Artikel Flashcards Preview

Argumentatie > Artikel > Flashcards

Flashcards in Artikel Deck (28):
1

Logica

"Of een uitspraak is waar, of het tegenovergestelde van de uitspraak is waar."
Bij deze benadering worden bepaalde argumenten buiten beschouwing gelaten

2

Claim

- Toulmin's approach
- Elke bewering bevat een claim, maar niet elke bewering in een argumentatieve discussie bevat een standpunt

3

Conclusie volgens Logici

Wat logisch volgt uit de premisen

4

Thesis

- Lijkt er op standpunt
- Men is bereid het te verdedigen
- Bij Aritstoteles is het alleen voor filosofen en filosofische situaties
- Bij formele dialectiek is het niet beperkt tot dit

5

Debate proposition

- Veronderstellen ook een verschil van mening
- Heeft ook de plicht je te verdedigen
- Heeft alleen betrekking op formele gerelde debatten
- Partijen hebben maar 1 taak/rol: verdedigen, terwijl bij argumentatieve discussie je ook alleen twijfel kan hebben

6

Belief

- innerlijke mentale staat
- je hoeft je niet te verdedigen

7

Opinion

- hiervan kan je veranderen (bij belief niet echt)
- gaat vaak niet zonder discussie
- je hoeft je niet te verdedigen
- je kan je opinie gewoon behouden ondanks dat iemand dezijne afdoende heeft verdedigd
- heeft niet zo zeer te maken met gelijk krijgen, maar met oprecht zijn

8

Attitude

- niet te verdedigen
- gaat over de neiging om op een bepaalde manier te handelen

9

Pragmatische analyse

Kijkt naar context en achtergrond informatie

10

Toop

Type redenering. Lijkt op argumentatieschema.
Aristoteles maakt onderscheidt tussen verschillende typen:
- syllogismen --> maior premisse wordt niet verzwegen
- enthymeem --> retorisch syllogisme: maior premisse wordt verzwegen

11

Voorbeeld van een toop:

Als je het een zegt over een subject, moet je ook het tegengestelde kunnen zeggen

12

Wat is een fallacy volgens de standard treatment?

Een argument dat logisch lijkt, maar dit niet is

13

Welke kritiek kun je op de fallacy defenitie van de standard treatment geven?

1. drogredenen worden uit de context gehaald, terwijl deze nodig is om te bepalen of het een drogreden is
2. de meeste fallacies zijn hier niet mee in overeenstemming

14

Propositie

maken een connectie tussen een ondewerp en een eigenschap van het onderwerp

15

Descriptief standpunt

Hier kun je logische en empirische bewijzen voor gebruiken

De koning van nederland is gekroond in Amsterdam

16

Evaluatief standpunt

Gaat over etiek
Het was een goed concert

17

Prescriptief standpunt

Praktische of beleidsordeel

Je zou met me mee moeten gaan naar de kerk

18

Welke soort argumentatieschema's onderscheiden Perelman en Olberecht-tyt?

- Associatie (bijeenbrengen en tot eenheid maken van elementen die los stonden)
- Dissocatie (uiteen laten vallen bestaande veranden)

19

Wat betekent een descriptieve toepassing van argumentatietheorie?

- Je kijkt naar hoe het in de werkelijkheid gaat
- Maakt een analyse

20

Wat betekent een prescriptieve toepassing van argumentatietheorie?

- Hoe je effectief kan argumenteren
- Productie
- Theorie hoe je goed moet argumenteren

21

Wat betekent een normatieve toepassing van argumentatietheorie?

- Criteria
- Beoordelen van argumentatie

22

Retorica (Retoriek)

- Overtuigen van een groot publiek
- Gaat om effectiviteit in plaats van regels
- Maakt niet uit of je een drogreden begaat, als het maar effectief is
- ethos pathos en logos spelen een rol
- geen twistgesprek maar een VOORDRACHT

23

Logica:

- Logische analyse gebaseerd op formele geldigheid
- Let op: premissen en conclusies
- Laat implicietheid buiten beschouwing

24

Dialectiek:

- Logica in actie
- gaat erom heuristieken te vinden om stellingen van de opponent te weerleggen en eigen te onderbouwen
- topoi beheersen en toepassen
- Let op: argumenten en standpunten
- Degene die de argumenten van de ander weerlegt en de eigen onderbouwt komt als winnaar uit de discussie

25

Informal logic

redenering in dagelijks taalgebruik
komt meer overeen met argumentatief taalgebruik
houden niet vast aan het criterium van deductieve geldigheid

26

Formal logic

the study of inference with purely formal content

27

Inductie

de eerste eens is bruin, de tweede eend is bruin
van specifieke gevallen naar een geheel

28

Deductie

logische conclusie uit de premissen