infecties: koorts, sepsis, meningitis Flashcards

1
Q

ziekte verschijnselen

A

koorts, hoofdpijn, malaise, braken, gewichtsverlies

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

bij lichamelijk onderzoek verschijnselen

A

temperatuur. HA, ademhaling, saturatie, focus voor infectie zoeken, tekenen meningitis, tekenen sepsis/septische shock

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

niet specifieke afweer

A
  • natuurlijke barrière: huid, slijmvliezen
  • fagocytose: granulocyten, monocyten, natural killer lymfocyten breken micro organismen/pathogenen af
  • complementsysteem: ‘Helpsysteem’van de fagocytose. Maakt stofjes vrij waardoor fagocyten worden geactiveerd op die plek
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

specifieke afweer

A

macro fagen ‘eten micro organismen’ op dan start de specifiek afweer.

  • T lymfocyten:
  • deze cellen zijn specifieke afweer tegen micro organismen en pathogenen. Mbv macrofagen en neutrofielen, antigenen tegen toxische stoffen.
  • zijn geheugen cellen
  • -> onder invloed van dit systeem: B lymfocyten aanmaken: B lymfocyten pakken Mo aan, maken antistoffen , zijn geheugen cellen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

stoornissen in afweer

A
  • verstoorde huid of slijmvlies barrière: wonden, intubatie, CF
  • verstoorde humurale afweer (B-cel): geen geheugencellen kunnen maken = geen antistoffen maken. Agammagglobulinemie en DVID (common variable immune deficiency = antistoffen verlaagd, kliniek variabel.
  • verstoorde cellulaire afweer (T-cel): AIDS
  • gecombineerd T en B - cel: erg vatbaar voor infecties. SCID: severe combined immunodeficiciency: zowel humoraal als cellulaire immuniteit ernstig verstoord. stamceltransplantatie nodig <1 jaar overlijden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

vaccinaties

A
  • opbouwen immuniteit (humoraal B cellen : antistoffen. cellullair T cellen: geheugenfunctie)
  • meestal gedode pathogenen, soms levend verzwakt
  • bescherming na meerdere vaccinaties
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

gedood pathogeen/dode vaccin

A

actieve delen onschadelijk gemaakt. Afweer geactiveerd door in te spuiten. Bij opnieuw contact met ziekteverwerkker, reactie afweer tegen MO
voorbeeld: DKTP, Hib, meningokokken (hepatitis A B)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

levend verzwakt pathogeen

A

ziekmakend vermogen is veel kleiner dan natuurlijk MO
na vaccinatie lichte vorm van ziekte doormaken
bij opnieuw contact met ziekteverwerkker reactie afweerstysteem tegen MO
voorbeeld: BMR (gele koorts, gordelroos) Rotavirus (waterpokken)

BMR levend verzwakt, meer uitkijken bij kinderen met verzwakt immuunsysteem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

actieve immunisatie

A

gedood of levend verzwakt pathogeen
lichaam maakt antistoffen
langzame reactie
vorming geheugencellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

passieve immunisatie

A
toedienen antistoffen tegen pathogenen
lichaam krijgt antistoffen
snelle reactie
kortdurende bescherming, geen geheugencellen  (daarom vaccinatie herhalen)
(synagis)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

koorts en pathofysiologie koorts

A

koorts = verhoging van centrale lihcaamstemperatuur nadat het hypothalamische setpoint door inwerking van exogene en endogenen pyrogenen wordt verhoogd.
Verhogen van hypothlamische setpoint heeft tot gevolg dat koude receptoren (vooral in de huid) woren gestimuleerd en het lichaam de centrale temp tracht te verhogen tot aan dit veranderde referentiepunt in hypothalamus

symptomen:
perifere vasoconstrictie, rillingen, toegenomen hitte productie oiv adrenaline en thyroxine

bacterie/virus komt lichaam binnen –> activeert witte bloedcellen, macrofagen en cytokines

gunstig effect doden micro organismen. temp>41 >kans op Multi orgaan falen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

symptomen sepsis

A
  • hyper/hypothermie
  • koude rillingen
  • pijn in ledematen
  • koude acra
  • abnormale huidskleur
  • braken, buikpijn, diarree
  • zwakte
  • huid uitslag
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

bacteriemie

A

aanwezigheid van bacterie in bloed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

SIRS

A
systematic imflammatoir respons synrome
niet per se infectieus
bij 2 of meer van volgende symptomen: 
- hypo/hyper thermie
- tachycardie
- tachypnoe
- leukocytose (verhoogd aantal witte bloedcellen) /leukopenie  (verlaagd aantal witte bloedcellen)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Infecteuze SIRS

A

= sepsis
SIRS op basis van infectie
massale afgifte cytokines in bloed, wat normaal bij infectie gebeurd, in nu in hele lichaam.
- bloedvaten gaan ‘lekken’–> petechiën
- als gevolgd daarvan aanmaak trombi –> door stollingsmechanisme)
- tachycardie door tekort aan bloed in circulatie –> geeft O2 tekort in hart en nieren –> multiorgaan falen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

ernstige sepsis

A

sepsis + orgaan falen, hypotensie op hypoperfusie met o.a. lactaat acidose, oligurie en bewustzijnsveranderingen.

17
Q

septische shock

A

hypotensie ondanks extra vochttoediening + hypoperfusie

  • tachycardie
  • tachypnoe
  • koude extremiteiten
  • agitatie/verminderde intake
  • verlegd CR
  • hypoxie door niet adequate circulatie
  • metabole acidose
  • oligurie
  • lage bloeddruk (bij kinderen pas in later stadium ivm compensatie mechanisme van hart –> cardiac output kan gemakkelijk verlengd worden. wijde polsdruk is wel voorteken van een te gaan verlagende RR)
18
Q

aanvullend onderzoek septische shock

A
  • bloedkweek: soort bacterie aantonen zodat AB aangepast kan worden
  • CRP: is hoog
  • astrup (bloedgas): metabole acidose bij lactaat
  • lactaat: melkzuur uit spieren (verhoogd)
  • stolling: veel trombocyten bij stolling door sepsis
  • glucose: kan laag zijn door hoge verbranding

overige focus:
- urine sediment en kweek + liquor onderzoek

19
Q

verwekkers sepsis

A

pneumokokken, meningokokken, haemophilus influenza type B, salmonella typhi, staphylokokken, beta-hemolytische streptokokken groep B (bij neonaten)

20
Q

behandeling sepsis

A

zsm AB IV toedienen
breedspectrum = ceftriaxon
darmfocus = augmentin - gentamycine
neutropenie/CVL (verstoorde afweer) = ceftazidim - vancomycine

adequate circulatie behouden!

  • IV vocht toedienen
  • O2 toedienen
  • monitoren UP
  • indien nodig: beademing
21
Q

meningitis/encefalitis

A
meningitis= inflammatie van meningen met cel verhoging in liquor
encefalitis= inflammatie van hersenparenchym met veranderende mentale status en neurologische afwijkingen
22
Q

meningokokken sepsis

A

symptomen:
- acuut hoge koorts
- petechiën/purpura (niet wegdrukbare plekjes)
- veranderd gedrag
- algehele malaise
- necrotiserende ledematen
- tachycardie (door bloedingen en stollingsmechanisme)
- verlaagde RR

verwekker:
meisseria meningitidis

diagnostiek:
bloedkweek en lichamelijk onderzoek

behandeling:
vaccinatie meningokokken C
AB IV

complicatie:
hoog risico mortaliteit (10-20%)
hoog risico neurologische restschade

23
Q

bacteriële meningitis

A

Ontstaat bij kinderen meestal vanuit focus in bovenste luchtwegen, vooraf gaande virale infectie.
Om meningitis te veroorzaken moet bacterie zich hechten aan slijmvliezen van de gastheer, het epitheel binnen dringen en passeren en vervolgens overleven in de bloedbaan.
- Meningitis verwerkkers kunnen een specifieke voorkeur hebben voor hechting aan endotheel van hersenvaten en kunnen de bloed-hersen-barrière passeren. Wanneer bacteriën in liquor cerebrospinale zitten worden ze nauwelijks meer gehinderd door afweer van de gastheer omdat concentratie antistoffen in liquor zeer laag is –> bacteriële meningitis –> gekenmerkt door toename leukocyten en plasma eiwitten, afkomstig uit circulatie, in liquor.

24
Q

symptomen bacteriele meningitis

A

afhankelijk van leeftijd, stadium ziekte

zuigeling:
- slecht drinken
- braken
- sufheid
- prikkelbaar
- koorts
- luierpijn
- bomberende fontanel

kinderen:

  • sluipend begin met koorts
  • algehele malaise
  • verschijnselen luchtweginfectie
  • hoofdpijn
  • pijn in nek en rug
  • bewustzijn kan wisselen van helder tot sterk verminderd/coma
  • convulsies bij 20-30%

menigeale prikkelingsverschijnselen:

  • nekstijfheid
  • positief teken Brudzinski (bij buigen van hoofd worden knieën opgetrokken
  • positief teken Kernig (in liggende houding kunne benen gestrekt niet hoger dan 45 graden geheven worden)
  • het 3 potenfenomeen(rechtop zitten kan alleen met steun van beide armen die achter de rug worden geplaatst)
25
Q

verwekker meningitis

A

bacterieel: haemophilus influenza, meningokokken, pneumokokken
viraal: enterovirus, parechovirus, varicella zoster

26
Q

liquor onderzoek meningitis

A

bacterieel: >1000 polymofonucleaire granulocyten. Verhoogd eiwit en glucose
viraal: <500 lymfocyten, eiwit en glucose normaal
tuberculeus: <500 lymfocyten, monocyten, polymorfonucleaire granulocyten, eiwit extreem verhoogd, glucose verlaagd

27
Q

behandeling meningitis

A

AB IV breedspectrum
Acyclovir IV
dexamethason IV (verminderen zwelling tegen restverschijnselen met gehoorschade)

28
Q

complicatie meningitis

A

restverschijnselen: mentale retardatie, epilepsie, motorische stoornissen, visusstoornissen, leergedrag stoornissen, doofheid, encefalitis, hydrocefalus –> bij neonaten

29
Q

alarmsymptomen infecties (vooral indien gepaard met koorts)

  • petechiën/purpura
  • bleke, grauwe, slechte perifere circulatie
  • functio laese van extremiteit
  • convulsies/verminderd bewustzijn
  • cysnose dyspnoe
A
  • petechiën/purpura : meningokokken sepsis
  • bleke, grauwe, slechte perifere circulatie: septische shock
  • functio laese van extremiteit: osteolyelitis/artritis
  • convulsies/verminderd bewustzijn: meningtitis/encefalitis
  • cysnose dyspnoe: bronchiolitis, pneumonie, pleura-empyeem