Col. 8- Taking action 1 Flashcards

Boek H7 + affordances

1
Q

Ecologische psychologie Gibson

A
  1. de bewegende observer creëert info in omgeving (optic flow en invariante info)
  2. zelf-geproduceerde info (cyclus: door te bewegen –> flow –> info voor verdere beweging –> beweging enz)
  3. de zintuigen werken niet geïsoleerd
    - -> perceptie is direct, voor actie, van affordances
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Focal point of expansion (FOE)

A
  • punt waar je naartoe beweeg
  • = enige punt waar GEEN flow
  • punt van oorsprong van flow; alles lijkt daarvandaan naar jou TOE te bewegen
  • -> navigeren obv optic flow
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Global flow pattern

A

karakteristiek flow-patroon voor beweging in bepaalde richting

  • invariant; onafh van manier van verplaatsen en startpositie ed
  • hoe meer textuur in omgeving, hoe meer gebruik van flowpatronen
  • -> inschatten koers tov objecten onderweg (Li/Re)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Visual direction strategy

A

mensen navigeren naar bepaalde bestemming door lichaam naar doel georiënteerd te houden

  • obv visuele info, kennis over eigen beweging en herinneringen over omgeving
  • NIET (alleen) obv flowpatronen
  • -> mensen kijken niet altijd naar FOE
  • -> met blinddoek geen flow, wel redelijk koers behouden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Egocentric direction of visual target

A

de richting van een visueel object t.o.v. het lichaam van de (bewegende) observer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Invariant

A

eigenschappen van OMGEVING die NIET veranderen door te bewegen, = patronen in flow –> bruikbaar als info over beweging

  • FOE (optische expantie)
  • Textuur in homogene textuurgradiënt
  • Optische acceleratie
  • Time-to-arrival
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Optische acceleratie

A

patroon in flow die karakteristiek is voor bepaalde versnelling van het object en dus voor de locatie waar het object zal landen t.o.v. observer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Optische expantie

A

bij beweging naar FOE lijkt de omgeving vanuit FOE naar jou toe te stromen
–> voorspellen time-to-arrival

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Time-to-arrival

A

voorspellen wanneer object arriveert op eindpunt obv hoe groot het lijkt en hoe snel het groter wordt –> maat voor afstand en snelheid t.o.v. observer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Gradiënt van flow

A

objecten dichterbij lijken sneller te bewegen dan objecten ver weg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Spatial updating

A

koers behouden en corrigeren indien nodig –> uitkomen op gewenste locatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Navigeren

A

over lange afstanden waarbij afslagen genomen moeten worden naar doel toe bewegen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly