Hoofdpijn Flashcards

1
Q

Wat zijn de kenmerken van spanningshoofdpijn?

A

Tweezijdige, drukkende of knellende, matig intense hoofdpijn, gedurende minuten tot dagen. De hoofdpijn neemt niet toe bij fysieke activiteit en is niet geassocieerd met misselijkheid, maar foto- of fonofobie kunnen wel aanwezig zijn. De hoofdpijn kan activiteiten storen, maar niet verhinderen.
Bij spanningshoofdpijn bij kinderen zit de hoofdpijn rondom de schedel of aan twee kanten of in de nek, net als bij volwassenen. Bij kinderen duurt spanningshoofdpijn zelden een hele dag.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn de kenmerken van migraine

A

Herhaaldelijk optredende unilaterale hoofdpijn gedurende 4 tot 72 uur. De hoofdpijn is vaak pulserend, matig tot heftig qua intensiteit en verergert bij fysieke inspanning, gaat vaak gepaard met misselijkheid en/of foto- en fonofobie en verhindert de dagelijkse activiteiten.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn de kenmerken van medicatieovergebruikshoofdpijn?

A

Aspecifieke hoofdpijn veroorzaakt door overmatig gebruik van medicatie voor hoofdpijn: paracetamol of NSAID’s ≥ 15 dagen per maand, triptanen ≥ 10 dagen per maand gedurende drie maanden.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de kenmerken van clusterhoofdpijn?

A

herhaaldelijk optredende, zeer heftige intense Eenzijdige pijn van het aangezicht en/of hoofd (rondom het oog of temporaal) gedurende 15 tot 180 minuten variërend van eenmalig om de dag tot 8 maal per dag. Treedt opvallend vaak ‘s nachts op. De pijn gaat vaak gepaard met een ipsilateraal rood en/of tranend oog, neusverstopping, ooglidoedeem, pupilvernauwing en/of hangend ooglid, verhoogde zweetsecretie van voorhoofd/gelaat en onrustig gevoel en bewegingsdrang.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Bij kinderen vanaf welke leeftijd komen hoofdpijn en migraine voor?

A

Vanaf 6 jaar.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is de prevalentie van migraine in de algemene bevolking?

A

15%

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Daalt of stijgt de prevalentie van migraine met het vorderen van de leeftijd?

A

De prevalentie van migraine (bij vrouwen en mannen) daalt met het stijgen van de leeftijd. Beide soorten hoofdpijn komen meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Patiënten met spanningshoofdpijn kunnen ook migraine hebben, en andersom. Ongeveer 4 van de 5 patiënten met spanningshoofdpijn of migraine rapporteren in de loop van de tijd een andere vorm van hoofdpijn.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Komt clusterhoofdpijn vaker voor bij mannen of bij vrouwen?

A

Bij mannen

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Spanning of spierspanning zijn oorzaken van spanningshoofdpijn? Waar/niet waar

A

Niet waar.
Spanning of spierspanning zijn geen primaire oorzaken al kunnen beide factoren wel intermediair of verergerend zijn, net als bijvoorbeeld oververmoeidheid of een ‘verkeerde houding’. Andere voorbeelden om deze hoofdpijn te benoemen zijn ‘aspecifieke hoofdpijn’ of ‘gewone hoofdpijn’. In de Engelse literatuur wordt gesproken over tension-type headache, of common headache. Spanningshoofdpijn is per definitie geen ernstige aandoening, maar het kan voor de patiënt erg hinderlijk zijn. Bij chronische spanningshoofdpijn (≥ 15 dagen per maand aanwezig) is er vaak sprake van psychiatrische of somatische comorbiditeit.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Bij hoeveel procent van de vrouwen zijn de migraine aanvallen gerelateerd aan de menstruatie?

A

Migraine is een neurovasculaire aandoening met heftige aanvalsgewijze hoofdpijn.8 )Migraineaanvallen kunnen variëren in ernst en duur. Bij ongeveer 60% van de vrouwen met migraine is het optreden van de aanvallen gerelateerd aan de menstruele cyclus. Meestal treden deze op voor of tijdens de menstruatie. Onderzoeken wijzen in de richting van oestrogeenonttrekking als uitlokkende factor.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hebben mensen met eerstegraads familieleden met migraine met aura een verhoogd risico op het krijgen van migraine met aura?

A

Eerstegraadsfamilieleden van een migrainepatiënt met aura hebben een verhoogd risico (bijna viermaal verhoogd risico) op het krijgen van migraine met aura.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Welke migraine patiënten hebben een verhoogd risico op een iCVA en hoeveel groter is dat risico?

A

Migraine met aura geeft, waarschijnlijk alleen bij vrouwen, een tweemaal verhoogd risico op een ischemisch CVA, migraine zonder aura daarentegen niet.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Bij hoeveel procent van de mensen met migraine wordt deze voorafgegaan door een aura?

A

15-25%

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe presenteert een aura zich bij migraine?

A

Dit is een focaal neurologisch symptoom dat zich kan uiten in één of meer reversibele symptomen zoals visusstoornissen (bijvoorbeeld flikkerscotomen) of tintelingen of doof gevoel in lippen, gelaat of hand (eenzijdig).

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe snel ontwikkeld een aura zich en hoelang houdt het aan?

A

Van deze symptomen ontwikkelt ten minste 1 symptoom zich geleidelijk in minimaal 5 minuten. Een aura duurt meestal maximaal 60 minuten. Indien meer dan 1 aurasymptoom optreedt kunnen deze langer duren.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoelang duurt het voordat de hoofdpijn ontstaat na het ontstaan van een aura?

A

Binnen een uur na het ontstaan van de aurasymptomen volgt de hoofdpijnfase.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Voor de migraine aanval kunnen naast een aura eveneens prodromale verschijnselen optreden. Hoe uiten deze zich en in wat voor opzicht verschillen ze van een aura?

A

Een aura is niet hetzelfde als prodromale verschijnselen. Deze laatste ontstaan enige uren tot een dag voorafgaande aan de migraineaanval en kunnen bestaan uit hyper- of hypoactiviteit, depressieve gevoelens of hypomane stemming, trek in bepaalde voedingsmiddelen of geeuwen.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Hoe ontstaat medicatieovergebruikshoofdpijn in de tijd?

A

De meeste patiënten met medicatieovergebruikshoofdpijn 11) hebben een voorgeschiedenis van aanvalsgewijze hoofdpijn die langzaam in frequentie is toegenomen. Veel patiënten ontwaken ’s ochtends met hoofdpijn of worden er ’s nachts wakker van en nemen dan weer medicatie. Bij de minste lichamelijke of intellectuele inspanning verergert de hoofdpijn. Het effect van de geneesmiddelen (paracetamol en/of NSAID’s) neemt af, terwijl de frequentie van de aanvallen toeneemt.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Hoelang en hoevaak moet je de pijnstiling nemen om medicatieovergebruikshoofdpijn te krijgen?

A

Overmatig gebruik van paracetamol en/of NSAID’s (≥ 15 dagen per maand) of triptanen (≥ 10 dagen per maand) gedurende langer dan 3 maanden kan deze hoofdpijn induceren. De hoeveelheid medicatie die per dag wordt gebruikt, is niet van belang voor het stellen van de diagnose.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat zijn bijkomende verschijnselen van medicatieovergebruikshoofdpijn?

A

Vermoeidheid, misselijkheid, snelle irritatie, concentratiestoornissen, rusteloosheid, angst en depressie.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Medicatieovergebruikshoofdpijn kan niet bij kinderen voorkomen. Waar/niet waar.

A

Niet waar. Medicatieovergebruikshoofdpijn kan ook bij kinderen voorkomen.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Welk karakter heeft medicatieovergebruikshoofdpijn?

A

Het karakter van de medicatieovergebruikshoofdpijn hangt af van de soort hoofdpijn die de patiënt aanvankelijk had. Patiënten die te veel geneesmiddelen gebruiken voor migraine rapporteren dat de frequentie van de migraineaanvallen toeneemt tot dagelijkse migraine. Patiënten die te veel geneesmiddelen gebruiken voor spanningshoofdpijn rapporteren een toenemende ernstige dagelijkse hoofdpijn met soms enkele migrainekenmerken.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Hoofdpijn bij clusterhoofdpijn treedt doorgaans op in clusters van weken/maanden/jaren?

A

Clusters treden op van weken/maanden.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Welke factoren kunnen aanleiding geven voor een aanval bij iemand met in een clusterperiode?

A

Onder andere alcohol, histamine, nitraten, lange vliegreizen of verblijf op grote hoogte, zoals in de bergen.

NHG standaard hoofdpijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

De tijd tussen de clusters neemt toe met de leeftijd Waar/niet waar.

A

Waar.

NHG standaard hoofdpijn

26
Q

Noem oorzaken van hoofdpijn naast clusterhoofdpijn, medicatieovergebruikshoofdpijn, spanningshoofdpijn en migraine.

A

Virale infecties, tandheelkundige problemen, oogaandoeningen, meningitis, beroerte, SAB, hersentumor, subduraal hematoom, epiduraal hematoom, (pre-)eclampsie, CO-intoxicatie, hersenabces, arteriitis temporalis, cerebrale sinustrombose, maligne hypertensie, acuut glaucoom, hydrocephalus, bijwerking medicatie.

NHG standaard hoofdpijn

27
Q

Wat zijn de verschijnselen bij posttraumatische hoofdpijn?

A

Posttraumatische hoofdpijn ontstaat 14 dagen na een trauma; kan langer dan 8 weken duren; drukkende constante pijn in het gehele hoofd; geen reactie op pijnstillers; vaak ook symptomen als duizeligheid, prikkelbaarheid, slaap- en geheugenproblemen, depressie.

NHG standaard hoofdpijn (noot 13)

28
Q

Bij welke leeftijdscategorieën is het raar om beginnende hoofdpijn te hebben en is reden voor verwijzing?

A

<6 jaar en > 50 jaar.

NHG standaard hoofdpijn

29
Q

Bij welke VAS denk je aan migraine en bij welke VAS aan spanningshoofdpijn?

A

Wanneer de ernstscore vaak 7 of hoger is, vraag dan naar de kenmerken van migraine (misselijkheid, braken, foto- en fonofobie, erger worden bij bewegen, ). Wanneer er vaker onder de 7 wordt gescoord, denk dan aan spanningshoofdpijn.

NHG standaard hoofdpijn

30
Q

Beeldvormend onderzoek voor het uitsluiten van een hersentumor geeft lange gerustheid aan de patiënt. waar/niet waar.

A

Beeldvormend onderzoek heeft voor het stellen van de diagnose (chronische) spanningshoofdpijn of migraine of voor het uitsluiten van een hersentumor geen aanvullende waarde, wanneer de anamnese of lichamelijk onderzoek daartoe geen aanleiding geven.) Uit onderzoek blijkt dat bij afwezigheid van alarmsymptomen beeldvormend onderzoek alleen een kortdurend geruststellend effect voor de patiënt heeft; na een jaar is dit effect verdwenen.

NHG standaard hoofdpijn

31
Q

Spanningshoofdpijn kan ingedeeld worden in 4 categorieën. Noem deze.

A
  1. weinig frequente spanningshoofdpijn (< 1 dag per maand),
  2. frequente hoofdpijn (1 tot 15 dagen per maand),
  3. chronische hoofdpijn (≥ 15 dagen per maand) en
  4. chronische dagelijkse hoofdpijn.

NHG standaard hoofdpijn

32
Q

Een onbehandelde hoofdpijn die korter dan .. en langer dan .. duurt sluit migraine uit.

A

Een onbehandelde aanval die korter dan 4 uur of langer dan 72 uur duurt, sluit migraine uit.

NHG standaard hoofdpijn

33
Q

Wat is het verschil tussen een aura bij migraine en een aura bij een TIA/CVA?

A

Van migraine met aura is sprake wanneer er ook een reversibel focaal neurologisch symptoom aanwezig is, dat zich geleidelijk in minimaal vijf minuten ontwikkelt (in tegenstelling tot een TIA, waarbij de symptomen in enkele seconden optreden) en maximaal zestig minuten duurt.

NHG standaard hoofdpijn

34
Q

Wanneer wordt er gesproken van menstruele migraine?

A

Er is sprake van menstruele migraine als de migraineaanval begint op de eerste dag van de menstruatie of maximaal twee dagen ervoor of erna en waarbij er verder geen andere aanvallen tussen de menstruaties voorkomen. De migraineaanvallen zijn ernstig, langdurig en gaan vaak gepaard met meer misselijkheid en braken. Het gaat meestal om aanvallen zonder aura.

NHG standaard hoofdpijn

35
Q

Wat zijn de kenmerken van migraine wanneer het optreedt bij kinderen?

A

Bij kinderen met migraine is de duur van de hoofdpijnaanval korter dan bij volwassenen en duurt deze onbehandeld tussen de 30 minuten en 48 uur. Het klinisch beeld is minder duidelijk, maar heeft dezelfde kenmerken als bij volwassenen: ernstige hoofdpijn, niet goed kunnen functioneren, erger met bewegen (bleek in een hoekje zitten), stereotiep beloop voor dat kind, vasovegetatieve verschijnselen, soms licht- en geluidschuw. Net als bij volwassenen kan misselijkheid ontbreken, maar dan is er lichtschuwheid en geluidschuwheid. Lichtschuwheid en geluidschuwheid kan ook ontbreken, maar dan is er misselijkheid. De eerste aanval is het moeilijkste qua aanpak, want migraine kan pas worden vastgesteld als het herhaaldelijk en stereotiep is voorgevallen.

NHG standaard hoofdpijn

36
Q

Welke symptomen kunnen bij kinderen <6 jaar voorlopers zijn van migraine later in het leven?

A

Bij jonge kinderen (< 6 jaar) kunnen braken of buikpijn voorlopers zijn van migraine later in het leven.

NHG standaard hoofdpijn

37
Q

Wat is het verschil tussen clusterhoofdpijn en trigeminusneuralgie?

A

Bij een trigeminusneuralgie zijn er geen autonome verschijnselen zoals een tranend oog, loopneus et cetera.

NHG standaard hoofdpijn

38
Q

Migraine en spanningshoofdpijn zijn goed te behandelen ook al is er sprake van bijkomende medicatieovergebruikshoofdpijn. Waar/niet waar.

A

Niet waar.
Spanningshoofdpijn en migraine zijn namelijk niet te herkennen en te behandelen wanneer er ook sprake is van medicatieovergebruikshoofdpijn.

NHG standaard hoofdpijn

39
Q

Waarom wordt een proefbehandeling met medicatie om zo de diagnose te stellen niet aanbevolen bij hoofdpijn?

A

Een proefbehandeling met medicatie met als doel de diagnose te stellen wordt afgeraden gezien de wisselende werkzaamheid van medicatie bij de verschillende typen hoofdpijn en het natuurlijk beloop.

NHG standaard hoofdpijn

40
Q

Het is makkelijk om bij spanningshoofdpijn een oorzaak en gevolg te vinden. Waar/niet waar

A

Niet waar. De huisarts legt aan de patiënt uit dat spanningshoofdpijn vaak multifactorieel bepaald is; het niet altijd door ‘spanning’ wordt veroorzaakt, maar dat spanning soms een onderhoudende factor kan zijn; en dat het vaak lastig is om bij de individuele patiënt een verband te leggen tussen oorzaak en gevolg. De context van de patiënt is van belang voor het bepalen van het beleid. Veranderingen in leefstijl, met als doelen een beter evenwicht tussen belastbaarheid en belasting en een gezonde leefstijl, kunnen een gunstig effect hebben. De huisarts bespreekt met de patiënt welke veranderingen in leefstijl hij kan overwegen. De effecten van deze veranderingen kunnen duidelijk worden bij de evaluatie van de klachten met behulp van het hoofdpijndagboek.

NHG standaard hoofdpijn

41
Q

Wat is het medicamenteuze beleid bij spanningshoofdpijn?

A

Overweeg een kortdurende medicamenteuze behandeling met paracetamol of een NSAID als de spanningshoofdpijn frequent optreedt (1 tot 15 dagen per maand), indien uitleg en geruststelling onvoldoende werken. Waak (ook bij kinderen) voor het chronisch gebruik van medicatie in verband met het risico op het ontstaan van medicatieovergebruikshoofdpijn.

NHG standaard hoofdpijn

42
Q

Wat zijn de niet-medicamenteuze behandelingen bij spanningshoofdpijn?

A

Wanneer de klachten onderdeel uitmaken van een chronisch klachtenpatroon, wat vraagt om een meer individuele benadering, behoren gedragspsychologische interventies en manuele therapie tot de mogelijkheden. De effectiviteit van deze interventies is niet eenduidig, zodat wordt aanbevolen hiermee terughoudend te zijn.

NHG standaard hoofdpijn

43
Q

Wanneer je medicatie voorschrijft bij iemand met spanningshoofdpijn, wanneer wil je de patiënt dan weer terugzien?

A

Maak met patiënten met spanningshoofdpijn, waarbij medicatie voorgeschreven is, controleafspraken na twee weken, bij voortgezet gebruik na weer vier weken en vervolgens op regelmatige basis om het gebruik ervan te evalueren.

Controles zonder medicatie voorschrift:

  • Nodig de patiënt expliciet uit om een nieuwe afspraak te maken als de klachten veranderen.
  • Bespreek bij hardnekkige klachten met ernstige hinder, disfunctioneren en/of ongerustheid de behoefte van de patiënt aan controleafspraken.

NHG standaard hoofdpijn

44
Q

Wat voor voorlichting wordt er gegeven bij mensen met migraine?

A

Bij een patiënt met migraine legt de huisarts uit dat migraine een aandoening is van het zenuwstelsel waarbij de bloedvaten secundair betrokken zijn. Het doel van de behandeling is het hanteerbaar maken van migraine. Flink zijn en negeren van de klacht werken averechts. Het is juist van belang om bij de eerste verschijnselen van migraine de bezigheden te staken en rust te nemen. Als sprake blijkt te zijn van provocerende factoren (zoals in sommige gevallen stress, onregelmatig leven, slaapgebrek), dan is het raadzaam om hier, naast eventuele medicamenteuze behandeling, aandacht aan te besteden. De werkgroep raadt het af om actief triggers op te sporen en die te vermijden. Wanneer er sprake is van migraine mét aura wordt voorlichting gegeven op het verhoogde risico op een herseninfarct (zonder migraine: 1 op de 1000 personen, bij migraine met aura: 2 op 1000 personen).

NHG standaard hoofdpijn

45
Q

Wat voor medicamenten zijn mogelijk bij migraine en wanneer kies je welk medicament?

A

Er zijn drie geneesmiddel(groepen) beschikbaar: paracetamol, NSAID’s en triptanen. Bespreek met de patiënt voor aanvang van de behandeling dat deze drie geneesmiddelengroepen effectief kunnen zijn. Het is vaak een proces om uit te zoeken welk middel uiteindelijk het beste is voor de patiënt. Bij de keuze wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van de patiënt en de voorafgaande ervaringen met medicatie (soort, dosering en effect) voor migraine, en met de bijwerkingen, interacties en contra-indicaties. Bij gelijkwaardige alternatieven moeten ook de kosten van het geneesmiddel bij de keuze worden meegewogen.

NHG standaard hoofdpijn

46
Q

Wanneer beoordeel je de werkzaamheid van je medicamenteus ingestelde beleid bij migraine?

A

Na 2-3 aanvallen.

47
Q

Wanneer moeten de tabletten bij een migraine aanval ingenomen worden?

A

De huisarts wijst de patiënt op de volgende principes van de medicamenteuze behandeling:

  • start bij het begin van de hoofdpijn met paracetamol, NSAID of een triptaan;
  • start een triptaan niet bij het optreden van aura maar pas bij het begin van de hoofdpijn;
  • neem bij misselijkheid of braken zo nodig kortdurend een anti-emeticum (domperidon 20) of metoclopramide) en neem dit tegelijkertijd met de pijnstiller;
  • waarschuw voor chronisch gebruik van paracetamol, NSAID’s en triptanen: dit kan medicatieovergebruikshoofdpijn geven;
  • bespreek met de patiënt, bij twee of meer aanvallen per maand, de mogelijkheid van preventieve medicamenteuze behandeling.
48
Q

Wat voor voorlichting en adviezen worden er gegeven bij het starten van triptanen?

A

De kans op een succesvolle behandeling met als doel pijnvrij zijn na 2 uur, is 30 tot 40% per middel. Op voorhand is het ene triptaan niet effectiever dan het andere. De triptanen laten nuances zien in het werkings- en bijwerkingenpatroon en deze verschillen per individu.
Als de triptaan effect heeft op de hoofdpijn, maar de pijn keert weer terug, kan na twee uur nog een tablet worden ingenomen (bij naratriptan na vier uur). Indien na twee of drie aanvallen er geen effect of onvoldoende effect met maximale dosering of te veel bijwerkingen is opgetreden, is het raadzaam nog twee andere triptanen, ieder voor ten minste twee of drie aanvallen, voor te schrijven. Vanwege het risico op medicatieovergebruikshoofdpijn is het van belang om aan de patiënt uit te leggen om niet meer dan tien dagen per maand een triptaan te gebruiken.
Triptanen worden ook afgeraden tijdens de zwangerschap. Overweeg alleen bij een ernstige aanval eventueel sumatriptan, als enige van de triptanen, in een zo laag mogelijke dosering. Adviseer bij lactatie de eerste drie uur na de gift van sumatriptan de borstvoeding te vervangen door reeds afgekolfde moedermelk of kunstvoeding.

NHG standaard hoofdpijn

49
Q

Wat zijn de meest bekende bijwerkingen van triptanen?

A

Misselijkheid, braken, moeheid, sufheid/slaperigheid, duizeligheid en een drukkend gevoel op de borst. Ernstige maar zeldzame bijwerkingen zijn coronaire vasospasmen door triptanen beschreven, met name bij patiënten met coronaire ischemie. Daarom is coronair vaatlijden met klachten zoals angina pectoris een absolute contra-indicatie voor triptanen.

NHG standaard hoofdpijn

50
Q

Wat is de profylactische behandeling van migraine?

A

Eerste keus zijn de bètablokkers die zijn geregistreerd als migraineprofylaxe: metoprolol en propranolol. Er is echter geen reden om aan te nemen dat andere bètablokkers niet werkzaam zijn, mits het een selectieve bètablokker is zonder ISA (intrinsieke sympaticomimetische activiteit). Geef bij voorkeur een bètablokker met weinig bijwerkingen, bijvoorbeeld metoprolol. Leg aan de patiënt uit dat het gebruik van bètablokkers het aantal migraineaanvallen kan halveren. Hoog de dosering stapsgewijs op tot het gewenste resultaat is bereikt met inachtneming van de maximale dagdosering (metoprolol: maximaal 200 mg; propranolol: maximaal 160 mg) en het eventueel optreden van bijwerkingen.

51
Q

Wanneer mag een betablokker als migraineprofylaxe niet gegeven worden?

A

Bij een lage bloeddruk (systolische tensie < 90 mmHg) of een polsslag trager dan 60 slagen per minuut is een bètablokker gecontra-indiceerd als profylacticum. Bètablokkers kunnen astmaklachten verergeren.

NHG standaard hoofdpijn

52
Q

Wat voor behandelingen kunnen nog meer overwogen worden als profylactische en aanvalsbehandelingen bij migraine niet het gewenste effect hebben?

A

Preventieve behandeling met topiramaat, valproïnezuur of tricyclische antidepressiva vindt plaats door de neuroloog.
Overweeg als er ondanks diverse aanvalsbehandelingen in combinatie met preventieve medicamenteuze behandeling nog veel klachten blijven een gedragspsychologische interventie. Relaxatietherapie door fysiotherapeuten of cognitieve gedragstherapie komen hiervoor in aanmerking.

NHG standaard hoofdpijn

53
Q

Wat is de aanvalsbehandeling bij menstruele migraine?

A

De aanvalsbehandeling is hetzelfde als bij ‘gewone’ migraine, hoewel menstruele migraine moeilijker te behandelen lijkt. NSAID’s zijn bij menstruele migraine net zo effectief als triptanen en hebben vaak ook een gunstig effect op klachten behorende bij de menstruatie.

NHG standaard hoofdpijn

54
Q

Wanneer start je preventieve behandeling bij menstruele migraine?

A

Preventieve behandeling is mogelijk vanaf ongeveer twee of drie dagen voor de menstruatie tot aan het einde van de menstruatie met ibuprofen, naproxen of een triptaan. Een nadeel van preventieve behandeling kan zijn dat door het dagelijkse gebruik van de medicatie er mogelijk meer risico is op overdosering en medicatieovergebruikshoofdpijn, zeker indien er ook aanvallen buiten de menstruatie om zijn.
Overweeg bij vrouwen die de anticonceptiepil slikken en migraine zonder aura hebben gedurende de stopweek, om de pil door te slikken

55
Q

Wat is de behandeling van migraine bij kinderen?

A

Bij korte aanvallen is uitleg aan de omgeving en het advies om het kind even met rust te laten voldoende. Een van de triggers voor een migraineaanval is een verstoord slaapritme; het is dan ook belangrijk dit slaapritme te herstellen.
Wanneer de aanval doorgaans kort van duur is, geef dan het advies aan de ouders om met de school te overleggen of het mogelijk is dat het kind bij een aanval even in een aparte kamer kan liggen.
Bij weinig frequente migraineaanvallen kan men meestal volstaan met paracetamol. Pijnstillers kunnen het beste gegeven worden voordat de aanval op zijn maximum is. Dan is er meer kans op effect, namelijk bekorting van de aanval.
Bij onvoldoende effect van paracetamol kunnen NSAID’s worden voorgeschreven. Adviseer, indien nodig, een anti-emeticum.
Als paracetamol en NSAID’s onvoldoende werkzaam zijn is een verwijzing naar een, op het gebied van kinderhoofdpijn, deskundige (kinder)neuroloog of kinderarts op zijn plaats voor het eventueel instellen op triptanen.
Overweeg psychologische begeleiding indien er ondanks voorlichting en medicamenteuze behandeling veel klachten blijven

NHG standaard hoofdpijn

56
Q

Een kind met migraine kan een huisarts op preventieve medicatie zetten? Waar/niet waar.

A

Niet waar.
Overweeg preventieve behandeling bij een hoge aanvalsfrequentie (≥ 2 per maand), lange aanvallen, ineffectieve aanvalsbehandeling of veel (school)verzuim. Verwijs naar of overleg met een, op het gebied van kinderhoofdpijn, deskundige (kinder)neuroloog of kinderarts indien een kind preventieve behandeling nodig heeft.

NHG standaard hoofdpijn

57
Q

Wat is de behandeling van medicatieovergebruikshoofdpijn en wat leg je de patiënt uit?

A

Adviseer de patiënt om in één keer te stoppen met alle middelen die de patiënt voor de hoofdpijn gebruikt. Raad het vervangen van de hoofdpijnmedicatie door andere middelen af. Het is belangrijk de patiënt te waarschuwen voor een aanvankelijke verergering van de hoofdpijn als onttrekkingsverschijnsel; gemiddelde duur een à twee weken. Gedurende deze fase is de patiënt soms niet in staat om te werken of dagelijkse activiteiten te ondernemen. Intensieve begeleiding van de patiënt is in deze eerste weken noodzakelijk, bijvoorbeeld door frequent telefonisch contact. Leg aan de patiënt uit dat na de stopperiode de eventueel onderliggende episodische hoofdpijn, bijvoorbeeld migraine, opnieuw kan optreden. De huisarts behandelt dan de onderliggende hoofdpijn, na de stopperiode van twee tot drie maanden.

NHG standaard hoofdpijn

58
Q

Wat is de aanvalsbehandeling van clusterhoofdpijn?

A

Een eerste clusteraanval zal doorgaans door de neuroloog worden behandeld. De aanvalsbehandeling van clusterhoofdpijn bestaat uit verschillende mogelijkheden, namelijk sumatriptan 6 mg subcutaan (ongeveer 1 tot 2 maal per aanval) of 100% zuurstof, 7 tot 15 liter via kapje (afhankelijk van het effect) gedurende 15 minuten. Wanneer een patiënt bekend is met clusterhoofdpijn zal de keuze voor de aanvalsbehandeling afhangen van eerder gebleken effectiviteit en beschikbaarheid van zuurstof (niet in de huisartsenpraktijk, soms thuis bij de patiënt (tijdens een clusterperiode), wel op de huisartsenpost).

NHG standaard hoofdpijn

59
Q

Een huisarts kan verapamil zelf starten als preventieve behandeling van clusterhoofdpijn. Waar/niet waar.

A

Verapamil is een effectieve preventieve behandeling van clusterhoofdpijn tijdens de clusterperiode. De huisarts kan deze behandeling alleen (facultatief) starten na een eerdere succesvolle behandeling met verapamil door een neuroloog. De preventieve behandeling vindt altijd in overleg met de neuroloog plaats.

NHG standaard hoofdpijn

60
Q

Wanneer zijn de controle van een patiënt met clusterhoofdpijn in de aanvalsfase?

A

Beginfase van cluster: de volgende dag na starten van de behandeling. Evalueer wekelijks indien de preventieve behandeling voldoende effectief is.

  • Wanneer de voorgeschreven medicatie niet voldoende werkzaam is.
  • Tijdens behandeling met preventieve medicatie (facultatief)

NHG standaard hoofdpijn