Aardrijkskunde Flashcards Preview

*Toetsweek 2016 > Aardrijkskunde > Flashcards

Flashcards in Aardrijkskunde Deck (29):
1

aardbeving

trilling die ontstaat door een plotselinge verschuiving van delen van de aardkorst

2

aardkern

het binnenste gedeelte van de aarde dat erg heet is, maar door enorme druk toch uit vast gesteente bestaat

3

aardkorst

het buitenste laagje van de aarde dat bestaat uit stukken oceaanbodem en stukken continent

4

aardmantel

het eel van de aarde dat ligt tussen de aardkern en de aardkorst, het bestaat uit stroperig materiaal dat langzaam stroomt

5

absolute afstand

de korte afstand tussen twee plaatsen uitgedrukt in meters of in kilometers (hemelsbreed)

6

bodemdaling

daling van het grondoppervlak

7

eb

de lage stand van het zeewater

8

epicentrum

Punt van een aardbeving waar de meeste beweging plaatsvindt

9

kustlijn

daar waar het land aan zee grenst

10

lava

vloeibaar gesteente uit de aardmantel dat bij een vulkaan uitbarsting naar buiten komt

11

magma

vloeibaar gesteente in de aardmantel

12

midoceanische rug

Het midden diepe deel van de oceanen waar platen uit elkaar gaan en vulkanisme optreedt

13

oog van de orkaan

het windstille, onbewolkte middelpunt van een orkaan

14

piekafvoer

de enorme hoeveelheid water die een rivier in korte tijd krijgt te verwerken

15

plantentektoniek

het bewegen van de aardkorstplaten

16

relatieve afstand

afstand tussen twee plaatsen uitgedrukt in tijd, geld of moeite

17

remote sensing

het onderzoek van de aarde vanuit de lucht (aardobservatie)

18

schaal van Richter

schaal waarmee de zwaarte van aardbevingen wordt bepaald

19

sedimentatie

Materiaal dat blijft liggen (afgezet wordt) als het water of de wind niet meer kan meenemen. Dit gebeurt als de rivier langzamer gaat stromen of de kracht van wind afneemt.

20

springvloed

extra hoge vloed omdat de maan en de zon aan dezelfde kant van de aarde het water van de zee naar zich toe trekken

21

stormvloed

extra hoge vloed omdat harde wind het zeewater tegen de kust op een 'hoop' waait

22

stroomgebied

gebied waarin al het regen- en smeltwater via 1 rivier naar de zee stroomt

23

tropische orkaan

enorme storm met een windsnelheid van meer dan 200 kilometer per uur

24

tsunami

grote vloedgolf die ontstaat door een aardbeving in de zeebodem

25

versterkt broeikaseffect

stijging van de temperatuur op aarde omdat de mens stoffen in de dampkring brengt die ervoor zorgen dat meer zonne-energie naar binnen kan dan er weer uit kan.

26

vloed

de hoge stand van het zeewater

27

vulkaan

plaats waar vloeibaar gesteente uit de mantel naar buiten komt

28

vulkaankegel

een berg die ontstaan is door de lagen as en lava van een reeks uitbarstingen

29

zeespiegel

de hoogte van het zeewater ten opzichte van het land