hoofdstuk 2 arbeidsrecht Flashcards Preview

Recht en contracten > hoofdstuk 2 arbeidsrecht > Flashcards

Flashcards in hoofdstuk 2 arbeidsrecht Deck (24):
1

Arbeidsovereenkomst?

afspraak werkgever en werknemer om tegen loon in dienstverband arbeid te verrichten.

2

Soorten arbeidsovereenkomst (3x)

fulltimer, parttimer, oproepkracht

3

Minimaal in arbeidsovereenkomst genoemd?

salaris, functie (niet de taken), naam werkgever

4

3 voorbeelden dwingendrechterlijk bepaling in arbeidsrecht

1. doorbetaling bij ziekte, 2. minimumloon, 3. maximale duur proeftijd

5

Moet een arbeidsovereenkomst schriftelijk?

Nee, is wormvrij en mag mondeling maar schriftelijk is wel verstandig.

6

Wanneer loopt een tijdelijke arbeidsovereenkomst af? 3x

1. afgesproken datum
2. gereedkomen afgesproken werk
3. werkhervatting vervangen werknemer

7

wanneer wordt volgens de Flexwet een tijdelijke contract vast?

1. tijdelijk contract dat 2 keer verlengd wordt. (3e contract)
2. tijdelijk contract dat na verlenging langer dan 2 jaar duurt
3. tijdelijk contract van meer dan drie jaar dat met meer dan drie maanden wordt verlengd

8

Kenmerk proeftijd

periode waarin contract door werknemer en werkgever zonder opgave van reden kan worden opgezegd.

9

Lengte proeftijd? 3x

1. Maximaal 1 maand bij tijdelijke contracten korter dan 2 jaar
2. Maximaal 1 maand bij tijdelijke contracten zonder einddatum.
3. Twee maanden bij overige contracten.

10

Wat betekent CAO?

Collectieve Arbeidsovereenkomst

11

Wie sluiten een CAO af?

een werkgever of werkgeversorganisatie en de werknemersorganisaties (= vakbonden )

12

Geldt een CAO ook voor een werknemer die niet bij een vakbond zit?

Ja, als de minister de CAO verbindend heeft verklaard

13

Is een rijbewijs een geldig identificatiebewijs volgens de Wet op de Identificatie?

Nee, een paspoort of id-kaart wel. Voor buitenlanders komt er een verblijfs- of werkvergunning bij.

14

Wat betekent WAZO en noem 4 zaken die er in geregeld worden?

Wet arbeid en zorg; zwangerschaps-, calamiteiten-, ouderschapsverlof en levensloopregeling.

15

Noem drie manieren waarop een werkgever eenzijdig een arbeidsovereenkomst kan opzeggen

1. ontslagvergunning CWI
2. ontbinding via kantonrechter
3. op staande voet bij dringende reden

16

Welke opzegtermijn geldt er voor een werknemer?

1 maand tenzij anders is afgesproken ion CAO

17

Welke opzegtermijn geldt er voor een werkgever?

tussen 1 en 4 maanden afhankelijk van duur dienstverband tenzij in CAO iets anders is afgesproken.

18

Welke gewichtige redenen kent het CWI? 5x

1. reorganisatie of inkrimping
2. ongeschiktheid werk
3. samenwerkingsproblemen
4. plichtsverzuim
5. arbeidsongeschiktheid 2 jaar of meer

19

Welke 4 dringende redenen zijn er voor ontslag op staande voet?

1. werkweigering
2. diefstal
3. fraude
4. mishandeling

20

Wat is het kenmerk van een opdrachtovereenkomst?

Geen dienstverband

21

Bestaat de term freelancer in juridische zin?

nee

22

Wat is het risico voor de werkgever bij een onduidelijk opdrachtovereenkomst?

Dat hij alsnog loonheffing moet afdragen

23

Wat is het kenmerk van een stageovereenkomst?

het is een driepartijencontract tussen school, stagebedrijf en student

24

Wat is de maximale onkostenvergoeding bij een vrijwilligerscontract?

€ 150,- per maand en € 1.500,- per jaar.