H6: 6.2 Operante conditionering Flashcards

1
Q

Operante conditionering

A

Bij klassieke conditionering leert men iets over de samenhang tussen gebeurtenissen zonder dat men er iets aan kan doen, hij kan niet kiezen om het te leren of niet (wether he is willing or not).

Als we de gedragingen op basis van de gevolgen die ze hebben veranderen heet dit leren door instrumentele conditionering/operante conditionering. Maw. hoe wordt het gedrag beinvloed door de gevolgen ervan? (de gevolgen kunnen manmade zijn ipv natuurlijk, zoals bv beloning of straf)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Thorndike en Skinner

A

Edward Thorndike 1874 - 1949
de wet van het effect:
responsen die voldoening gevende gevolgen hebben zullen herhaald worden, steeds sneller en efficienter
responsen die onbevredigende gevolgen met zich mee brengen zullen niet herhaald worden

BF Skinner (1904 -1990)
Een operante respons is een gedrag dat gevolgd wordt door een bepaald effect in de omgeving.
Gedrag verandert op basis van de veranderingen in de omgeving die op dit gedrag volgen.
Bekrachtiging is een verandering in de omgeving die ervoor zorgt dat het voorafgaande gedrag meer kans heeft om herhaald te worden.
Straf is een verandering in de omgeving die ervoor zorgt dat het voorafgaande gedrag minder kans heeft om opnieuw herhaald te worden. Straf kan het wegnemen van een aangename stimulus zijn of het toedienen van een onaangename stimulus.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Bekrachtiging

POSITIEVE VS. NEGATIEVE BEKRACHTIGERS

A

Positieve bekrachtigers verhogen de kans dat het gedrag herhaald wordt doordat ze worden toegedient.

Negatieve bekrachtigers verhogen de kans dat het gedrag herhaald wordt doordat ze worden weggenomen.

Beiden versterken de voorafgaande respons.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Bekrachtiging

POSITIEVE VS. NEGATIEVE BEKRACHTIGERS

A

Positieve bekrachtigers verhogen de kans dat het gedrag herhaald wordt doordat ze worden toegedient.

Negatieve bekrachtigers verhogen de kans dat het gedrag herhaald wordt doordat ze worden weggenomen.

Beiden versterken de voorafgaande respons.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Bekrachtiging

PRIMAIRE EN SECUNDAIRE BEKRACHTIGERS

A

Bekrachtigers die tegenmoetkomen aan basisbehoeften van een dier/mens zijn primaire bekrachtigers/ongeconditioneerde bekrachtigers.
(eten geven, pijn wegnemen)

Sommige stimuli verkrijgen hun bekrachtigende waarden door hun associatie met basisbehoeften zoals bv geld. Deze stimuli heten secundaire bekrachtigers/geconditioneerde bekrachtigers.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Bekrachtiging

PRIMAIRE EN SECUNDAIRE BEKRACHTIGERS

A

Bekrachtigers die tegenmoetkomen aan basisbehoeften van een dier/mens zijn primaire bekrachtigers/ongeconditioneerde bekrachtigers.
(eten geven, pijn wegnemen)

Sommige stimuli verkrijgen hun bekrachtigende waarden door hun associatie met basisbehoeften zoals bv geld. Deze stimuli heten secundaire bekrachtigers/geconditioneerde bekrachtigers.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Bekrachtiging

DE VERSCHILLENDE BEKRACHTIGINGSSCHEMA’S

A

Continue bekrachtiging (wanneer elke operante respons gevolgd wordt door een bekrachtiging) is geen voorwaarde voor operante conditionering en komt weinig voor.

Meestal moet men een gedrag vaak herhalen om nu en dan een bekrachtiging te krijgen. Dit heet partiele bekrachtiging/intermitterende bekrachtiging. Er zijn vier bekrachtigingsschema’s:
vaste ratio, variable ratio, vast interval en variabel interval.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Bekrachtiging

DE VERSCHILLENDE BEKRACHTIGINGSSCHEMA’S

A

Continue bekrachtiging (wanneer elke operante respons gevolgd wordt door een bekrachtiging) is geen voorwaarde voor operante conditionering en komt weinig voor.

Meestal moet men een gedrag vaak herhalen om nu en dan een bekrachtiging te krijgen. Dit heet partiele bekrachtiging/intermitterende bekrachtiging. Er zijn vier bekrachtigingsschema’s:
vaste ratio, variable ratio, vast interval en variabel interval.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Bekrachtiging

RATIOSCHEMA’S

A

De bekrachtiging wordt na een bepaald aantal responsen gegeven.
Bij een schema met een vaste/fixed ratio (SFR) wordt de bekrachtiger toegedient per vast aantal responsen.

Bij een schema met een variable ratio (SVR) varieert het aantal responsen voordat een bekrachtiger ontvangen wordt. (wordt op basis van toeval bepaald in onderzoeken met behulp van een wiskundige formule zoals bij de gokautomaten)

Ratioschemas geven aanleiding tot een hoog aantal responsen. (genotcentrum H2) Bij SFR volgt er wel een korte pauze (post-bekrachtigingspauze) nadat de bekrachtiger toegedient wordt.
Die pauze komt ook voor bij mensen, bv. na een examen begin je niet direkt aan het volgende onderdeel maar neem je eerst een pauze.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Bekrachtiging

RATIOSCHEMA’S

A

De bekrachtiging wordt na een bepaald aantal responsen gegeven.
Bij een schema met een vaste/fixed ratio (SFR) wordt de bekrachtiger toegedient per vast aantal responsen.

Bij een schema met een variable ratio (SVR) varieert het aantal responsen voordat een bekrachtiger ontvangen wordt. (wordt op basis van toeval bepaald in onderzoeken met behulp van een wiskundige formule zoals bij de gokautomaten)

Ratioschemas geven aanleiding tot een hoog aantal responsen. (genotcentrum H2) Bij SFR volgt er wel een korte pauze (post-bekrachtigingspauze) nadat de bekrachtiger toegedient wordt.
Die pauze komt ook voor bij mensen, bv. na een examen begin je niet direkt aan het volgende onderdeel maar neem je eerst een pauze.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Factoren die het effect bepalen van straf/Neveneffecten van straf

A

1.DE INTENSITEIT VAN DE STRAF
Hoe intenser een straf hoe meer een gedrag onderdrukt wordt. (bij positieve straffen hoe onaangenamer de stimulus en bij negatieve straffen hoe belangrijker de stimulus die weggenomen wordt)
Na herhaling verliest een straf aan kracht, een escalatie van de straffen is dus nodig. (negatieve spiraal)

2.HET PROBLEEM VAN UITGESTELDE STRAF
Uitgestelde straf is minder effectief dan straf die meteen na het gedrag toegediend wordt. Hoe langer de periode tussen het gedrag en de straf hoe minder efficent straf wordt. Dit factor ondermijnt de effectiviteit van het rechtsysteem: er verloopt nl. veel tijd tussen de misdaad en de bestraffing.

3.CONSISTENTIE VAN DE STRAF
Straf moet consistent zijn om doeltreffend te zijn. Als gedrag niet altijd bestraft wordt, wordt men eigenlijk negatief bekrachtig. (straf is onaangename stimulus die weg wordt genomen waardoor de voorafgaande respons zal herhaald worden = gedrag die men eerst wou veranderen)

4.ASSOCIATIE VAN STRAF MET POSITIEVE BEKRACHTIGING
Na een straf voelen de straffers zich schuldig (en terecht!) en bekrachtigen ze positief de bestrafte. De bestrafte associeert dan de positieve bekrachtiging met het gedrag dat aan de straf voorafging.
Als misgedrag de enige manier is om aandacht te krijgen van de straffer zal men zich vaker misdragen om de nood aan aandacht te vervullen.

5.HET LEREN VAN ONTSNAPPINGS- EN VERMIJDINGSGEDRAG
Mensen en dieren zullen bep. gedragingen vertonen om aan de situatie te ontsnappen, ze willen doen wat ze willen en toch geen straf krijgen.
Ontsnappingsgedrag is dus gedrag dat een aversieve stimulus doet stoppen (dus je ‘gedragen’ is ook een vorm van ontsnappingsgedrag?)( na de straf weglopen bv.), vermijdingsgedrag is gedrag dat de toediening van een aversieve stimulus vermijdt/voorkomt (weglopen voor dat je de straf kan krijgen)( je ‘gedragen’ kan dus ook een vermijdingsgedrag zijn?).
Vermijdingsgedrag wordt in het lab. bestudeerd door het gebruiken van een pendelkooi.

Bij vermijdingsleren spelen twee factoren een rol:
(tweefactorentheorie van Mowrer 1947)
1. men leert het waarschuwingssignaal vrezen (door klassieke conditionering)
2. door de negatieve bekrachtiging leert men aan de angst te ontsnappen door ervan weg te lopen

Een gevolg van vermijdingsleren is dat het gedrag lange tijd voortgezet wordt nadat het gevaar al geweken is, want je hebt het niet door dat de straf geen gevaar meer vormt. Bv als ik je pijn doe iedere keer dat waarschuwingssignaal gegeven wordt maar je loopt iedere keer weg voor dat ik je pijn kan doen zal je het nooit door hebben als ik bv beslis om je geen pijn meer te doen na de waarschuwingssignaal.

Bij obsessieve-compulsieve stoornissen en fobien handelen patienten uit hun behoefte om gevaar te voorkomen, door dit vermijdingsgedrag zien ze niet in dat het reeel gevaar niet in verhouding staat tot de angst die ze ervoor hebben. (het is met andere woorden niet zo erg als ze denken dat het is)

Andere neveneffecten van straf zijn agressie, apathie en verslechterde relatie tussen de persoon die straft en de persoon die gestraft wordt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Gebruik van straf in het dagelijks leven

A

Straf is dus enkel effectief als het aan de 5 voorwaarden wordt voldaan ( relatief intens zijn - meteen toegediend - consistent toegediend - niet geassocieerd zijn met bekrachtiging - niet leiden tot ontsnappings- of vermijdingsgedrag ), buiten de lab is is het onmogelijk om aan deze voorwaarden te voldoen.
De doeltreffenheid van straf is nog meer beperkt door de andere neveneffecten van straf ( apathie - agressie - verslechtering van de rel tussen straffer en gestrafde )

Straf geven gaat gepaard met woede en agitatie (wordt niet objectief en afstandelijk gegeven) en leidt daarom tot kindermishandeling.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Verwerving en extinctie

A

Het verwerven van operante conditionering vergt oefening.

TEMPORELE CONTIGUITEIT
Hoe vlugger de bekrachtiging (vooral tijdens de verwervingsfase) volgt hoe sneller gedrag zal toenemen. Continuue bekrachtiging (elke vertoning van gewenst gedrag moet bekrachtigd worden) is bel. in verwervingsfase ,daarna kan men overschakkelen op partiele bekrachtigingsschema.

VORMING VIA SUCCESIEVE BENADERINGEN
gedrag wordt gradueel gevormd door succesieve benaderingen van het gewensete gedrag te bekrachtigen, techniek gebruikt door dierentemmers
vb bij mensen: eerst eet je geen donkere korsten meer en geleidelijk eet je helemaal geen korsten meer; eerst kom je op tijd en dan gelijdelijk 1 minut later etc tot je 15 min later de les doet beginnen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Verwerving en extinctie

A

BIOLOGISCHE PREDISPOSITIES EN OPERANTE CONDITIONERING
Operante conditionering kan niet verworven worden als het tegen de instinct van het dier gaat. Het moet aansluiten bij het natuurlijke en spontane gedrag van het dier.

Zelfvorming (autoshaping) : instinctieve gedragingen zorgen ervoor dat bep. gedrag door dier zelf aangeleerd wordt zonder dat hij daarvoor geconditioneerd moet worden

EXTINCTIE
Nadat operante respons geleerd werd zal ze verzwakken en verdwijnen als de bekrachtiger niet langer toegedient wordt, net als bij klassieke conditionering.
De procedure waarbij men na een conditionering stopt met het toedienen van een bekrachtiger heet extinctie.
Efficienste manier om gedrag te onderdrukken is om gedrag niet meer te bekrachtigen (extinctie) en een ander meer gewenst gedrag te bekrachtigen (=differentiele bekrachtiging).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Classical vs operant conditioning

A

Classical Conditioning

First described by Ivan Pavlov, a Russian physiologist
Involves placing a neutral signal before a reflex
Focuses on involuntary, automatic behaviors

Operant Conditioning

First described by B. F. Skinner, an American psychologist
Involves applying reinforcement or punishment after a behavior
Focuses on strengthening or weakening voluntary behaviors

Bij klassiek conditioneren wordt de ene prikkel vervangen door een andere prikkel.
Bij operant conditioneren gaat het om de selectie van de juiste reactie (als gevolg van een bepaalde prikkel).

Classical conditioning just involves the pairing of stimuli and the association that results between the two. A behavior that would normally be the result of one stimulus becomes the result of the other also due to the association created. Pavlov’s dogs salivating at the sound of the bell they’d come to associate with being fed is an example.

Operant conditioning requires that the subject perform some action (and that the action is either rewarded or punished to either encourage or dicourage the behavior.) It’s usually used for behavior modification.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Straf

DREIGEN MET STRAF

A

Het dreigen met straf is doeltreffender dan straf zelf. Het dreigen met ‘ik bel de politie’ leidt sneller tot een oplossing dan eigenlijk de politie erbij halen.
(just like on tv with the bugs, your own brain builds up on anticipation and u terrify urself)

10
Q

Waarom is straf dikwijls niet effectief?

A

Straf is iet echt effectief.
Meestal onderdrukt het een bep. gedrag tijdelijk maar die gedrag keert terug en dan is het straf niet meer effectief.
Een ander effect van straf is dat men eraan probeert te ontsnappen. ( een manier van ontsnappen is van gedrag veranderen maar er zijn ook andere manieren ‘to trick the system’ )

10
Q

Waarom is straf dikwijls niet effectief?

A

Straf is iet echt effectief.
Meestal onderdrukt het een bep. gedrag tijdelijk maar die gedrag keert terug en dan is het straf niet meer effectief.
Een ander effect van straf is dat men eraan probeert te ontsnappen. ( een manier van ontsnappen is van gedrag veranderen maar er zijn ook andere manieren ‘to trick the system’ )

11
Q

Factoren die het effect bepalen van straf/Neveneffecten van straf

A

1.DE INTENSITEIT VAN DE STRAF
Hoe intenser een straf hoe meer een gedrag onderdrukt wordt. (bij positieve straffen hoe onaangenamer de stimulus en bij negatieve straffen hoe belangrijker de stimulus die weggenomen wordt)
Na herhaling verliest een straf aan kracht, een escalatie van de straffen is dus nodig. (negatieve spiraal)

2.HET PROBLEEM VAN UITGESTELDE STRAF
Uitgestelde straf is minder effectief dan straf die meteen na het gedrag toegediend wordt. Hoe langer de periode tussen het gedrag en de straf hoe minder efficent straf wordt. Dit factor ondermijnt de effectiviteit van het rechtsysteem: er verloopt nl. veel tijd tussen de misdaad en de bestraffing.

3.CONSISTENTIE VAN DE STRAF
Straf moet consistent zijn om doeltreffend te zijn. Als gedrag niet altijd bestraft wordt, wordt men eigenlijk negatief bekrachtig. (straf is onaangename stimulus die weg wordt genomen waardoor de voorafgaande respons zal herhaald worden = gedrag die men eerst wou veranderen)

4.ASSOCIATIE VAN STRAF MET POSITIEVE BEKRACHTIGING
Na een straf voelen de straffers zich schuldig (en terecht!) en bekrachtigen ze positief de bestrafte. De bestrafte associeert dan de positieve bekrachtiging met het gedrag dat aan de straf voorafging.
Als misgedrag de enige manier is om aandacht te krijgen van de straffer zal men zich vaker misdragen om de nood aan aandacht te vervullen.

5.HET LEREN VAN ONTSNAPPINGS- EN VERMIJDINGSGEDRAG
Mensen en dieren zullen bep. gedragingen vertonen om aan de situatie te ontsnappen, ze willen doen wat ze willen en toch geen straf krijgen.
Ontsnappingsgedrag is dus gedrag dat een aversieve stimulus doet stoppen (dus je ‘gedragen’ is ook een vorm van ontsnappingsgedrag?)( na de straf weglopen bv.), vermijdingsgedrag is gedrag dat de toediening van een aversieve stimulus vermijdt/voorkomt (weglopen voor dat je de straf kan krijgen)( je ‘gedragen’ kan dus ook een vermijdingsgedrag zijn?).
Vermijdingsgedrag wordt in het lab. bestudeerd door het gebruiken van een pendelkooi.

Bij vermijdingsleren spelen twee factoren een rol:
(tweefactorentheorie van Mowrer 1947)
1. men leert het waarschuwingssignaal vrezen (door klassieke conditionering)
2. door de negatieve bekrachtiging leert men aan de angst te ontsnappen door ervan weg te lopen

Een gevolg van vermijdingsleren is dat het gedrag lange tijd voortgezet wordt nadat het gevaar al geweken is, want je hebt het niet door dat de straf geen gevaar meer vormt. Bv als ik je pijn doe iedere keer dat waarschuwingssignaal gegeven wordt maar je loopt iedere keer weg voor dat ik je pijn kan doen zal je het nooit door hebben als ik bv beslis om je geen pijn meer te doen na de waarschuwingssignaal.

Bij obsessieve-compulsieve stoornissen en fobien handelen patienten uit hun behoefte om gevaar te voorkomen, door dit vermijdingsgedrag zien ze niet in dat het reeel gevaar niet in verhouding staat tot de angst die ze ervoor hebben. (het is met andere woorden niet zo erg als ze denken dat het is)

12
Q

Gebruik van straf in het dagelijks leven

A

Straf is dus enkel effectief als het aan de 5 voorwaarden wordt voldaan ( relatief intens zijn - meteen toegediend - consistent toegediend - niet geassocieerd zijn met bekrachtiging - niet leiden tot ontsnappings- of vermijdingsgedrag )

13
Q

Verwerving en extinctie

TEMPORELE CONTIGUITEIT

A

Het verwerven van operante conditionering vergt oefening.
Hoe vlugger de bekrachtiging (vooral tijdens de verwervingsfase) volgt hoe sneller gedrag zal toenemen. Continuue bekrachtiging (elke vertoning van gewenst gedrag moet bekrachtigd worden) is bel. in verwervingsfase ,daarna kan men overschakkelen op partiele bekrachtigingsschema.

14
Q

Verwerving en extinctie

A

BIOLOGISCHE PREDISPOSITIES EN OPERANTE CONDITIONERING
Operante conditionering kan niet verworven worden als het tegen de instinct van het dier gaat. Het moet aansluiten bij het natuurlijke en spontane gedrag van het dier.

Zelfvorming (autoshaping) : instinctieve gedragingen die ervoor zorgen dat

EXTINCTIE

15
Q

Classical vs operant conditioning

A

Classical Conditioning

First described by Ivan Pavlov, a Russian physiologist

Involves placing a neutral signal before a reflex

Focuses on involuntary, automatic behaviors
Operant Conditioning

First described by B. F. Skinner, an American psychologist

Involves applying reinforcement or punishment after a behavior

Focuses on strengthening or weakening voluntary behaviors

16
Q

Weerstand tegen extinctie

A

c