriculair blok

A

gedeeltelijke of volledige blokkade van de AV-knoop,

hierdoor raakt geleiding van dan sinusknoop naar kamers verstoord

(minder prikkels naar kamers = bradycardie) bij totale AV blok gaan kamers zelf prikkel opwekken

31
Q

wat zijn symptomen van atrioventriculair blok

A

licht gevoel in hoofd, duizelig, bewusteloosheid (syncope), gevoel van flauwvallen

32
Q

wat zijn behandelingen voor atrioventriculaire blok

A

antiaritmiemiddelen,
ICD, katheterablatie (stukje weefsel dat abnormale prikkel veroorzaakt weggebrand of bevroren)