Hoorcollege 7: Overview & future of Flashcards

1
Q
  1. Waarom is het concept ‘medialogica’ problematisch?

2. Welke problemen of bedreigingen ervaren journalisten?

A
  • geen empirisch bewijs
  • alle media in 1 hoek gestopt, en dan het media logica noemen. > dus kranten, tv, radio, sociale media lumped bij elkaar.
  • assumptie van een lineare inevitability
  • negatieve ondertoon
    »> Belangrijk: we (hele discussie over media logica) negeren het publiek. Het publiek voelen zich niet deel aan het politieke debat in het algemeen. Hij vindt dat niet terug in media logica, het gaat alleen maar over hoe media de politiek beïnvloed. Het publiek speelt geen rol. Dus moeten we de media logica niet als bewezen, onvermijdelijk, onveranderlijk en als een slecht iets zien. Wees kitisch. Het is niet dat in een situatie komen waarbij de media de politiek overneemt. In nederland heb je de publieke omroep, die media logica niet zo groot maakt of geen grote rol erin speelt. Waardoor de media ook niet zoveel invloed heeft in de triangle.
  1. Bedreigen voor journalisme:
    - Door sociale media krijg je gratis nieuws en mensen willen geen geld meer uitgeven aan nieuws.
    - Advertising omzet gaat naar google of facebook.
    - Hoe kunnen journalisten overleven waarbij financiën achteruit gaan? Hoogopgeleide journalisten die goede en kwalitatieve stukken schrijven, maar tegelijkertijd zijn er minder journalisten, geen budget meer. Daling in budget, meer freelancers, meer werk voor weinig geld > daling in kwaliteit van het nieuws.
    - Constant searching for new business models to survive.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

(Onderzoek van Hallin & Mancini: zoeken naar systematische verschillen in relaties tussen media en de politiek).

Welke 4 media dimensies vergelijken ze met elkaar, om landen te vergelijken?

A

Vergelijkingen gebaseerd op 4 media dimensions:

  1. Structuur van de media markt= number of readers > focus op mass of elite publiek. Hoeveel mensen lezen de krant? Leest NL meer dan Canada? Of leest de hele grote mass publiek of alleen elite/hoogopgeleiden?
  2. Politieke parrallelisme: pluralisme: extern of intern= link tussen media en politieke partij/of staat. Media is gelinked to ideologische partijen. Elke partij heeft haar media. En die media is in lijn met de standpunten en ideologische ideeën aan die partij. Een hoge level van politieke parallelisme leidt tot externe pluralisme (=in je media systeem heb je verschillende meningen en visies. Maar ze zijn niet in 1 nieuwskrant, maar ze zijn er omdat verschillende meningen weergegeven wordt door verschillende nieuwskranten. In het algemeen alle meningen worden gerepresenteerd, maar niet in 1 krant (want die krant (media) behoort tot 1 partij). Dit is verschillend dan wanneer je een neutrale nieuwskranten die allemaal claimen dat ze neutraal zijn en alle meningen weergeven = dit is interne pluralisme.
  3. Journalistische professionalisme= hoe sterk, educated en autonoom journalisten zijn. Hebben journalisten in die verschillende landen allemaal een hoge opleiding gevolgd? Zijn ze georganiseerd? Zitten ze bij organisaties waarbij ze elkaar kunnen controleren en van elkaar kunnen leren? Of zijn ze individueel? Als je een zwakke journalist bent, dus geen goede opleiding, niemand achter hen zit, dus geen organisatie. Ben je zwak als je met politici praat, waardoor je geen autoriteit hebt om tegen politici te gaan. Sterke journalisten, onafhankelijk, georganiseerd, in een organisatie, hoge opleiding kunnen ze makkelijk tegen politici op gaan.
  4. State intervention= subsidies en regels voor de press, censorship. Bemoeit de staat van die verschillende landen met het media systeem? Negatief: censorship. Positief: subsideren of publieke omroep hebben, investeren in kwalitiet media.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn de resultaten/modellen uit het onderzoek naar de systematische verschillen in relaties tussen de media en politiek in verschillende westerse landen?

A
  1. Polarized Pluralist model (a.k.a mediterranean model: uitkomsten van cluster ‘zuid-europa: spain – greece – italy)=
    - Lage nieuwslezers, focus op elites
    - hoge politieke parallelelisme, pluralisme is extern
    - lage professionalization of journalism
    - sterke staat interventie controle op media.
    > MAAR… past deregulatie van de staat toe voor commerciële media.
  2. Democratic Corporatist model (a.k.a Northern european model: uitkomsten van noord-europa, Nederland bv.)=
    - Hoge circulatie nieuwskranten, dus veel nieuwslezers, focus op de mass (publiek: dus iedereen)
    - vroeger een party press (polarized); maar is verschoven naar neutraliteit (in media).
    - pluralisme was extern, maar nu intern.
    - sterke state interventies als funder & protector. (geld geven, educatie aan journalisten, beschermen van de kwaliteit van media).
  3. Liberal model (a.k.a North Atlantic model: US, UK, Ireland)=
    - medium nieuwspaper circulatie, medium nieuwslezers.
    - weinig of geen politieke parallelisme. Neutraal, maar heel erg gecommercialiseerde press. Interne pluralisme, MAAR…
    - sterke professionalization of journalism
    - lage overheid interventie, markt-dominated *maar sterke PBS/PSB, like the BBC). Media krijgt geen support of geld van de overheid, en ze moeten zelf zien te overleven.

CONCLUSIE onderzoek:
»> Steeds meer naar de US model, meer commercialisering in de media, minder overheid interventie.
 Historische context blijkt van belang te zijn voor de relatie tussen media en politiek en media content.
 Dit omvat zowel het media systeem als het politiek systeem kenmerken.
 Altijd rekening houden met de systeem context (beste is om = specifieke systeem kenmerken erbij te pakken, dus politieke parallelisme en professionalization bv.) wanneer je twee landen gaat vergelijken met elkaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q
  1. Welke 4 posities/groepen zijn er volgens Corran, die verschillende meningen hebben over de toekomst van journalisme?
  2. Waarom hebben we public reformisme nodig? En hoe doe je dat?
A
    • Media controllers, media industrie leiders= ‘er is geen probleem’, ze willen het probleem niet zien, en anders lossen we ze op. De industrie lost het wel op. We passen ons wel aan de markt aan. MAAR.. het internet (nieuwe media) neemt grote delen van de advertisement markt over, en nieuws media kan dat niet controleren. Media companies proberen steeds nieuwe strategieën, om toch omzet te maken via clicks op internet, om te overleven, maar het lukt niet om in business te blijven.
      - journalisten= ‘De kwaliteit en standaarden gaan omlaag’. Wij als journalisten krijgen niet genoeg geld of tijd om te doen wat we moeten doen om publieke understanding te bereiken. > Probleem: minder vaste banen, minder tijd, lagere kwaliteit, gebrek aan investigative journalisme. > leidt tot afgezwakte public understanding, dit is een bedreiging van democratie. *informeren van grote problemen is een groot doel van journalisten, zodat het publiek begrijpt wat de problemen zijn. Minder journalisten moeten meer werk doen. MAAR… soms creeert journalisem een ‘fog van misunderstanding’. Ze schrijven niet altijd in de interest van mensen. En soms schrijven ze berichten, waardoor public understanding erger.
      - armageddonists (a.k.a radicals)= ‘traditionele journalisme dies, great!’. > crisis van journalisme maakt plaats voor progressieve nieuws vormen van journalisme, publiek vinden. Bloggers bv, misschien beter dan journalisten die biased zijn. > Goed voor traditionele, market-driven conglomerates will perish. MAAR… dit gebeurt niet, zelfs online hebben nieuws companies nog steeds de overhand.
      - liberale journalistische educators= ‘journalisme will be reborn, and better’. > journalisme renaissance: re-intervention of journalisme.
      = Web-based news is enriching traditional media - Web-based journalism (bloggers, citizen journalists, new forms …) content makes up for declining traditional news: More, better, more diverse - Network journalism, professionals and amateurs together. MAAR… Dankzij internet, kan iedereen nieuws maken, maar als je echt kijkt naar wat er online staat, wordt gekopieerd door andere journalisten= Creatieve caniballisation (=wederzijdse opheffing van verhalen van websites van rivalen) vanwege de hoge werkdruk, geen tijd om echt hun eigen, creatieve werk te berichten. Veel is gekopieerd van elkaar, er is veel van hetzelfde = eenzijdige beeld.
  1. > > > Final conclusion: we hebben publieke reformisme nodig= De overheid moet helpen & reconfigureren van het nieuws systeem met het oog voor het public good. Acties die de future van journalisme kunnen veranderen voor de better. BIJVOORBEELD door: > subsidies geven aan nieuwskranten > universiteiten organiseren en ontwikkelen van journalistische versterkende activiteiten en ideeen > verdedigen van public service media en hun recht om online zichzelf te presenteren > funds voor stimuleren van verschillende journalistieke activiteiten.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly