Atelier 3 Flashcards Preview

Frans 2 > Atelier 3 > Flashcards

Flashcards in Atelier 3 Deck (225):
1

Zorg dragen voor, verzekeren

Assurer

2

Eindexamen na middelbaar in Frankrijk

Bac (un) (baccalauréat)

3

Callcenter

Centre d'appels (un)

4

Hoeveelheid werk

Charge de travail (une)

5

Universitair studieprogramma

Cursus universitaire (un)

6

Een handje helpen

Donner un coup de main

7

Uitbreiden, vergroten

Élargir

8

Inpakken

Emballer

9

Uitwisseling

Échange (un)

10

Baan, werk

Emploi (un)

11

In de rol van

En tant que

12

Secundair onderwijs

Études secondaires (les f.)

13

Hoger onderwijs

Études supérieures (les f.)

14

Student(e)

Étudiant(e) (un(e))

15

Uitoefenen

Exercer

16

Ervaring

Expérience (une)

17

Ervaren

Expérimenté

18

Studeren, een studie doen

Fairs des études de

19

Medeleven

Faire part de

20

Blijk geven van

Faire preuve de

21

Haalbaarheid

Faisabilité (une)

22

Opleiding

Formation (une)

23

M/v

H/f

24

Betrokken zijn in

Être impliqué dans

25

Vragen stellen aan

Interroger

26

Beheersing

Maîtrise (une)

27

Beheersen

Maîtriser

28

Management

Management (un) = gestion (une)

29

Scriptie, thesis

Mémoire (un)

30

Contacten leggen

Nouer des relations

31

Meedoen aan

Participer à

32

Komen werken bij

Rejoindre

33

Verantwoordelijkheid

Responsabilité (une)

34

Verantwoordelijkheid voor

Responsable de

35

Overbodig

Redondant (e)

36

School-, onderwijs-

Scolaire

37

Schooljaren

Scolarité (une)

38

Verblijf

Séjour (un)

39

Zich redden, zijn plan trekken

Se débrouiller

40

Zich bijscholende, zich verder bekwamen in iets

Se perfectionner

41

Gebruik maken van

Se servir de

42

Stage

Stage (un)

43

Praktijk, Werkstage

Stage (un) ouvrier

44

Startende onderneming

Start-up (une)

45

Het opvolgen, follow-up

Suivi (un)

46

In de praktijk

Sur le tas

47

Spreadsheet, rekenblad

Tableur (un)

48

Taak

Tâche (une)

49

Tekstverwerking

Traitement de texte (un)

50

Behandelen

Traiter

51

Gezinsleven

Vie familiale (une) = vie de famille

52

(Ver)wachten

Attendre

53

Zich verwachten aan

S'attendre à

54

Troef

Atout (un)

55

Aantrekken

Attirer

56

Aantrekkelijk

Attrayant

57

Kandidaat, sollicitant

Candidat (e)

58

Sollicitatie

Candidature (une)

59

Call center

Centre d'appel (un)

60

Verkiezen, uitkiezen

Élire

61

Aanwerven

Embaucher = engager

62

Sollicitatiegesprek

Entretien (un) d'embauche

63

(Klanten aan zich) binden, fideliseren

Fidéliser

64

Verkoopsploeg

Force de vente (une)

65

Het spreekt vanzelf

Il va sans dire que = il est évident que

66

Interesse, aandacht, intrest

Intérêt (un)

67

Sollicitatiebrief

Lettre de motivation (une)

68

Naar voren brengen

Mettre en avant

69

Opdracht

Mission (une) = un rôle

70

Jobaanbiedingen

Offre d'emploi (une)

71

Solliciteren

Poser sa candidature

72

Solliciteren naar

Postuler à /pour

73

Kandidaat, sollicitant

Postulant

74

Druk, stress

Pression (une)

75

Verwachting

Prévision (une)

76

Voorzien

Prévoir

77

Klanten zoeken, prospecteren

Prospecter

78

Nieuw aangeworvene, recruut

Recrue (une) !toujours féminin

79

Aanwerven

Recruter

80

Rekrutering

Recrutement (un)

81

Recruiter

Recruteur

82

Weerstand, resistentie

Résistance (une)

83

Turnover, verloop

Rotation (une)

84

Werknemer, loontrekkende

Salarié (un)

85

Niet rondreizend, ook zittend

Sédentaire = fixe

86

Hardnekkig, volhardend

Tenace

87

Van thuis uit werken

Travailler à domicile

88

Op zijn of haar gemak zijn

Être à l'aise

89

Op zoek naar

À la recherche de

90

Ten overstaan van

À l'égard de

91

Halftijds

À mi-temps

92

Fulltime

À plein temps

93

Fulltime

À temps complet

94

Deeltijds, parttime

À temps partiel

95

Houden van, dol zijn op

Adorer

96

Personeelsadvertentie

Annonce (une) d'emploi

97

Duits

Allemand

98

Werksfeer

Ambiance de travail (une)

99

Engels

Anglais

100

Verantwoordelijkheid, taak op zich nemen

Assumer la responsabilité, une tâche

101

Zelfstandig

Autonome

102

Zich verwachten aan

S'attendre à

103

Verwachting

Attente (une)

104

Met plezier

Avec plaisir

105

Bijkomend legaal voordeel

Avantage extra-légal (un)

106

Recht hebben op

Avoir droit à

107

Zin hebben in, zin hebben om iets te doen

Avoir envie de

108

Teamgeest hebben

Avoir l'esprit d'équipe

109

Het recht hebben om

Avoir le droit de

110

Gevoel hebben voor

Avoir le sens de

111

Tweetalig

Bilingue

112

In het kort

Brièvement

113

Werkomgeving

Cadre de travail (un)

114

Contract voor bepaalde duur

CDD (un) Contrat à durée déterminée

115

Contract voor onbepaalde duur

CDI (un) Contrat à durée indéterminée

116

Maaltijdcheque

Chèque repas (un)

117

Uitnodigen voor een sollicitatiegesprek

Convoquer

118

Vloeiend

Couramment

119

Avondles

Cours de soir (un)

120

Boodschappen

Courses (les féminin)

121

Het carpoolen

Covoiturage (un)

122

Curriculum vitae

CV curriculum vitae (un)

123

Verplaatsing

Déplacement (un)

124

Verloop

Déroulement (un)

125

Verlangend om

Désireux de

126

Uitvoerig beschrijven

Détailler

127

Bezitter

Détendeur

128

Bereid om

Disposer à

129

Afspreken

(Se) donner rendez-vous

130

HR directeur

DHR directeur des ressources humaines

131

Het luisteren

Écoute (une)

132

In teamverband

En équipe

133

In lijn met

En ligne avec

134

In de rol, hoedanigheid van

En tant que

135

Indiensttreding

Entrée en service

136

Zich ontplooien

(S')épanouir

137

Spaans

Espagnol (l')

138

Instelling

Établissement (un)

139

Vermijden

Éviter

140

Vereisen, vergen

Exiger

141

Aanpassingsvermogen

Faculté (une) d'adaptation

142

Blijk geven van

Faire preuve de

143

Spoorweg

Ferroviaire (adj) (cfr chemin de fer)

144

Vast

Fixe

145

Glijdend uurrooster

Un horaire flexible

146

Stichten, oprichten

Fonder

147

Overuur

Heure supplémentaire (une)

148

Uurrooster

Horaire (un)

149

Initiatief

Initiative (une)

150

Initiëren

Initier

151

De nadruk leggen op

Insister sur

152

Bereikbaarheid

Joignable

153

Krant

Journal (un)

154

Werkdag

Journée de travail (une)

155

Beoordelen

Juger

156

Vreemde taal

Langue étrangère (une)

157

Moedertaal

Langue maternelle (une)

158

Middelbare school

Lycée (un)

159

Verwerven

Acquérir

160

Implementeren

Mettre en place

161

Motivatie

Motivation (une)

162

Gemotiveerd

Motivé (e)

163

Meertalig

Multilingue

164

Klantgericht

Orienté client

165

Om de beurt

Par rotation

166

Uit het oog verliezen

Perdre de vue

167

Rijbewijs

Permis de conduire

168

Relevant, ter zake doend

Pertinent

169

Pro, voordeel

Plus (un)

170

Bedaard, kalm

Posément (=calmement)

171

Voorzien

Pourvoir

172

Presteren

Presser

173

Beoogd salaris

Prétentions (les féminin)

174

Gekwalificeerd

Qualifié(e)

175

Vervanger

Remplaçant (un)

176

Loon, vergoeding

Rémunération (une)

177

Betaald

Rémunéré (e)

178

Vereist

Requis (e) (exigé)

179

De aandacht trekken

Retenir l'attention

180

Salaris, loon

Salaire (un)

181

Het eens worden

Se mettre d'accord

182

Bezorgd, bekommerd om

Soucieux (de)

183

Hulp, ondersteuning

Soutien(un) (assistance)

184

Maaltijdcheque

Ticket (un) restaurant

185

Houder (bv van een diploma)

Titulaire (un)

186

Letten op

Veiller à

187

Beschut

À l'abri

188

Herbergen, onderbrengen

Abriter

189

Verslaafd, fan

Accro

190

Gecompliceerd

Alambiqué

191

Versoepelen

Assouplir

192

Toevlucht nemen tot

Avoir recours à

193

Werklast, hoeveelheid werk

Charge (une) (de travail)

194

Verminderen

Commuer

195

Vergoeding

Compensation (une)

196

Het boeken

Comptabilisation (une)

197

Het tellen

Comptage (un)

198

Een contract afsluiten

Conclure (un contrat)

199

Ondeugend, pikant

Coquin

200

Sociale bijdrage

Cotisation (de sécurité) sociale (une)

201

Komen aanwaaien, uit de lucht komen vallen

Débarquer

202

Opzegperiode

Délai de préavis (un)

203

Verdorven

Dépravé

204

Voortaan

Désormais

205

Inhalen, voorbijsteken

Devancer

206

Oprijzen, tevoorschijn treden

Émerger

207

Jongeling, adonis

Éphèbe (un)

208

Op de loer liggen

Être à l'affût (de)

209

Bereikbaar

Joignable

210

Gemiddeld, gewoon

Lambda

211

Wetgever

Législateur (un)

212

Kwaadwillig, let slechte bedoelingen

Malintentionné

213

Grote geest, grote baas

Manitou (un)

214

Minderjarig

Mineur (un)

215

Muilkorven, de mond snoeren

Museler

216

Gebeente, skelet, structuur

Ossature (une)

217

Extravagant, beledigend

Outrageux

218

In balans houden, in evenwicht houden

Pondérer

219

(Ver)spreiden

Répartir

220

Ontbinden, opzeggen

Résilier

221

Zich sterk maken (om)

Se faire fort (de)

222

Verkeerd lopen

Se gâter

223

Duivels

Sulfureux

224

Inlichting

Renseignement

225

Inlichting

Renseignement