Alles Flashcards Preview

Medisch > Alles > Flashcards

Flashcards in Alles Deck (130):
1

 

 

 

Omschrijf de E van de EMV-score

 

 

  1. Opent ogen niet
  2. Opent ogen op pijnprikkel
  3. Opent ogen bij aanspreken
  4. Opent de ogen spontaan

2

 

 

 

Wat is de EMV-score (E) van iemand die zijn ogen

op geen enkele prikkel opent?

 

 

 

E1

 

3

 

 

 

Wat is de EMV-score (E) van iemand die zijn ogen

opent op een pijnprikkel?

 

 

 

E2.

4

 

 

 

Wat is de EMV-score (E) van iemand die zijn ogen

opent op aanspreken?

 

 

 

E3.

5

 

 

 

Wat is de EMV-score (E) van iemand die zijn ogen

spontaan geopend heeft?

 

 

 

E4.

6

 

 

 

Omschrijf de M van de EMV-score

 

  1. Geen reactie
  2. Strekken
  3. Pathologisch buigen
  4. Buigen / terugtrekken
  5. Lokaliseren
  6. Voert opdrachten uit

7

 

 

 

Wat is de EMV-score (M) van iemand die geen enkele motorische reactie heeft?

 

 

 

 

 

 

M1.

8

 

 

 

Wat is de EMV-score (M) van iemand die strekt

op een pijnprikkel?

 

 

 

M2.

9

 

 

 

Wat is de EMV-score (M) van iemand die pathologisch

buigt op een pijnprikkel?

 

 

 

M3.

10

 

 

 

Wat is de EMV-score (M) van iemand die buigt of terugtrekt op een pijnprikkel?

 

 

 

M4.

11

 

 

 

Wat is de EMV-score (M) van iemand die lokaliseert

op een pijnprikkel?

 

 

 

M5.

12

 

 

 

Wat is de EMV-score (M) van iemand

die opdrachten uitvoert?

 

 

 

M6.

13

 

 

 

Omschrijf de V van de EMV-score

 

 

  1. Geen geluiden
  2. Kreunen
  3. Spreekt, geen conversatie mogelijk
  4. Spreekt, maar verward
  5. Spreekt en georiënteerd in tijd, plaats en persoon

14

 

 

 

Wat is de EMV-score (V) van iemand die geen enkel 

geluid op een pijnprikkel maakt?

 

 

 

V1.

15

 

 

 

Wat is de EMV-score (V) van iemand die kreunt

bij een pijnprikkel?

 

 

 

V2.

16

 

 

 

Wat is de EMV-score (V) van iemand

die losse woorden spreekt?

 

 

 

V3.

17

 

 

 

Wat is de EMV-score (V) van iemand die spreekt,

maar wel verward is?

 

 

 

V4.

18

 

 

 

Wat is de EMV-score (V) van iemand die spreekt en georiënteerd in trias is?

 

 

 

V5.

19

 

 

 

Wat geef je bij een insult?

 

 

  • Diazepam (Valium) 10mg i.v.
  • Óf Clonazepam (Rivotril) 1mg i.v.

20

 

 

 

Wat moet je altijd vóór het geven van glucose doen?

 

 

Thiamine 250mg iv / im

Cave hypomagnesiëmie (thiamine resistentie) 

21

 

 

 

Wat zijn de symptomen van een ICH?

 

  1. Hoofdpijn
  2. Vomitus
  3. Sterk verhoogde tensie
  4. Focale neurologische uitval

22

 

 

 

Hoe behandel je een ICH?

 

  1. Verlagen van tensie
  2. Drainage / ontlasting hematoom 
  3. Anticoagulantia couperen
  4. Hemostatica
  5. Medicamenteus: Mannitol, hypertoon NaCl, hyperventilatie

23

 

 

 

Wanneer behandel je een hypertensie bij een iCVA?

Hoe behandel je het?

 

  1. Systole >220, diastole >120 of MAP >130
  2. Indicatie voor rtPA en systole >185 of diastole >110
  3. Acute myocardinfarct
  4. Aorta dissectie
  5. Hypertensieve encephalopathie
  6. Ernstig linkerventrikelfalen

   ⇒ Labetolol of Nicardipine

24

 

 

 

Hoe herken je een Horner?

 

 

    Ipsilaterale:

  1. Blepharoptosis
  2. Miosis
  3. Faciale anhidrosis 

25

 

 

 

Wat betekent een ipsilaterale blepharoptosis, miosis en faciale anhidrosis?

  

 

 

 

Het syndroom van Horner.

26

 

 

 

Wat zijn de oorzaken van een delier?

I WATCH DEATH

Infection                     Deficiency

Withdrawal                 Environmental

Acute metabolic        Acute Vascular

Trauma                       Toxins/drugs

CNS                            Heavy metals

Hypoxia

27

 

 

 

Benoem alle hersenzenuwen.

 

  1. Olfactorius                        7.  Facialis
  2. Opticus                             8.  Vestibulocochlearis 
  3. Oculomotorius                 9.  Glosspharyngeus
  4. Trochlearis                      10.  Vagus
  5. Trigeminus                       11.  Accessorius
  6. Abducens                        12.  Hypoglossus

28

 

 

 

Hoeveelste HZ is de n. olfactorius en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 1 - reuk

29

 

 

 

Welke en hoeveelste HZ verzorgt de reuk?

 

 

 

N. olfactorius (1)

30

 

 

 

Hoeveelste HZ is de n. opticus en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 2 - visus, gezichtsvelden, fundus,

waarnemen van licht

31

 

 

 

Welke en hoeveelste HZ verzorgt de visus, gezichtsvelden. de fundus en het waarnemen van licht?

 

 

 

N. opticus (2)

32

 

 

 

Hoeveelste HZ is de n. oculomotorius en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 3 - verticale / nasale oogbewegingen (bij # dus

naar inferiolateraal), pupilreactie, ooglid

33

 

 

 

Welke en hoeveelste HZ verzorgt de oogbewegingen (verticaal, nasaal), pupilreactie en het ooglid?

 

 

 

N. oculomotorius (3)

34

 

 

 

Hoeveelste HZ is de n. trochlearis en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 4 - oogbeweging inferior-nasaal (m. obliquus superior)

35

 

 

 

Welke en hoeveelste HZ verzorgt de oogbeweging naar inferior-nasaal?

 

 

 

N. trochlearis (4)

36

 

 

 

Hoeveelste HZ is de n. trigeminus en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 5 - sensibiliteit gelaat, kracht kauwspieren, corneareflex; heeft drie takken: ophtalmicus, maxillaris, mandibularis

37

 

 

 

Welke en hoeveelste HZ verzorgt de sensibiliteit gelaat, kracht kauwspieren, corneareflex

 

 

 

N. trigeminus (5)

38

 

 

 

Hoeveelste HZ is de n. abducens en wat is zijn functie?

 

 

 

 

HZ 6 - abductie oog (m. rectus lateralis)

39

 

 

 

Welke en hoeveelste HZ verzorgt de abductie oog?

 

 

 

N. abducents (6)

40

 

 

 

De hoeveelste HZ is de n. facialis en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 7 - motoriek gelaat (fronsen, ogen dicht, tanden laten

zien, wenkbrauwen omhoog, blazen, lachen)

41

 

 

 

Welke en hoeveelste HZ verzorgt de motoriek

van het gelaat?

 

 

 

N. facialis (7)

42

 

 

 

De hoeveelste HZ is de n. vestibulocochlearis

en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 8 - gehoor (Rinne, Weber), evenwicht

43

 

 

 

Welke en hoeveelste HZ verzorgt het gehoor

en het evenwicht?

 

 

 

N. vestibulocochlearis (8)

44

 

 

 

De hoeveelste HZ is de n. glossopharyngeus

en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 9 - slikken, wurgreflex en spraak

45

 

 

 

Welke en de hoeveelste HZ verzorgt het slikken,

de wurgreflex en spraak?

 

 

 

N. glossopharyngeaus (9) EN de n. vagus (10)

46

 

 

 

De hoeveelste HZ is de n. vagus en wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 10 - slikken, wurgreflex en spraak

47

 

 

 

De hoeveelste HZ is de n. accessorius en 

wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 11 - m. trapezius en m. sternocleidomasteoïdeus

48

 

 

 

Welke en de hoeveelste HZ verzorgt de m. trapezius en m. sternocleidomasteoïdeus?

 

 

 

N. accessorius (11)

49

 

 

 

De hoeveelste HZ is de n. hypoglossus en 

wat is zijn functie?

 

 

 

HZ 12 - (beweging tong) lippen aflikken

en fasciculaties

50

 

 

 

Welke en de hoeveelste HZ verzorgt de 

beweging van de tong?

 

 

 

N. hypoglossus (12)

51

 

 

 

Op welk niveau zitten de peesreflexen?

 

 

  • BPR - C6
  • TPR - C7
  • RPR - C6
  • KPR - L4
  • APR - S1

52

 

 

 

Wat zijn vroege tekenen van een iCVA op CT-scan?

 

 

  • Hypodens weefsel
  • Obscuratie nucleus lentiformis
  • 'Insular ribbon sign'
  • Dense a. cerebri medialis
  • Verlies van sulcus structuur

53

 

 

 

Wat verwacht je bij een ACA iCVA en welk gebieden verzorgt het?

 

 

  • Contralaterale paralyse +  hypesthesie been - been >> arm
  • Frontaal: inzicht#, grijp- en zuig reflexen, incontinentie
  • Apraxie, klunzigheid
  • Amaurosis fugax

     → verzorgt basale en mediale delen hemisferen, anterieure 2/3 deel             pariëtaal

54

 

 

 

Wat verwacht je bij een MCA iCVA en welk gebieden verzorgt het?

 

 

  • Paralyse + hypesthesie contralaterale arm + gelaat >> been
  • Ipsilaterale hemianopsie
  • Agnosie, afasie
  • Dwangstand ogen náár de laesie toe

     → Putamen, capsula interna + externa, nucleus lentiformis, laterale                 deel van frontaal t/m posterior

55

 

 

 

Wat verwacht je bij een PCA iCVA en welk gebieden verzorgt het?

 

  • Homonieme hemianopsie, gezichtsveld, diplopie, neglect
  • Agnosie, alexie, LOC, emesis, cognitie
  • Vertigo, syncope, zwakte, paralyse, nystagmus
  • Dysarthrie, dysphagie
  • Gekruisde focale uitval

     → HZ, cerebellum, neurosensore tracti, hersenstam, reticulair                         activeringssysteem, thalamus, oren, mediotemporaal, occipitaal                 visueel

56

 

 

 

Welke vormen van afasie zijn er?

 

 

  1. Wernicke: receptief
  2. Broca: expressief

57

 

 

 

Welke vorm van afasie wanneer patiënt je niet

begrijpt?

 

 

 

Wernicke.

58

 

 

 

Welke afasie is het wanneer patiënt niet uit zijn

woorden komt?

 

 

 

Broca.

59

 

 

 

Hoe wordt het kalium gereguleerd?

 

 

  1. Interne K+ shift: insuline, catecholamines, zuur-base evenwicht
  2. Eliminatie: nieren (95%), darmen (5%)

60

 

 

 

Bij welk type infarct moet je vullen?

 

 

 

Bij een RV infarct (verhoging preload)

61

 

 

 

Wat zijn de oorzaken van een hyperkaliëmie?

 

  1. Pseudo-hyperkaliëmie
  2. Nierinsufficiëntie
  3. Acidose (DKA)
  4. Medicatie: ACE + ARB, BB, K-sparend diureticum, NSAID's, COX-2inh
  5. Cel dood (tumorlyse, rhabdomyolyse, brandwonden, hemolyse)

62

 

 

 

Wat zijn de complicaties van een hyperkaliëmie?

 

 

  1. Cardiaal: spitse T-toppen, verlengd PR, verlengd QRS, verlies van P-top, sinus golf, Vfib
  2. Neuromusculair: parasthesieën, zwakte
  3. Metabool: milde hyperchloremische metabole acidose

63

 

 

 

Hoe behandel je een hyperkaliëmie?

 

  1. 10ml Calciumgluconaat 10% in 1min, z.n. hh (niet bij Digoxine gebruik!)
  2. 200-500ml D10W (50ml D40W bij DC) + 12IE insuline (6 bij NF#) in 20min - 100ml D50W + 10IE insuline in 15min
  3. 500ml NaHCO3- 1,4% of 100ml NaHCO3- 8,4% in 30min
  4. Dialyse
  5. NaCl 3% - 50ml bolus (alleen bij ernstige hypernatriëmie)
  6. Resonium 15-30gr 4-6dd p.o./supp.
  7. Furosemide 40-80mg iv
  8. Salbutamol 0,5mg in 10ml D5W in 15min iv

64

 

 

 

Wat zijn de mechanismen van behandeling van hyperkaliëmie?

 

 

  1. Cardiale membraan stabilisatie: calcium, NaCl 3%
  2. Kalium redistributie: insuline (0,6 Kdaling), bèta-agonisten (1.0 K+ daling)
  3. Verhoogde kalium eliminatie: NaHCO3-, lis diuretica, Resonium, dialyse

65

 

 

 

Base Excess berekenen

 

 

 

Na - Cl - 38 - lactaat - ((albumine - 42) . 0.25)

66

 

 

 

Noem de 4 H's

 

 

  • Hypoxie
  • Hypovolemie
  • Hypo-/hyperkaliëmie (en Mg)
  • Hypothermie

67

 

 

 

Noem de 4 T's

 

 

  • Tensie pneumothorax
  • Tamponade
  • Thrombo-embolie (LE / STEMI)
  • Toxiciteit van medicatie en/of drugs

68

 

 

 

Anafylaxie bij volwassenen

 

  • Trendelenburg, O2, fluid challenge
  • Adrenaline max. 0,5mg i.m. (0,01 mg/kg), z.n. na 5-10min hh of i.v.
  • Salbutamol 5mg inh.
  • Clemastine 2mg i.v.
  • Hydrocortison 200mg / Prednison 50mg i.v.
  • Ranitidine 150mg i.v.

69

 

 

 

Hoe behandel je een TCA-intoxicatie?

 

  • Spoelen tot 4u na inname
  • Norit en laxeren elke 6u
  • Ritmestoornissen (ventriculair): 
    • Lage pH: NaHCO3 (streef pH 7,45 - 7,55)
    • Fenytoïne: oplaad 10 mg/kg -- 0,25 mg/kg/u
  • Verbreding QRS: NaHCO3
  • Convulsies: Diazepam / Clonazepam
  • Indien inotropie nodig: Noradrenaline > Dopamine

70

 

 

 

Hoe schat je de moeilijkheid van directe laryngoscopie in?

L - Look externally

E - Evaluate 3 - 3 - 2 regel

M - Mallampati

O - Obstruction / obesity

N - Neck mobility

71

Hoe schat je de moeilijkheid van EGD in?

R - Restricted mouth opening

O - Obstruction / obesity

D - Distorted anatomy

S - Stiffness thorax

72

Hoe schat je de moeilijkheid van cricothyrotomie in?

S - Surgery

M - Mass (abscess / hematoma)

A - Acces / anatomy (obesity / edema)

R - Radiation

T - Tumor

73

Hoe schat je de moeilijkheid van BMV in?

M - Mask seal

O - Obstruction / obesity

A - Age >55 years

N - No teeth

S - Stiffness thorax (asthma, COPD)

74

Omschrijf de Mallampati

  1. Zachte gehemelte, uvula en tonsillen
  2. Zachte gehemelte en uvula
  3. Zachte gehemelte en basis van de uvula
  4. Harde gehemelte

75

Beschrijf de Cormack classificatie voor laryngoscopie.

  1. All of glottic apperture
  2. (Vocal cords) + arytenoid cartilages
  3. Epiglottis
  4. Not even the epiglottis

76

Wat zijn indicaties voor intubatie?

  1. Falende luchtweg: AMS, foneren, slikken
  2. Falende ventilatie / oxygenatie: klinisch!
  3. Bij verwacht slecht beloop: multitrauma

77

Hoe bevestig je de ETT plaatsing?

  1. Visueel
  2. Beslaan van tube, thoraxexcursies
  3. VAG over longvelden, geen over epigastrium
  4. etCO2 terug na 6x beademen (soms FN bij OOHCA)
  5. CXR (alleen AP niet voldoende!)
  6. Echo van trachea
  7. Aspiratie (soms FP bij OOHCA)
  8. Fiberoptisch kijken

78

Wat maakt intubatie bij kinderen moeilijker?

  1. Hoge larynx
  2. Hoge epiglottis
  3. Geen crico mogelijk

79

Benoem de stappen bij RSI, incl. tijdsindicatie (in min.)

  1. Preparation (t = -10): moeilijkheid, checklist
  2. Preoxygenation (t = -5): gedurende 3min, of 8x VC teugen
  3. Pretreatment (t = -3): tegen RSLR, i_ICP en bronchospasmen
  4. Paralysis and induction (t = 0)
  5. Positioning (t = +0,75): geen BMV tenzij SpO2
  6. Placement of tube (t = +1)
  7. Postintubation management (t = +2) 

80

Medicatie bij RSI van een status asthmaticus?

Pretreatment:

  • Salbutamol vernevelen
  • Lidocaïne 1,5 mg/kg

Paralysis and induction:

  • Ketamine 1,5 mg/kg
  • Rocuronium 1,0 mg/kg

81

Medicatie bij RSI voor i_ICP?

Geen MAP verlaging!

Pretreatment:

  • Lidocaïne 1,5 mg/kg
  • Fentanyl 3 mcg/kg (langzaam)

Paralysis and induction:

  • Etomidate 0,3 mg/kg
  • Rocuronium 1,0 mg/kg

82

Medicatie bij RSI bij voorkomen RSLR?

Indicaties:

  • i_ICP, bCVA, SAB, Ao dissectie, Ao aneurysma, ACS

Pretreatment:

  • Fentanyl 3 mcg/kg (langzaam, evt na intubatie herhalen)
  • Esmolol

83

Wat doe je bij een awake intubation?

Alleen sedatie en analgesie (soort PSA), geen NMBA!

84

Wat kan je als postintubatie medicatie gebruiken?

Sedatie:

  1. Propofol 5-50 mcg/kg/min -- niet bij d_BP of bloeding, voorkeur bij neuro!
  2. Midazolam 0,1-0,2 mg/kg

Analgesie:

  1. Morfine 0,2-0,3 mg/kg
  2. Fentanyl 3-5 mcg/kg

85

 

 

Inductie - Propofol

  • Dosering (incl. aantal ml)
  • Aanpassen dosis

 

  • 2 mg/kg 1 ampul = 20 ml = 200mg = 10 mg/ml
    • Aantal ml = mg / 10
  • Kinderen en alcoholisten hogere dosering, ouderen en bij hypotensie lagere dosering

86

 

 

PSA - Propofol

  • Dosering (incl. aantal ml)
  • Aanpassen dosis

 

  • 0,5 - 1,0 mg/kg 1 ampul = 20 ml = 200 mg = 10 mg/ml
    • Aantal ml = mg / 10
  • Kinderen en alcoholisten hogere dosering nodig, ouderen en bij hypotensie lagere dosering

87

 

 

 

Bijwerkingen van Propofol

 

 

 

d_ICP, d_BP (vasodilatatie en d_inotroop)
 

88

 

 

 

Contra-indicaties van Propofol

 

 

 

Soja en kippeneiwit allergie, hypotensie

89

 

 

Inductie - Etomidate

  • Dosering (incl. aantal ml)
  • Aanpassen dosis

 

  • 0,2 - 0,3 mg/kg 1 ampul = 10 ml = 20 mg = 2 mg/ml
    • Aantal ml = mg / 2
  • Lager doseren bij lever#, hoge leeftijd en d_LVF

 

90

 

 

PSA - Etomidate

  • Dosering (incl. aantal ml)
  • Aanpassen dosis

 

  • 0,1 mg/kg 1 ampul = 10 ml = 20 mg = 2 mg/ml
    • Aantal ml = mg / 2
  • Lager doseren bij lever#, hoge leeftijd en d_LVF

91

 

 

 

 

Bijwerkingen van Etomidate

 

 

 

d_ICP, n_CPP, fasciculaties, geen hemodynamische

effecten -- mogelijk d_endogeen cortisol

92

 

 

 

Contra-indicaties van Etomidate

 

 

 

Myoclonieën

93

 

 

 

Inductiedosering ketamine

 

 

 

1 - 2 mg/kg (1,5 mg/kg)​

94

 

 

 

 

PSA-dosering ketamine

 

 

 

0,5 - 1,0 mg/kg​

95

 

 

 

 

Analgesie dosering ketamine

 

 

 

0,2 - 0,4 mg/kg

96

 

 

 

Ketamine - bijwerkingen

 

 

  • Bronchodilatator, mogelijk i_ICP. 

  • Geeft release van catecholamines,

  • Tegen nachtmerries: Lorazepam 0,05 mg/kg of Midazolam 0,1 mg/kg

97

 

 

 

Ketamine - contra-indicaties

 

 

 

TBI.

98

Inductie - Midazolam

  • Dosering
  • Bijwerkingen
  • Contra-indicaties

 

 

  • 0,2 - 0,3 mg/kg (ca. 25mg)
  • d_inotroop
  • CI: myasthenia gravis, niet bij erytromycine (of andere CYP34)

99

Relaxatie - Succinylcholine

  • Dosering
  • Bijwerkingen
  • Contra-indicaties

  • 1 - 1,5 mg/kg, na 3min over op pomp
  • Maligne hyperthermie (Dantroleen) -- Depolariserend! Bij RSI 45sec wachten!
  • CI: hyperkaliemie (brandwonden, crushletsel, CVA, SCI, MS, ALS, MD, abdominale sepsis) M

100

Relaxatie - Rocuronium

  • Dosering (incl. aantal ml)
  • Bijwerkingen
  • Contra-indicaties

  • 1,0 mg / kg
  • Niet-depolariserend! Bij RSI 60sec wachten!
  • Geen duidelijk contra-indicaties; werkt wat langer dan Succinylcholine

101

Analgesie - Fentanyl

  • Dosering
  • Aanpassen dosis
  • Contra-indicaties

  • 1 mcg/kg
  • Lager doseren bij ouderen, lever en nier#, hypothyreoidie, alcoholisme
  • MAO-remmers (serotonine syndroom), niet rondom partus

102

Analgesie - Morfine

  • Dosering 
  • Contra-indicaties

  • 2 mg i.v.
  • i_ICP

103

Antidotum - Naloxon

  • Antidotum van opioïden
  • 0,4mg = 1 ampul = 1ml i.v. (evt i.m.)
  • FK: met 0,1 - 0,2mg beginnen
  • Z.n. 2-3x herhalen na 2min, duur 1-4 uur

104

Thiamine

250mg i.v./i.m. (cave hypomagnesiëmie!)

105

 

 

 

Welke leads voor anterior infarct?

 

 

STE: V1-4

STD: II, III, aVF

106

 

 

 

Welke regio presenteren V1-4?

 

 

 

Anterior

107

 

 

 

Welke leads voor septaal infarct?

 

 

 

STE: V1-2

108

 

 

 

Welke regio presenteren V1-2?

 

 

 

 

 

 

Septaal

109

 

 

 

Welke leads voor lateraal infarct?

 

 

STE: I, aVL, V5-6

STD: III, aVF, V1

110

 

 

 

Welke regio presenteren I, aVL, V5-6?

 

 

 

Lateraal

111

 

 

 

Welke leads voor inferior infarct?

 

 

STE: II, III, aVF

STD: aVL, I & V2+3 > V1

112

 

 

 

Welke regio presenteren II, III, aVF?

 

 

 

Inferior

113

 

 

 

Welke leads voor RV infarct?

 

 

STE: V1 (+2) + III > II, aVF (inferior)

→ V4R (3-6)

114

 

 

 

Welke regio presenteren STE V1 (+2)?

 

 

 

RV → V4R (3-6)

115

 

 

 

Welke leads voor posterior infarct?

 

 

STD: V1-3

→ STE in V8+9

116

 

 

 

Welke regio presenteren STD V1-3?

 

 

 

Posterior → V8+9

117

 

 

 

Wat zijn de criteria voor een LAFB?

 

 

  1. Linkerasdeviatie (-45º)(positief complex in I, negatief in II en aVF)
  2. qR in I en een rS in III
  3. Meestal een rS in II, soms in aVF

118

 

 

Waar is sprake van bij de volgende bevindingen?

  1. Linkerasdeviatie (-45º)
  2. qR in I en een rS in III
  3. (rS in II of aVF)

 

 

 

Een LAFB.

119

 

 

 

Wat zijn de criteria voor een LPFB?

 

 

  1. Rechter asdeviatie (90-180º)
  2. qR in III en rS in I
  3. Geen tekenen van rechter atriumoverbelasting of rechter ventrikelhypertrofie
  4. N.B. kan lijken op een S1Q3T3 bij een longembolie!

120

 

 

Waar is sprake van bij de volgende bevindingen?

  1. Rechter asdeviatie (90-180º)
  2. qR in III en rS in I
  3. Geen tekenen van rechter atriumoverbelasting of rechter ventrikelhypertrofie

 

 

 

Een LPFB (kan erg op een S1Q3T3 van longembolie lijken!)

121

 

 

 

Wat is een bifasciculair blok?

 

 

 

Een RBTB, LAFB en LPFB.

122

 

 

 

Wat is de combinatie van een RBTB, LAFB en LPFB?

 

 

 

Een bifasciculair blok.

123

 

 

 

Wat is een trifasciculair blok?

 

 

 

Een 1e graads AV-blok met een bifasciculair blok (een RBTB, LAFB en LPFB).

124

 

 

 

Wat is de combinatie van een 1e graads AV-blok, 

RBTB, LAFB en LPFB?

 

 

 

Een trifasciculair blok.

125

 

 

 

Hoe herken je een eerstegraads AV-blok?

 

 

 

Een PR-interval >200ms.

126

 

 

 

Wat is een PR-interval >200ms?

 

 

 

Een eerstegraads AV-blok.

127

 

 

 

Hoe herken je een tweedegraads AV-blok Mobitz type I / Wenkebach?

 

 

 

Een progressief verlengend PR-interval tot er een P-top niet voortgeleid wordt. Je ziet een irregulair RR-interval. 

128

 

 

 

Wat is een progressief verlengend PR-interval tot er

een P-top niet voortgeleid wordt?

 

 

 

Een tweedegraads AV-blok Mobitz type I / Wenkebach.

129

 

 

Hoe herken je een tweedegraads AV-blok 

Mobitz type II?

 

 

Een P-top die niet voortgeleid wordt na een reeks normale complexen. PR-interval kan normaal zijn.

P.M. Irreversibel en altijd een PM-indicatie!

130

Pleuracatheter

  1. Positie (subaxillair) en alcoholdepje
  2. 10cc lido (sc) en 10cc bupi (pleuraal)
  3. Incisie (pinkgrootte, tot op ribben), rip palperen
  4. Va. de rib naar caudaal aanprikken met punt naar boven (2cm) > vocht aspiratie
  5. Drain angulerend opvoeren > naald terug, controleren
  6. Hechten - 3x knopen/draaien/knopen
  7. 2x splitgaas en 4x plakkers