Argumentatie Flashcards Preview

Nederlands blok 2 > Argumentatie > Flashcards

Flashcards in Argumentatie Deck (24):
1

Wat is een empirisch argument?

Argument op eigen ervaring

2

Wat is een beroep op autoriteit?

Een argument met een mening van een autoriteit

3

Wat is een moreel argument?

Een argument op mening (eigen ervaring)

4

Wat is een emotioneel argument?

Een argument waar emoties in verwerkt zijn

5

Wat is een causaliteitsredenering?

De oorzaak als argument, als X gebeurt, dan heeft het gevolg op Y (economie goed -> beurzen ook)

6

Wat is een analogieredenering?

Een vergelijking als argument, geldt het ene, dan ook het ander. Reclame voor gezondheid -> minder voor roken

7

Wat is een doel-middel redenering?

Het doel als argument - middel zal naar het doel lijden

8

Wat is generalisatie?

Genaralisering vanuit één incident als argument

9

Wat is een eigenschap-oordeelredenering?

Een eigenschap of oordeel als argument gebruiken -> deze rode wijn bevat weinig houtsmaak, erg lekker

10

Wat is een enkelvoudige argumentatie?

Ik blijf vandaag thuis. éen argument

11

Wat is een meervoudige argumentatie?

Het is beter dat ik vandaag thuis blijf want ik voel me niet lekker, het regent en ik heb mijn opdrachten niet afgemaakt.
Meerdere argumenten vormen 1 argument

12

Wat is een nevengeschikt argument?

Ik kreeg een bekeuring want ik reed door rood licht, ik reed 40 km te hard en ik had geen rijbewijs bij me.
Elk argument is onderbouwend

13

Wat is een ondergeschikt argument?

De meeste Nederlanders zorgen merkwaardig genoeg beter voor hun auto dan voor hun eigen lichaam, want (1) de auto krijgt regelmatig een controlebeurt want (a) slecht onderhoud kan tot dure reparaties leiden.
Argument A kan niet worden onderbouwt zonder argument 1

14

Wat is een ketenargument?

Nico heeft de afgelopen week nauwelijks kunnen leren voor zijn tentamen Nederlands.
Ik neem dus aan dat hij een slecht cijfer zal halen voor dit tentamen.
De kans dat hij dit jaar zijn P haalt, acht ik dan ook klein.

Wanneer het ter discussie staat, het staat niet vast.

15

Wat is een impliciet argument?

De koers van de dollar is met 25 cent gedaald. De olieprijzen zullen dus waarschijnlijk binnenkort eveneens dalen.
Impliciet: olieprijzen gelinkt aan koers van dollar.

16

Wat zijn drogredenen?

Slechte argumenten

17

Wat is een meelopersmotief

Iedereen zal het met mij eens zijn dat er in Nederland veel te weinig boeken worden gelezen.
Ervanuit gaan dat iedereen dezelfde mening deelt als jou

18

Wat is ontduiking van de bewijslast?

Iedereen met een beetje gezond verstand zal zeggen…Het niet hoeven leveren van bewijs

19

Wat is een cirkelredenering?

Dat is nou typisch een uitspraak voor een man.
Hoe weet je dat?
Omdat jij een man bent.

20

Wat is een vertekening van het standpunt?

Wanneer het argument afwijkt van de discussie

21

Wat is een pragmatisch argument?

Een argument op basis van voor- en nadelen

22

Wat is een analogie?

Toen ging het zo, dus het zal zeker nu ook weer zo gaan

23

Wat is een oordelende argumentatie?

Een argumentatie waar altijd een evaluatie aan gekoppeld is: het is belachelijk, omdat....

24

Wat is feitelijke argumentatie?

Argumenten die op feiten zijn gebasseerd