Cardiologie Flashcards Preview

Ziekteleer > Cardiologie > Flashcards

Flashcards in Cardiologie Deck (190)
Loading flashcards...
1

Beschrijf beknopt de samenstelling van het bloed

55% bestaat uit bloedplasma en 45% uit bloedcellen
Er zijn verschillende bloedcellen: erythrocyten, leukocyten en thrombocyten

2

Wat is de functie van bloedplasma?

Het bloedplasma is het vloeibare gedeelte van het bloed en bestaat voornamelijk uit water. het bloedplasma transporteert de opgeloste stoffen die in het bloed zitten door het lichaam

3

Wat is de functie van erythrocyten?

Erythrocyt = rode bloedcel, erythrocyten vervoeren middels het eiwit hemoglobine zuurstof door het lichaam

4

Wat is de functie van leukocyten?

Leukocyt = witte bloedcel, leukocyten zijn belangrijk bij afweer, ontsteking en opruiming

5

Wat is de functie van trombocyten?

Trombocyt = bloedplaatje, zijn belangrijk bij stolling

6

Hoe is de wand van een slagader opgebouwd?

Tunica intima (=endotheel)
Tunica media (=spierlaag)
External elastic lamina
Tunica externa/adventitia (bindweefsel)

7

Hoe is de wand van een ader opgebouwd?

Tunica intima (=endotheel)
Tunica media (=spierlaag)
Tunica externa/adventitia (bindweefsel)
Aders hebben kleppen om de terugstroom van bloed te voorkomen

8

Hoe verschillen aders en slagaders anatomisch gezien van elkaar?

Slagaders hebben een dikkere media (spierlaag) en hebben een external elastic lamina, dat hebben aders niet. Aders hebben kleppen om de terugstroom van het bloed te voorkomen, slagaders hebben geen kleppen

9

Hoe is het endotheel belangrijk bij het samentrekken van een (slag)ader?

Het endotheel van de vaatwand is de cellaag welke het lumen verbindt met de gladde spiercellen. dit endotheel is zeer belangrijk voor de vasodilaterende capaciteit van de spiercellen. Het endotheel produceert NO, wat een heleboel reacties in gang zet die uiteindelijk leiden tot vasodilatie/constrictie van de ader

10

Door welke twee systemen kan het samentrekken van een slagader of arteriole worden geïnitieerd?

- lokaal door NO productie van het endotheel
- van afstand onder invloed van het sympathische zenuwstelsel

11

Wat zijn de kleine en grote circulatie?

Kleine circulatie is de longcirculatie: begint bij het rechterventrikel en de longslagader en eindigt met de longvenen en het linkeratrium.
Grote circulatie begint bij het linkerventrikel en de aorta en eindigt bij de vena cava en het rechteratrium

12

Zijn er drukverschillen in de grote en kleine bloedsomloop?

De druk in de kleine bloedsomloop is veel lager, met een kleiner verschil tussen systolische en diastolische druk dan in de grote bloedsomloop.
Grote bloedsomloop 6 x grotere druk (120/80) dan kleine bloedsomloop (22/35). Linkerhart ongeveer een druk van 120/5 en rechterhart 35/5

13

Welke twee fasen kennen we in de hartcyclus?

Systole (samentrekken van de ventrikels) en diastole (ontspannen van de ventrikels)

14

Wat is de functie van de diastole?

Tijdens de diastole vullen de ventrikels zich met bloed, doordat ze zich ontspannen. Tijdens de diastole wordt het myocard (de spiermassa van het hart) van bloed voorzien. Tijdens de diastole is de druk in het hart laag, ongeveer 5mmHg

15

Wat is de functie van de systole

Tijdens de systole is er uitstroom van het bloed, de drukken van de ventrikels nemen toe om het bloed er uit te kunnen pompen (volume neemt af omdat spierwand samentrekt).

16

Wat is de stroomrichting van het bloed tijdens een contractie van het hart?

Rechteratrium -> tricuspidalisklep -> rechterventrikel -> pulmonalisklep -> longsladader -> longer -> longader -> linkeratrium -> mitralisklep -> linkerventrikel -> aortaklep -> aorta -> lichaam

17

Wat is de functie van de kleppen in het hart?

De vier kleppen zijn essentieel, ze zorgen ervoor dat het bloed niet terug kan stromen. het openen en sluiten van kleppen op het juiste moment is tevens cruciaal, want dat bepaalt de stroomrichting van het bloed

18

Hoe verloopt de geleidingsprikkel van het hart?

Sinusknoop -> Atrio Ventriculaire knoop -> bundel van His -> Purkinje vezels

19

Hoe meet je lichaam de bloeddruk?

Door middel van baroreceptoren in de boog van de aorta en de carotis (hals)

20

Hoe kan je lichaam je bloeddruk zelf reguleren?

De bloeddruk kan met drie systemen gereguleerd worden:
- Hart (hartfrequentie vertragen / versnellen en contractiekracht vergroten / verkleinen)
- bloedvaten -> vasoconstrictie en vasodilatatie
- nieren -> zout en water reguleren + RAAS systeem

21

Welke externe factoren kunnen de bloeddruk beinvloeden?

- Voeding: bijvoorbeeld natrium inname
- Medicatie
- Fysische factoren zoals warmte

22

Wat is de frank-starling curve?

Volgens de wet van Frank-Starling zal de hartprestatie stijgen wanneer de veneuze vullingsdruk stijgt. Dus: hoe meer bloed in de ventrikels, hoe harder het hart gaat pompen en hoe meer het hart uitpompt in een hartslag

23

Wat gebeurt er bij ventrikelfibrilleren?

Bij VF verloopt de elektrische prikkel in de hartkamers niet goed, het hart gaat te snel kloppen waardoor de kamers niet meer echt samentrekken. hierdoor is het hart niet meer in staat om het bloed de rest van het lichaam in te pompen. er is dus geen cardiac output meer, en er ontstaat een acute circulatie stilstand.

24

Wat gebeurt er bij atriumfibrilleren?

Bij AF is het ritme in beide boezems snel en onregelmatig. de kamers zullen ook onregelmatig samentrekken maar zijn nog wel in staat om bloed door het lichaam te pompen. Bloedpropjes kunnen ontstaan doordat het bloed niet goed meer door kan stromen (eventueel met een longembolie tot gevolg).

25

Wat is het RAAS systeem?

Renine-angiotensine-aldosteron systeem. De nieren merken een lage bloeddruk op en beginnen renine te produceren, een enzym dat het plasmaproteine angiotensinogeen omzet in angiotensine 1. Dat wordt vervolgens door het enzym ACE weer omgezet in angiotensine II, wat zorgt voor vasoconstrictie. tevens maakt de bijnierschors aldosteron aan, dat zorgt voor terugresorptie van water en natrium

26

Hoe meten we de functie van de nieren?

De nieren filteren het bloed. hoe beter de nierfunctie, hoe minder afvalstoffen zich in het bloed vinden. Meten door de hoeveelheid creatinine in het bloed te bekijken

27

Wat zijn de drie belangrijkste klachten waarmee hartpatienten komen?

angina pectoris, dyspnoe en palpitaties
(anderen: oedeem, collaps, angst)

28

Hoe is de opbouw van de hartwand? welke lagen onderscheiden wij?

- endocard (endotheel)
- myocard (onwillekeurige, dwarsgestreepte spieren)
- epicard (bindweefsel)
Hart is omgeven door een hartzakje = pericard

29

Noem een overeenkomst tussen de grote en kleine bloedsomloop

allebei de bloedsomlopen evenveel bloed

30

Noem verschillen tussen de grote en de kleine bloedsomloop

- zuurstofgehalte slagaders
- druk
- lengte