hoofdstuk 1 Inleiding recht Flashcards Preview

Recht en contracten > hoofdstuk 1 Inleiding recht > Flashcards

Flashcards in hoofdstuk 1 Inleiding recht Deck (33):
1

regelt verhoudingen burgers onderling

civiel -, burgerlijk - of privaatrecht

2

verkorte behandeling civiel proces bij spoedeisend belang

kort geding

3

andere naam voor strafrecht

publiekrecht

4

regelt publiekrecht

verhouding overheid en burger bij strafbaar gedrag

5

beslist of iemand bij strafrecht voor de rechter moet verschijnen?

officier van justitie

6

Er is horizontaal recht bij ......

civiel - of burgerlijk recht

7

Dagvaarding?

Oproep om op een bepaald tijdstip bij de rechter te verschijnen

8

Brengt een dagvaarding uit? (= betekent dagvaarding)

de deurwaarder

9

Benaming overheid en de burger in een strafproces?

Eiser en verdachte

10

partijen bij een civiel proces?

eiser en gedaagde

11

partijen in het bestuursrecht?

eiser (burger) en gedaagde (overheid)

12

bestuursrecht?

de verhouding tussen overheid en burgers en beschrijft de regels waar burgers zich aan moeten houden

13

Verkorte behandeling bij een spoedeisend belang in het bestuursrecht?

Voorlopige voorziening

14

3 rechtsinstellingen

Rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad

15

absolute competentie

soort rechter dat een zaak behandelt

16

relatieve competentie

in welk rechtsgebied een zaak behandeld wordt

17

behandelt zaken tot € 5.000,- en huur- en arbeidszaken

kantonrechter

18

behandelt zaken boven € 5.000,-, strafzaken en bestuursrecht

De Rechtbank

19

uitspraak gerechtshof

arrest

20

uitspraak kantonrechter en rechtbank

vonnis

21

uitspraak Hoge Raad

arrest

22

rechtsbronnen

wetten, jurisprudentie, traktaten en gewoonterecht

23

onderhandse akte

schriftelijk bewijs van een overeenkomst niet gesloten via een aangewezen ambtenaar

24

authentieke akte

schriftelijk bewijs van een overeenkomst gesloten via een aangewezen ambtenaar

25

eisen aan overeenkomst

partijen met elkaar eens; partijen handelingsbekwaam en -bevoegd; overeenkomst heeft duidelijk onderwerp en toegestaan

26

wanneer partijen geen wilsovereenstemming hebben (niet met elkaar eens)

bedreiging, misbruik van omstandigheden, dwaling en bedrog

27

dwaling

een van de partijen heeft zich een verkeerde voorstelling van de overeenkomst gemaakt

28

bedrog

opzettelijk zaken verzwijgen bij een overeenkomst

29

handelingsonbekwaam

minderjarige (< 18 jaar) en onder curatele gestelden.

30

overeenkomst vernietigen

bij dwaling, bedrog, bedreiging of misbruik van omstandigheden en handelingsonbekwaam of -onbevoegd

31

overeenkomst nietig

geen duidelijk of geen toegestaan onderwerp

32

aanvullend recht

regels voor als partijen zelf niets hebben geregeld

33

dwingend recht

regels waarvan partijen niet mogen afwijken