Ww_frans Flashcards Preview

Frans 2 > Ww_frans > Flashcards

Flashcards in Ww_frans Deck (62):
1

Kopiëren

Copier

2

Schillen

Peler

3

Verhuizen

Déménager

4

Omhelzen

Embrasser

5

Ontsnappen

Échapper

6

Geloven

Croire

7

herstellen

restituer

8

Klikken op

Appuyer sur

9

Logeren

Loger

10

Dragen

Porter

11

Groeien

Grandir

12

Vuil maken

Salir

13

Terruggeven

Rendre
Je lui ai rendu les clés =>ik heb hem de sleutels teruggegeven

14

Leegmaken

Vider

15

Storen

Déranger

16

Verbreken

Rompre
Rompre le silence => de stilte verbreken
Rompre des relations => betrekkingen verbreken

17

Suggereren

Suggérer

18

Klagen

Plaindre
On dit plaindre quelqu'un - plaindre son ami
plaindre de quelque chose ou sans complément - se plaindre dus temps, se plaindre souvent

19

Afdrogen, afvegen

Essuyer
Il essuie la vaisselle => hij droogt de vaat af
Essuyez la table

20

Opheffen

Lever

21

Wegen

Peser

22

Gelieve

Veuillez

23

Opstaan

Se lever

24

Afzien

Souffrir

25

Nodig zijn, moetenx

Nodig zijn, moeten
Enkel il faut
Il me faut un couteau => ik heb een mes nodig
Il faut nettoyer => het moet gekuist worden

26

Dromen

Rêver

27

Wandelen met

Promener quelque chose ou quelqu'un
Promener son chien => wandelen met de hond

28

Bevallen, leuk vinden

Plaice
Ça me plaît => het bevalt mij

29

Brengen/leiden

Mener

'Cette rue mène à la place' => deze straat leidt naar het plein
Le taxi les mènera à l'aéroport => de taxi zal ze naar het vliegveld brengen

30

Vasthouden, bezitten

Tenir

31

Zwijgen

Se taire

32

Plukken

Cueillir

33

Afstaan

Céder
Céder le passage

34

Zwijgen

Se taire

35

Weggaan

S'en aller
Je m'en vais

36

Bewegen

Bouger

37

Bereiken

Atteindre

38

Vergezellen

Joindre

39

Springen

Sauter

40

Verven

Peindre

41

Waarschuwen

Avertir

42

Blozen

Rougir

43

Wensen

Souhaiter

44

Invullen

Remplir

45

Twijfelen

Hésiter

46

Ontwikkelen, ontwerpen

Concevoir
Concevoir une machine => een machine ontwerpen

47

Opmerken

Apercevoir

48

Teleurstellen

Décevoir
Tu me déçois beaucoup =>je stelt me erg teleur

49

Iemand gehoorzamen

Obéir à

50

Zich haasten

Se dépêcher

51

onderhouden

retenir

52

Zich wassen

Se laver

53

Bedekken

Couvrir

54

Wandelen

Se promener
Ce soir je vais me promener => vanavond ga ik wandelen

55

Slagen

Réussir

56

Inbegrepen

Compriser
La remise est-elle comprise? => is de korting inbegrepen?

57

Uitdoen, uitzetten

Éteindre bv. Licht, pc

58

Leveren

Livrer

59

Vrezen

Craindre

60

Waard zijn

Valoir
Il vaut mieux => het is beter
Il vaut mieux attendre => het is beter om te wachten

61

verschaffen

Fournir
Fournir des informations à... => iemand informatie verschaffen

62

Gaan slapen

Se coucher