Idioom 4 Flashcards

1
Q

De liefde van de man gaat door de maag

A

Als je goed kan koken, is je man blij

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Eten wat de pot schaft

A

Je moet eten wat er is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Af en toe

A

Soms

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Mij niet gezien

A

Dat is niks voor mij

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Dat moet kunnen

A

Het mogelijk is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Iets goedmaken

A

Je wilt een fout herstellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly