Probleem 3.1: Psychofysica en Signaaldetectie Flashcards

1
Q

Wat wordt bedoeld met de term “absolute drempelwaarde” in de context van detectie in psychofysica?

A

De absolute drempelwaarde verwijst naar de minimale hoeveelheid energie die nodig is voor een sensorisch systeem om de aanwezigheid van een stimulus te registreren, te beginnen vanaf nul.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat houdt de phenomological method in de context van perceptie in, en wat wordt gemeten wanneer een persoon wordt gevraagd om te beschrijven wat ze waarnemen?

A

De phenomological method impliceert karakteristieken van een stimulus. Wanneer een persoon wordt gevraagd om te beschrijven wat ze waarnemen, wordt gemeten wanneer een bepaalde perceptie plaatsvindt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe wordt de relatie tussen de intensiteit van een stimulus en de proportie van de waargenomen stimulus weergegeven in de psychometrische functie grafiek?

A

De y-as geeft de proportie van de waargenomen stimulus weer, terwijl de x-as de intensiteit van de stimulus vertegenwoordigt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de drie klassieke methoden die werden gebruikt om de absolute threshold te meten volgens Fechner, en hoe verschillen ze?

A

Method of Limits: Stimuli worden in oplopende of aflopende volgorde gepresenteerd, en men kijkt wanneer de persoon de stimuli kan waarnemen.

Method of Adjustment: De intensiteit van de stimulus wordt continu aangepast totdat de persoon de stimulus niet meer kan waarnemen.

Method of Constant Stimuli: Vijf tot negen stimuli met verschillende intensiteit worden gepresenteerd, en men houdt bij wanneer de persoon deze kan waarnemen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hoe werkt de methode van constante stimuli bij het bepalen van de absolute drempelwaarde?

A

Een set van constante stimuli wordt gepresenteerd aan een participant, die moet aangeven welke stimuli waarneembaar zijn. De drempelwaarde wordt vaak bepaald door de stimulusintensiteit te kiezen die ongeveer 50% van de tijd wordt waargenomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe verschilt de methode van limieten van de methode van constante stimuli bij het bepalen van de drempelwaarde?

A

In de methode van limieten worden stimuli reeksen gepresenteerd waarbij men stopt wanneer een stimuli niet langer waarneembaar is (aflopende reeks) en wanneer een stimuli net waarneembaar is (oplopende reeks), zonder een specifieke drempelwaarde vast te stellen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is het voordeel van de methode van adaptief testen ten opzichte van de methode van limieten?

A

De methode van adaptief testen past zich continu aan rondom de drempelwaarde door de stimuli reeks aan te passen aan de reactie van de deelnemer, waardoor efficiënter informatie wordt verkregen rondom de drempelwaarde.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn “catch trials” en hoe worden ze gebruikt in psychofysica?

A

Catch trials zijn trials waarbij geen stimulus wordt gepresenteerd, en deelnemers zouden altijd ‘nee’ moeten antwoorden. Ze voorkomen fraude en fouten in de data. De signal-detection-theory is ontwikkeld om te omzeilen hoe mensen reageren op catch trials en de betrouwbaarheid van de gegeven antwoorden te beoordelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is magnitude estimation in psychofysica?

A

Magnitude estimation is een techniek ontwikkeld door Stevens om de relatie tussen intensiteit en waargenomen helderheid te onderzoeken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is het fenomeen van response compression?

A

Bij response compression leidt een verdubbeling van intensiteit niet altijd tot een verdubbeling van waargenomen helderheid; om helderheid te verdubbelen, moet de intensiteit ongeveer met 9 worden vermenigvuldigd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe wordt magnitude estimation toegepast op het meten van de grootte of intensiteit van een stimulus, en wat zijn de resultaten van response compression en response expansion?

A

Bij magnitude estimation wordt eerst een waarde gegeven aan een standaard stimulus, en personen moeten vervolgens aangeven hoe ze stimuli met verschillende intensiteit waarnemen in relatie tot de standaard stimulus. Resultaten kunnen zijn response compression (waargenomen grootte neemt toe, maar niet zo snel als intensiteit) en response expansion (waargenomen grootte neemt meer toe dan intensiteit). Deze relatie wordt uitgedrukt in Stevens’ power law: P = KS^n.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is het doel van visual search, en wat wordt gemeten bij het meten van de reactietijd in visual search-experimenten?

A

Het doel van visual search is om een specifieke stimulus te vinden uit meerdere stimuli. Bij het meten van de reactietijd in visual search-experimenten wordt informatie verkregen over de mechanismen die verantwoordelijk zijn voor perceptie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is het doel van de signaal-detectie-theorie in de context van perceptie en welke vier mogelijke uitkomsten houdt het rekening mee?

A

Het doel van de signaal-detectie-theorie is om de subjectiviteit van de waarnemer en diens beslissingsstrategieën te begrijpen. Het houdt rekening met vier mogelijke uitkomsten bij elke beslissing: Vals alarm, Correcte afwijzing, Misser, en Hit.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe verschilt een experiment met Signal Detection van klassieke psychofysische experimenten, en welke soorten responsen kunnen voorkomen bij Signal Detection?

A

Bij Signal Detection wordt maar één stimulus gepresenteerd, soms helemaal geen stimulus. Responsen kunnen zijn:

Stimulus aanwezig: Hit (participant zegt ‘ja’), False alarm (participant zegt ‘nee’)
Stimulus niet aanwezig: Miss (participant zegt ‘nee’), Correct rejection (participant zegt ‘ja’)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe worden de resultaten van signaal-detectie-theorie weergegeven, en wat is het doel van een pay-off matrix?

A

De resultaten worden weergegeven in een uitkomsten-matrix, die de verhoudingen van hits, valse alarmen, missers, en correcte afwijzingen toont. Een pay-off matrix geeft de invloed weer van verwachtingen en beloningen op de beslissingsstrategie, bijvoorbeeld bij het verwachten van een vaak voorkomend signaal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe kan de payoff in Signal Detection-experimenten de response criteria beïnvloeden, en hoe kan het aanpassen van iemands gevoeligheid worden vastgelegd?

A

De payoff kan de response criteria beïnvloeden door bijvoorbeeld meer beloning voor een hit dan voor een correcte afwijzing. Iemands gevoeligheid om de response criteria aan te passen kan worden vastgelegd in een receiver operating characteristic (ROC) curve

17
Q

Wat betekent het om een criterium te stellen in de signaal-detectie-theorie, en hoe beïnvloedt dit de beslissingsstrategie van de waarnemer?

A

Het stellen van een criterium betekent het instellen van een niveau waarboven een waarnemer ‘ja’ zegt. Het beïnvloedt de beslissingsstrategie door te bepalen hoe vaak ‘ja’ wordt gezegd, en het kan worden ingesteld als liberaal (veel ‘ja’ zeggen), neutraal of conservatief (weinig ‘ja’ zeggen).

18
Q

Hoe verschillen response criteria tussen een conservatieve en liberale persoon, en hoe probeert de Signal Detection Theory dit probleem op te lossen?

A

Response criteria variëren doordat een conservatieve persoon alleen iets waarneemt wanneer ze zeer zeker zijn, terwijl een liberale persoon ja zegt wanneer het mogelijk is dat het zo is. Signal Detection Theory probeert dit probleem op te lossen door het onderscheid te maken tussen verschillende soorten responsen, zoals hits, false alarms, misses, en correct rejections.

19
Q

Hoe wordt gevoeligheid gemeten in de signaal-detectie-theorie, en wat vertelt ‘d’ over de waarnemer?

A

Gevoeligheid wordt gemeten door de afstand tussen de distributies van “signaal afwezig” en “signaal aanwezig” en wordt aangeduid als ‘d’ (dee prime). Een grotere ‘d’ duidt op een hogere gevoeligheid, terwijl een kleinere ‘d’ wijst op lagere gevoeligheid.

20
Q

Op welke 2 assumpties is de uitkomsten martix gebaseerd?

A
  • Assumptie 1: Er wordt aangenomen dat de hoeveelheid geluid waar een observant mee moet omgaan, verschilt van moment tot moment. Deze schommelingen in het geluidsniveau worden veroorzaakt door variabelen in de zintuiglijke en perceptuele systemen van de waarnemer, evenals door willekeurige fluctuaties in de omgeving. Signaal-detectie-theorie presenteert deze schommeling over tijd op een kansverdeling; een voor wanneer he signaal afwezig is, en een voor wanneer het signaal aanwezig is.
  • Assumptie 2: Er wordt aangenomen dat een observant een optimale beslisser is. Zo’n beslisser gebruikt een eenvoudige regel om op elke proef een reactie te geven: wanneer het sensatie niveau boven een specifiek niveau (het criterium (B)) ligt, dan zegt de observant “ja”, en als het sensatieniveau lager ligt dan deze waarde zegt de observant “nee”.
21
Q

Wat onderzoekt discriminatie in de context van psychologie, en hoe wordt de drempelwaarde voor verschil detectie gemeten?

A

Discriminatie in psychologie onderzoekt hoeveel twee stimuli van elkaar moeten verschillen om als afzonderlijke stimuli te worden waargenomen. De drempelwaarde voor verschil detectie wordt gemeten door één stimulus-intensiteit als standaard te gebruiken in een variant van de methode van constante stimuli.

22
Q

Wat wordt bedoeld met de term “subjectieve gelijkheid” en hoe wordt de Just Noticeable Difference (JND) bepaald in discriminatie-experimenten?

A

Subjectieve gelijkheid verwijst naar de plek op de verdeling waar een stimulus in 50% van de gevallen als groter/zwaarder en in 50% als kleiner/lichter wordt gezien. De JND, of difference threshold, wordt bepaald door het interval tussen het 0.25 en 0.75 punt op de verdeling (interval van onzekerheid), dat vervolgens in tweeën wordt gedeeld.

23
Q

Hoe wordt het discriminatievermogen weerspiegeld in de psychometrische functie, en hoe verandert de functie bij een slechter discriminatievermogen?

A

Het discriminatievermogen wordt weerspiegeld in de steilheid van de psychometrische functie. Bij slechter discriminatievermogen wordt de functie platter. In het uiterste geval van geen discriminatie zou de functie een horizontale lijn zijn, evenwijdig aan de x-as.

24
Q

Wat benadrukt Weber’s wet met betrekking tot de drempelwaarde voor het detecteren van verschillen, en hoe wordt deze relatie beschreven in de formule?

A

Weber’s wet benadrukt dat de drempelwaarde voor het detecteren van verschillen geen constante waarde is, maar toeneemt naarmate de stimulus-intensiteit groter is. De relatie wordt beschreven in de formule ΔI = KI, waarbij ΔI de drempelwaarde voor verschil detectie is, K een constante (Weber fraction) en I de stimulus-intensiteit.

25
Q

Hoe benadrukt de signaal-detectie-theorie de uitdagingen van discriminatie, en wat bepaalt de discriminatiedrempelwaarde volgens deze theorie?

A

De signaal-detectie-theorie benadrukt dat de curves van stimuli overlappen, waardoor het moeilijk wordt om met zekerheid te zeggen welke stimulus een bepaald sensatieniveau veroorzaakte. De discriminatiedrempelwaarde wordt bepaald door zowel het fysieke verschil tussen twee stimuli als de gevoeligheid van het sensorische systeem van de observant.

26
Q

Hoe wordt reactietijd gebruikt om discriminatie te meten, en wat laat de relatie tussen intensiteit en reactietijd zien volgens Donders?

A

Reactietijd wordt gebruikt om discriminatie te meten, waarbij grotere intensiteit van een stimulus gepaard gaat met kleinere reactietijd. Dit toont aan dat hoe groter de intensiteit is, des te kleiner de reactietijd is, volgens Donders.

27
Q

Wat is de difference threshold (DL), en hoe wordt Weber’s Law toegepast op de relatie tussen de standaard stimulus en de DL?

A

De difference threshold (DL) is het kleinste verschil tussen twee stimuli dat een persoon kan waarnemen. Weber’s Law stelt dat de relatie tussen de standaard stimulus (S) en de DL constant blijft, wat wordt uitgedrukt als DL/S = K, waarbij K de Weber fraction is.