Het hart Flashcards

1
Q

Hartfrequentie

A

De hartfrequentie van een voldragen neonaat bedraagt 110-150bpm. De hartfrequentie varieert met het gedragsstadium. Bij het slapen kan het tot 100 bpm of nog minder gaan en tijdens het huilen kan het tot 200 bpm gaan.
De pols beluisterd men met een stethoscoop en doen we aan de binnenkant van de bovernarm, de lies of op de slaap.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Tachycardie

A

Dit is een harstlag groter dan 150 bpm bij een pasgeborene in rust. Dit kan wijzen op een infectie, hyperthermie, pijn, stress, medicatiegebruik, aangeboren hartafwijking, compensatiemechanisme, congenitale hyperthroïdie maar ook onrust en huilen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Bradycardie

A

Dit is een hartslag van minder dan 80 bpm. Dit kan voorkomen bij onrijpheid van het ademhalingscentrum, hypothermie, vagale prikkeling, hypoxie, infectie, medicatiegebruik, aangeboren hartafwijking, cerebrale stoornis, maar ook tijdens het slapen en na het voeden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hartgeruis

A

Men noemt dit ook souffle en als dit blijft bestaan of ontstaat na 3 of 4 dagen kan het wijzen op cardiopathie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Dextocardie

A

Dit is een verplaatsing van het hart naar rechts en kan wijzen op onderliggende pathologie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly