Password - 5 Flashcards Preview

Nederlands Deel 3 > Password - 5 > Flashcards

Flashcards in Password - 5 Deck (62):
1

zijn bed was verschoond

his bed was changed.

2

het spijt me, orders van bovenaf.

Sorry, orders from above.

3

hoe kom je daar bij?

why would you think of that?

4

je neemt me toch niet in de maling?

you're not pulling my leg, you're not screwing around with me here?

5

de cavia

the guinea pig

6

hij had woord gehouden.

he had kept his word.

7

hij weet niks van jouw bestaan af.

he knows nothing of your existence.

8

de vestzak

the waistcoast pocket

9

afvragen zich

to wonder, ask one's self

10

iets in de trant van

something along the lines of

11

iets niet in de haak

something amiss

12

vervangen

to replace

13

de ongenoegen

the displeasure, discontent

14

afgedragen

worn

15

het schrift

the notebook

16

hij ging aan de slag

he went to work

17

sleuren

to drag

18

de bankschroef

the vise (mechanical)

19

briesen

to snort, growl, say in anger

20

ik had het kunnen weten.

I should have known.

21

aftands

dilapidated

22

inpakken

to wrap up, package up [i.e. a package, broken nose]

23

de weerhaak

the barb, fish hook

24

de uitdroging

the dehydration

25

al met al

all in all, all together

26

het lemmet

the blade

27

terdege voorbereid

properly prepared

28

gewoontegetrouw

as usual

29

ongedurig

fidgety

30

een fikse beloning

a hefty reward

31

aansporen

to urge, encourage

32

achtervolger afgeschud

to shake off someone chasing

33

de stoeprand

the curb

34

een grap uithalen met iemand

to play a joke on someone

35

nergens te bekennen

nowhere to be seen

36

stekelig

prickly

37

sukkelen

to flounder, putter along, stagger

38

het bankstel

the couch

39

het schouderblad

the shoulderblade

40

kleinzerig

wound up, touchy

41

verbeten

to restrain, suppress, hold back, block

42

kletsen

to gossip, chat

43

de naam kwam hem vaag bekend voor.

the name was vaguely familiar

44

onkruid

weeds

45

het evenbeeld

the replica image

46

de medewerking

the collaboration

47

gevleid

flattered

48

stellig zijn

to be sure, to be certain

49

vergewissen

to ensure, verify

50

ontmanteld

dismantled

51

overwoekerd

overgrown

52

wippen

to seesaw, rock, whip

53

eigenaardig

peculiar, idiosyncratic, strange

54

een voorstander van

an advocate of

55

de draagmoeder

the surrogate mother

56

hebben gefungeerd

acted like, functioned as

57

de reageerbuizen

the test tubes

58

het was meer dan hij kon behappen

it was more than he could digest.

59

op de kermis

at the fair

60

frontaal in de aanval gaan

to go on the offensive

61

opbiechten

to fess up, confess

62

opdagen komen

to show up