Thema 7 Diversiteit, discriminatie en pesten Flashcards

1
Q

diversiteit op het werk

A

Diversiteit verwijst naar de zichtbare en onzichtbare verschillen tussen mensen. Diversiteit is een belangrijk thema binnen de arbeids- en gezondheidspsychologie. Hiervoor zijn twee belangrijke redenen. Ten eerste verandert onze samenleving: er is een toename van mensen van 55 jaar en ouder, de arbeidsparticipatie van vrouwen neemt toe en er is een stijging van arbeidsmigranten. In lijn hiermee verandert ook de afzetmarkt voor organisaties, omdat de diversiteit van klanten verandert.

Daarnaast neemt het aantal internationale samenwerkingsverbanden binnen bedrijven toe, waardoor veelvuldig contact met buitenlandse partners nodig is. Een divers personeelsbestand kan om deze reden zorgen voor een hogere productiviteit en omzet en het is daarom zinvol om het personeelsbestand hierop aan te passen.

Gelukkig zien steeds meer bedrijven het belang in van diversiteit en proberen ze om het personeelsbestand een vertegenwoordiging van de maatschappelijke samenstelling te laten zijn. Maar, verschillende factoren kunnen een bedreiging zijn voor de diversiteit binnen een bedrijf. Zo kunnen sociaal-psychologische processen zoals categorisatie, stereotypering, vooroordelen en discriminatie diversiteit belemmeren. Bijvoorbeeld, impliciete vooroordelen kunnen een rol kunnen spelen bij de selectie van kandidaten tijdens een sollicitatie.

Ook al kan een bedrijf via werving en selectie relatief makkelijk een divers personeelsbestand samenstellen, het blijft daarna belangrijk om langdurig te investeren in een inclusieve werkvloer waar iedereen zich thuis voelt. Voor een werkgever is het daarom belangrijk om bewust te zijn van de psychologische processen die een rol kunnen spelen bij de werving en selectie en ook om actief in te zetten op een duidelijk diversiteits- en inclusief beleid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

diversiteit discriminatie en pesten

A

Twee mensen met gelijke competenties voor een baan moeten gelijke kans hebben op die baan. Helaas is dit in deze tijd nog steeds niet het geval. Bepaalde groepen zijn over het algemeen achtergesteld op de arbeidsmarkt of binnen organisaties. Zo zijn onder andere vrouwen, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een fysieke beperking en ouderen vaker slachtoffer van discriminatie.

Meestal gaan hier processen zoals stereotypering en vooroordelen aan vooraf. Naast het gegeven dat discriminatie strafbaar is, is het ook zonde voor het werkklimaat en de productiviteit. Onderzoek laat namelijk zien dat diversiteit op de werkvloer vele positieve effecten kan hebben, zoals hogere productiviteit en omzet. Voor een werkgever is het daarom belangrijk om de processen van stereotypering, vooroordelen en discriminatie te begrijpen en actief in te zetten op een inclusief werkklimaat.

Een ander belangrijk sociaal probleem op de werkvloer is pesten. Zo zijn mensen van bepaalde sociale groepen, als ook mensen met kwetsbare persoonskenmerken vaker slachtoffer van pesterijen. De gevolgen van pesten op het werk kunnen enorm zijn.

Pesten gaat niet alleen ten koste van het psychisch welbevinden van de individuele werknemer; pesten zorgt ook voor een slechte werksfeer en een algehele lagere productiviteit binnen een organisatie of bedrijf. Dit kan voor een organisatie of bedrijf leiden tot verlies van inkomsten. Ook hierbij is het belangrijk dat een werkgever actief pesten weet te identificeren en aan te pakken, om zo het werkklimaat te bevorderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

de samenleving en dus ook de beroepsbevolking wordt steeds meer divers:

A

toename 50+ ers in de werkzame beroepsbevolking
de arbeidsparticipatie van vrouwen is toegenomen
de afzetmarkt verandert doordat de potentiele klanten steeds diverser worden
mensen met andere nationaliteiten vormen ook nieuwe afzetmarkten
veel bedrijven opereren internationaal of besteden taken uit aan buitenlandse partners
productieketens worden opgeknipt en vinden deels in het buitenland plaats
de wetgeving dringt aan op bvb een evenwichtige man vrouw verhouding in raden van bestuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

diversiteit

A

diversiteit verwijst naar alle zichtbare en onzichtbare verschillen tussen mensen. De mate van diversiteitvan een groep, team of afdeling verwijst naar de compositie ervan, hoe een afdeling of team is samengesteld. Een team kan divers of homogeen zijn (geen diversiteit, bvb obv geslacht: enkel vrouwen in het team.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

theoretisch perspectief op de gevolgen van diversiteit

A

het categorisatie en elaboratiemodel stelt dat in een divers team zowel positieve als negatieve processen actief kunnen zijn:

*subgroepcategorisatie: cognititef proces waarbij mensen obv waargenomen verschillen ingedeeld worden in in-groups en out-groups. Dit is een negatief proces. Mensen hebben de voorkeur samen te werken met mensen die op hen lijken, in een divers team kan subgroepcategorisatie optreden.

*informatie-elaboratie: posititef proces, verschillende mensen variëren in ideeën, kennis, vaardigheden en contacten. Wanneer leden van een divers team taakspecifieke kennis en informatie met elkaar delen, verwerken en integreren (elaboratie) dan kunnen zij beter presteren als homogene teams.

In een inclusief klimaat zullen deze 2 processen van categorisatie en elaboratie elkaar positief beïnvloeden: als iedereen ondanks de verschillen gewaardeerd wordt, zal subroepvorming afnemen en zal de kans groter zijn dat teamleden erin slagen met elkaar uit te wisselen en te combineren. Conflict en personeelsverloop zal afnemen en men zal een grotere mate van inclusie ervaren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

subgroepcategorisatie als dominant proces

A

Breuklijnen:
hypothetische scheidingslijnen die een divers team in subgroepen kunnen splitsen, op basis van 1 of meer demografische kenmerken.
Naarmate breuklijnen sterker zijn, dus wanneeer meerdere verschillen samenvallen, is de kans groter dat het verstorende proces van subgroepcategorisatie in werking treedt en dat het team opslitst.
Een organisatie dient goed na te denken over de samenstelling en ook een overkoepelende identiteit of een gezamenlijk doel kan helpen.

diversiteitsovertuigingen: denkbeelden van mensen over de manier waarop diversiteit van invloed is op groepsprestaties. Pro-diversiteitsovertuigingen kunnen het proces van subgroepcategorisatie helpen onderdrukken.
Deze overtuigingen zijn beïnvloedbaar, alleen al verschaffen van informatie over de voordelen van een divers team blijkt al genoeg.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

informatie-elaboratie als dominant proces

A

informatie-elaboratie: het proces in een team dat bestaat uit het uitwisselen, discussiëren en integreren van gezichtspuntne, ideeën kennis en inzichten.

Nieuwe en complexe taken kunnen het proces van informatie-elaboratie activeren, terwijl bij routine taken de kans op categorisatie groter wordt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Positieve en negatieve uitwerkingen van diversiteit op de werkvloer worden uitgelegd aan de hand van het categorisatie-elaboratiemodel. Welke twee sociaal cognitieve processen spelen een belangrijke rol bij het functioneren van diverse teams?

A

Het eerste proces is subcategorisatie. Dit proces beschrijft het indelen van werknemers op basis van waargenomen verschillen in een ingroup (de groep waar je zelf toe behoort) en een outgroup (de groep die anders is). De ingroup wordt over het algemeen als positiever beoordeeld. Aan de outgroup worden meestal een of meer negatieve stereotypen of vooroordelen toegeschreven. Dit kan de werksfeer en prestaties negatief beïnvloeden. Teams waarbij duidelijke breuklijnen in de samenstelling zijn, lopen een verhoogd risico op subcategorisatie.

Het tweede proces is informatie-elaboratie. Bij informatie-elaboratie wordt informatie niet verwerkt op basis van bepaalde vastgeroeste denkbeelden of stereotypen, maar wordt informatie kritisch geëvalueerd. Informatie-elaboratie beschrijft dus een cognitief inspannend proces. Binnen diverse teams betekent dit dat teamleden niet op basis van bepaalde kenmerken wordt toegeschreven tot een outgroup, maar dat kritisch wordt gekeken naar de sterke en minder sterke competenties van een collega, zodat hier optimaal gebruik van gemaakt kan worden. Dit proces bevordert coöperatie zoals het uitwisselen en bediscussiëren van informatie, ideeën, kennis en inzichten, en het integreren van verschillende gezichtspunten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Welke factoren kunnen informatie-elaboratie faciliteren, ofwel subcategorisatie belemmeren, en daarmee een divers werkklimaat bevorderen?

A

*Onduidelijke breuklijnen:
teams waarbinnen geen duidelijk onderscheid in groepen te maken is op basis van meerdere kenmerken (zoals oudere vrouwen tegenover jonge mannen) lopen minder risico op subcategorisatie.
*Nieuwe en/of complexe taken:
nieuwe of complexe taken zijn taken waarbij elaboratie nodig is en die niet routinematig uit te voeren zijn. Dit soort taken vereisen vaker samenwerking of andermans kennis. Routinematige taken zijn meestal individueel uit te voeren of behoeven weinig intensieve samenwerking.
*Taak-relevante kennis:
taken waarbij kennis van anderen nodig is (denk aan opleiding, werkervaring of functie) gaan subcategorisatie tegen door actieve samenwerking met mensen uit andere groepen.
*Motivatie:
teamleden die gemotiveerd zijn om verder te leren, nieuwe competenties te ontwikkelen of kennis op te doen, zullen minder berusten op subcategorisatie.
*Ondersteuning:
mensen berusten vaker in beslissingen op basis van informatie die ze al kennen in plaats van op basis van nieuwe informatie. Teams die ondersteund worden in het uitwisselen, verwerken en integreren van kennis en informatie, zullen daardoor meer gebruik maken van informatie-elaboratie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Een inclusief werkklimaat ontstaat niet alleen vanuit de werknemer, maar behoeft inclusief leiderschap. Welke gedragingen zijn kenmerkend voor inclusief leiderschap?

A

Een eerste belangrijke voorwaarde is dat de leidinggevende zich bewust is van eigen stereotype gedachten en mogelijke vooroordelen, en erkent dat bepaalde groepen over het algemeen achtergesteld worden op de arbeidsmarkt. Zonder deze basisvoorwaarde is inclusief leiderschap moeilijk uit te voeren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

vooroordelen, stereotypering en discriminatie op het werk

A

stereotypen:

veralgemeniseren van sociale groepen waarbij individuele verschillen tussen mensen naar de achtergrond verdwijnen.
Sterotiepen zijn overtuigingen dat mesnen uit een bepaalde sociale groep een aantal karakteristieken delen. Stereotiepen kunnen zowel positief, negatief als neutraal zijn.

uitspraken of meningen waarbij een andere groep meestal negatief of zelfs inferieur wordt neergezet.

wanneer denkbeelden of vooroordelen leiden tot ongelijke behandeling van een persoon of groep.
-expliciete discriminatie: men is zich bewust van de eigen mening tov iemand anders en gedraagt zich daar doelbewust naar.
-impliciete discriminatie: is een onbewust proces dat ontstaat wanneer mensen niet de tijd hebben om hun impulsen te beheersen en hun keuzes te overdenken, waardoor stereotiepen voorrang krijgen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

tegengaan van vooroordelen en discriminatie

A

vooroordelen zijn moeilijk te veranderen omdat:
-mensen hebben de neiging om meer aandacht en waarde te schenken aan informatie die de eigen ideeën of hypothesen bevestigt.
-confirmatie bias: de neiging om minder aandacht te besteden aan informatie die de eigen ideeën ontkracht.

Allport (1954) stelde dat persoonlijk contact werkt in het doorbreken van vooroordelen.
Haar contacthypothese werd later uitgebreid naar de ‘extended’-contacthypothese: het hebben van persoonlijk contact is niet per se nodig voor het verbeteren van de attitudes tav de leden van een andere groep. Alleen al het kennen van mensen die vrienden zijn met mensen van een andere groep, kan dit effect bewerkstelligen.

diversiteitstrainingen tonen slechts een beperkt effect en worden best ingebed in een groter geheel van diversiteitsmaatregelen. Globaal kan er onderscheid gemaakt worden tussen:
*bewustwordingstrainingen: gericht op het verhogen van bewustzijn van de deelnemers over de eigen assumpties, waarden en cognitieve vertekeningen en die van anderen.
*vaardigheidstrainingen: gericht op het toezien op de eigen handelingen, wat geaccepteerde reacties zijn op specifieke verschillen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

diversiteitsbeleid

A

het belang van diversiteit voor een bedrijf kan ingegeven worden door:

  • bedrijfseconomisch motief: diversiteit wordt gezien als een instrument om de organisatie doelstellingen te halen. Zakelijk; meer innovatie, verhoogde flexibiliteit, verbeterde financiele prestaties.
  • moreel-ethisch motief: geeft uiting aan maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bestrijden van sociale ongelijkheid en het verminderen van vooroordelen en stigma’s over bepaalde groepen.

een effectief diversiteitsbeleid is gericht op zowel het vergroten van de diversiteit in de eigen organisatie als het verbeteren van processen in de organisatie waardoor een inclusief werkklimaat ontstaat.
ook omgaan met de onzichtbare verschillen
een belangrijk deel van de oplossing ligt in de gebruikte methodiek: een model van onderzoeksgestuurd diversiteitsbeleid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Steeds meer bedrijven zien de meerwaarde van diversiteit op de werkvloer. Wat zijn volgens KIS (2020) de belangrijkste perspectieven van bedrijven om hierin te investeren.

A

Volgens KIS (kennisplatform Integratie en Samenleving) zijn er vier belangrijke perspectieven die bedrijven hebben over het bevorderen van diversiteit. Het is hierbij belangrijk om te melden dat deze perspectieven naast elkaar kunnen lopen.

1 Het gelijkheidsperspectief vertrekt vanuit de overtuiging dat iedereen gelijk is en ook gelijke behandeling zou moeten krijgen.

2 Het legitimiteitsperspectief gaat ervan uit dat een divers team zorgt voor een beter klantenbestand, omdat er beter aangesloten kan worden op de noden en wensen van de klanten.

3 Het creativiteitsperspectief gaat ervan uit dat een divers team – door verschillende invalshoeken te combineren – zorgt voor meer creativiteit en innovatie, en daardoor kan leiden tot betere resultaten.

4 Bij het arbeidsmarktperspectief gaat het over het anticiperen op mogelijke personeelstekorten en het beter benutten van menselijk kapitaal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Om diversiteit op de werkvloer succesvol te implementeren is het belangrijk onderscheid te maken tussen diversiteit en inclusie. Geef aan wat deze begrippen omvatten en hoe deze elkaar aanvullen. Bekijk hiervoor de bronnen van Ellemers et al. (2018) en KIS (2020).

A

Bij diversiteit gaat het om het erkennen van verschillen tussen werknemers en op basis daarvan ervoor zorgen dat verschillende groepen werknemers een goede representatie vormen van de maatschappelijke samenstelling. Het samenstellen van een divers team is de eerste belangrijke stap in een succesvol diversiteitsbeleid, maar het is niet voldoende. Het is namelijk belangrijk dat alle werknemers zich in een werkomgeving bevinden waarin ze gelijkwaardig kunnen deelnemen en zich gerespecteerd en geaccepteerd voelen. Als de werkomgeving geen rekening houdt met groepsverschillen, of mensen uit minderheidsgroeperingen benaderd worden op basis van stereotype denkbeelden, is de kans groot dat het verloop van deze werknemers hoog is.

Investeren in inclusie is daarom een tweede essentiële stap in het succesvol implementeren van diversiteitsbeleid. Het is hierbij belangrijk dat deze investering langdurig is en niet een eenmalige actie betreft. Zonder goede inclusie, zal het diversiteitsbeleid falen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Ellemers et al. (2018) beschrijven in hun artikel vier belangrijke knelpunten bij het implementeren van een diversiteitsbeleid. Benoem deze vier knelpunten en licht deze toe.

A

Volgens Ellemers et al. (2018) zijn de belangrijkste knelpunten:

1 De organisatie realiseert zich niet goed in hoeverre deze is ingericht op een bepaald type persoon. Als het personeelsbestand van een bedrijf erg homogeen is (bijvoorbeeld voornamelijk witte heteromannen) is het voor leidinggevenden en werknemers moeilijk voor te stellen hoe mensen die niet in dit plaatje passen belemmerd worden om actief onderdeel te maken binnen deze organisatie. Doordat mensen geneigd zijn om mensen uit hun ingroup positiever te beoordelen (ingroup bias, zie H22), zal het ook moeilijker zijn om nieuwe medewerkers te werven die niet binnen dit plaatje passen.

2 Door speciale aandacht te geven aan ondervertegenwoordigde groepen tijdens werving en selectie kan er wantrouwen ontstaan bij de gevestigde werknemers over de competenties van de nieuwe werknemer.

3 Door onduidelijkheid over wat de meerderheidsgroep aan de diversiteitsmaatregelen heeft, kan er weerstand ontstaan tegen deze maatregelen. Een duidelijk gecommuniceerd diversiteitsbeleid kan deze weerstand (deels) wegnemen.

4 Personen uit de ondervertegenwoordigde groepen maken vaak geen gebruik van speciale voorzieningen, omdat ze liever proberen aan de standaardeisen te voldoen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Als een bedrijf erkent dat investeren in diversiteit belangrijk is en hier actief op wil inspelen wordt er vaak gebruikgemaakt van ‘best practices’. Volgens Ellemers et al. (2018) is dit zeer risicovol en kan dit leiden tot een falend diversiteitsbeleid. Hoe kan dat? En wat is volgens de auteurs de juiste oplossing.

A

Bij ‘best practices’ worden strategieën overgenomen die volgens andere bedrijven zinvol zijn. Maar, er zit meestal geen evidentie aan de effectiviteit van een dergelijke strategie. Daarnaast kunnen strategieën die voor Bedrijf X succesvol zijn juist schadelijk zijn voor Bedrijf Y, omdat er geen rekening gehouden wordt met de specifieke belemmerende factoren die voor Bedrijf Y gelden.

Bijvoorbeeld, zo kan het implementeren van de Rooney Rule, waarbij er voor elke vacante functie minstens één kandidaat uit een diversiteitsgroep wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek (zie Diversiteit in Bedrijf, 2021), prima werken voor een bedrijf dat open staat voor een multiculturele samenstelling van het personeelsbestand, maar niet voor een bedrijf dat daar nog minder voor open staat. Voor dat laatste bedrijf is het zinvol om eerst te investeren in het creëren van draagvlak voor het implementeren van een diversiteitsbeleid.

onderzoek heeft ook aangetoond dat het aanstellen van een ‘diversity officer’ of het uitreiken van een ‘diversity award’ ervoor kan zorgen dat er meer problemen ontsteen bij het werven en bedienen van verschillende groepen medewerkers.

Ellemers et al. (2018) beargumenteren dat het implementeren van een effectief diversiteitsbeleid en de kennisvergroting hiervan dient te gebeuren aan de hand van onderzoeksgestuurd diversiteitsbeleid, een cyclus waarbij 1) het selecteren van strategieën voor het implementeren van een diversiteitsbeleid gebeurt op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis, en 2) de effectiviteit van de implementatie van deze strategieën opnieuw getoetst worden zodat de kennis van effectieve strategieën verder uitgebreid wordt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Zoals eerder aangegeven is werving en selectie van kandidaten een eerste stap in het implementeren van diversiteit op de werkvloer. Maar, er zijn vele factoren bij werving en selectie die ervoor kunnen zorgen dat mensen uit minderheidsgroepen achtergesteld worden. Diversiteit in bedrijf (2021) geeft de belangrijkste knelpunten weer en geeft tips hoe hier mee om te gaan. Wat zijn deze belemmerende factoren en wat zijn effectieve strategieën?

A

De volgende factoren kunnen belemmerend werken voor sollicitanten uit minderheidsgroepen bij het werven van een nieuwe kandidaat:

Vooroordelen
Impliciete of expliciete vooroordelen kunnen vanuit recruiters en werkgevers ervoor zorgen dat mensen uit een bepaalde minderheidsgroep niet geselecteerd worden voor een gesprek. Onterechte vooroordelen zijn bijvoorbeeld dat ouderen langzaam en inefficiënt zijn of dat chronisch zieken zich vaker ziek zullen melden. Hierbij wordt er voorbij de daadwerkelijke competenties van de kandidaat gekeken.

Investeren in trainingen voor onbevooroordeeld werven en selecteren is daarom zinvol.

Profilering
Voor een bedrijf dat wil investeren in diversiteit is het belangrijk dat deze zich ook zo profileert. Het komt geregeld voor dat foto’s of andere media op de sociale kanalen van een bedrijf een eenzijdig beeld geven van de personeelssamenstelling. Bijvoorbeeld, er zijn weinig foto’s te zien van een cultureel divers team, of van medewerkers met een fysieke beperking. Hierdoor kunnen werkzoekenden zich bij voorbaat al niet vinden passen binnen een team (lage organization fit) en daardoor minder geneigd zijn te solliciteren.

Investeren in profilering van diversiteit en expliciet aankondigen dat diversiteit een belangrijke kenwaarde is, kan deze barrière overkomen.

Werving
Het komt met regelmaat voor dat vacatureteksten impliciet aansturen op een bepaald profiel. Zo worden bepaalde kernwoorden meer geassocieerd met mannen dan vrouwen. Ook komt het voor dat competenties beoordeeld worden vanuit het referentiekader van de meerderheidsgroep.

Vacatureteksten moeten daarom inclusief zijn. Ook moet een bedrijf letten op de gebruikte wervingskanalen. Deze moeten zo goed mogelijk alle potentiële kandidaten bereiken.

Selectie
Bij de selectie van een kandidaat kan beoordeling van soft skills gekleurd worden door (impliciete) vooroordelen. De beoordeling van hard skills kunnen gekleurd zijn door het gebruik van cultuurgebonden en conventionele selectie-instrumenten.

Diversiteit in Bedrijf beschrijft verschillende technieken die vooroordelen tijdens selectie kunnen reduceren, waaronder het anonimiseren van sollicitatiebrieven, selecteren op basis van objectieve criteria, structureren van sollicitatiegesprekken en het divers maken van de sollicitatiecommissie.

19
Q

quotum

A

numerieke richtlijn voor wat betreft de representatie van bepaalde minderheidsgroepen in een bedrijf als onderdeel van een bedrijf.
Er bestaat echter kans dat de competenties van mensen die op deze manier worden aangeworven, in twijfel getrokken zullen worden.

20
Q

aandacht voor zichtbare en onzichtbare verschillen.

A

het diversiteits beleid van veel organisaties richt zich vooral op zichtbare verschillen, bvb geslact, etniciteit, geaardheid,…), omdat zichtbare diversiteit toegang geeft tot afzzetmarkten en grotere clienten populaties, maar ook om ervoor te zorgen dat meer mensen zich vertegenwoordigd voelen, wat bijdraagt aan reputatie en aantrekkingskracht van de organisatie.

Het zijn echter vooral de onzichtbare verschillen die samenhangen met meer creativiteit, vernieuwing, betere prestaties,… en ervoor zorgen dat mensen andere gezichtspunten innemen, tot nieuwe ideeën komen of in staat zijn bredere groepen kanten aan te spreken.

Onzichtbare verschillen zijn sterk van invloed op het welzijn en functioneren van individuele werknemers. Gebleken is dat werknemers die zich onzichtbaar anders voelen dan collega’s (bvb door persoonlijkheid of geaardheid) minder inclusie ervaren dan werknemers die zich zichtbaar anders of hetzelfde voelen als collega’s.

21
Q

naar een effectief diversiteitsbeleid:

A

Stap 1
Het diversiteitsbeleid in kaart brengen en toetsen aan inzichten uit de wetenschap. Zo kan worden bepaald of er in de organisatie sprake is vn een integraal en systematisch diversiteitsbeleid.

Stap 2
Het meten van het waargenomen inclusiviteitsklimaat onder werknemers.

Deze tweeledige aanpak, waarbij zowel het beleid als de ervaringen op de werkvloer gemonitord worden, geeft niet alleen een beeld van de huidige stand van zaken binnen een organisatie, maar kan ook laten zien of veranderingen in beleid ook resulteren in verbeteringen in de ervaringen van werknemers.

Het is dus belangrijk om:
*een integraal diversiteitsbeleid te voeren
*een systematische methode te gebruiken door elke schakel van de keten (instroom, inclusie, doorstroom en uitstroom) systematisch 5 fases te laten doorlopen;
# visie formuleren: duidelijk, gedocumenteerd, passend.
# SMART doelen stellen
# draagvlak creëren
# uitvoering: activiteiten en maatregelen realiseren om gestelde doelen te behalen
# meten en evalueren

22
Q

pesten op het werk

A

Pesten op het werk is een ernstig probleem waar steeds meer aandacht voor is. Pesten op het werk is een vorm van agressief gedrag, dat zich kan uiten als roddelen, uitsluiten, achterhouden van informatie, vingerwijzen, vernedering, dwang, of in zeldzame gevallen ook fysiek geweld. Mensen van bepaalde sociale groepen, als ook mensen met kwetsbare persoonskenmerken, lopen verhoogd risico om slachtoffer te zijn van pesterijen.

Het kan lastig zijn om te bepalen welk gedrag onder pesten valt, omdat pesten een escalerend proces is en subtiele vormen kan aannemen. Er wordt pas over pesten gesproken als het negatieve gedrag regelmatig voorkomt (minimaal wekelijks) en van langere duur is (minimaal zes maanden). Ook moet er sprake zijn van een ongelijke machtspositie, waarbij het slachtoffer zich steeds moeilijker kan verdedigen.p

Nieuwe vormen van pesten die online afspelen (cyberpesten) veranderen de manier hoe er naar pesten gekeken moet worden. Zo kan een éénmalige vernedering via social media door honderden mensen tegelijkertijd worden gezien, en kan het voor lange tijd online blijven staan. De impact hiervan kan dan vele malen groter zijn dan een eenmalige vernedering in een klein gezelschap.

De gevolgen van pesten op het werk kunnen enorm zijn. Niet alleen gaat dit ten koste van het psychisch welbevinden van het slachtoffer; pesten zorgt ook voor een slechte werksfeer en een algehele lagere productiviteit binnen een organisatie of bedrijf. Dit kan voor een organisatie of bedrijf leiden tot verlies van productiviteit en inkomsten. Het is belangrijk dat een werkgever actief inzet op een antipestbeleid en pesten goed weet te voorkomen, identificeren en aan te pakken.

23
Q

Naar schatting is 1-15 procent van de werknemers slachtoffer van pesten. Deze marge is erg breed en suggereert dat tussen de 1 op de 100 of 1 op de 7 werknemers slachtoffer is van pesten. Dat is nogal een verschil. Welke factoren verklaren het verschil in prevalentie?

A

Meetmethode

Bij een objectieve meetmethode wordt een lijst met negatieve gedragingen aangeboden waarbij de respondent aangeeft hoe vaak deze doelwit was van dat gedrag. Bij een subjectieve benadering wordt een algemene vraag gesteld over de mate waarin iemand zich als slachtoffer beschouwd. De objectieve benadering is natuurlijk niet helemaal objectief omdat het nog steeds berust op persoonlijke herinnering en interpretatie. Ook wordt de ervaren ernst niet meegenomen. Wel biedt het een beter beeld van soorten onwenselijk gedrag die hebben plaatsgevonden. heeft een sterke inhoudsvaliditeit

De subjectieve benadering of zelfperceptie: 1 algemen vraag over de mate waarin men zichzelf als slachtoffer beschouwt. is een snelle manier om slachtofferschap in kaart te brengen maar onnauwkeurig en levert conservatieve schattingen op. Het voorafgaan van een subjectieve meting met een duidelijke definitie van pesten bevordert de constructvaliditeit. Stoelt op begrips en constructvaliditeit

Persoonlijke factoren
Gevoelens van schaamte of niet willen erkennen dat je gepest wordt, kan een onderschatting van de prevalentie geven. Dit is met name het geval bij subjectieve meetmethoden.

Meten in niet representatieve steekproeven
Als er gemeten wordt in groepen waarbij bekend is dat de pestprevalentie hoog is, geeft dit een overschatting van de prevalentie. Op organisatieniveau is dit echter geen probleem. Als een meting hoge prevalentiecijfers geeft, is dat een sterke indicator dat er voor de organisatie werk aan de winkel is.

Criterium
Sommige metingen gaan uit van slachtofferschap als het negatieve gedrag minstens wekelijks plaatsvindt, terwijl andere metingen ook ‘soms’ als criterium hanteren.

24
Q

Op wie heeft pesten op het werk invloed en wat zijn deze gevolgen?

A

Slachtoffer
Pesten heeft een grote invloed op het fysieke en psychologische welzijn van het slachtoffer. Er zijn vele uitingen van de gevolgen van pesten variërend in ernst, waaronder maagzweren, chronische stress, hart- en vaatziekten, lagere slaapkwaliteit, vermoeidheid, verhoogde kans op burn-out, depressie, zelfmoordgedachten, verhoogde absenteïsme en presenteïsme, lagere toewijding en arbeidstevredenheid. Soms is oorzaak-gevolg moeilijk vast te stellen. Zo resulteert pesten in een verlaagde mentale gezondheid, terwijl mentale ongezondheid werknemers ook kwetsbaarder maakt om gepest te worden.

Omstanders
Collega’s die getuigen zijn van pesterijen rapporteren verhoogde stress en mentale spanning en verminderd werkplezier en arbeidstevredenheid.

Werkgever
Voor de werkgever of organisatie zijn er ook belangrijke negatieve gevolgen van pesten op het werk. Zo vertonen werknemers verlaagde organisatiebetrokkenheid, werkefficiënte en prestatie, en verhoogd contraproductief gedrag. Daarbij zijn er hoge kosten verbonden aan pesten op het werk, onder andere door ziekteverzuim, bemiddeling, verloren werktijd door oplossen problemen, of reputatieschade.

25
Q

Er zijn verschillende antecedenten die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van pesten op het werk. In hoofdstuk 24 worden individuele en werkgerelateerde antecedenten genoemd. Daarnaast zijn groepsgerelateerde antecedenten belangrijk (zie hoofdstuk 22, studietaak 7.1). Beschrijf wat deze drie groepen antecedenten inhouden.

A

Individuele antecedenten
Bepaalde persoonskenmerken maken werknemers kwetsbaarder voor pesten, zoals verlegenheid, achterdocht, overgevoeligheid, verminderde sociale vaardigheden of neuroticisme. Ook mensen met symptomen van angst of depressie zijn kwetsbaarder. Daarnaast kan ineffectieve coping of conflictvermijding ervoor zorgen dat pesten in stand blijft.

Werkgerelateerde antecedenten
Er zijn antecedenten op functieniveau, waaronder rolconflicten, werkdruk, rol-ambiguïteit, baanonzekerheid of cognitieve belasting. Op teamniveau spelen factoren als leiderschapsstijl of conflicthanteringsstijl een rol. Op organisatieniveau spelen factoren als organisatieveranderingen, organisatiestructuur en het hanteren van antipestbeleid een rol.

Groepsgerelateerde antecedenten
Hoewel groepsfactoren niet in hoofdstuk 24 van het teskstboek vermeld staan, is dit ook een belangrijke antecedent van pesten op het werk (zie hoofdstuk 22). Werknemers kunnen benadeeld worden vanwege de groep waartoe ze behoren. Meestal liggen hier bevooroordeelde attituden aan ten grondslag en is er dus sprake van discriminatie. Discriminerend gedrag kan zich uiten in pestgedrag. Denk hierbij aan buitensluiting, roddelen, achterhouden van informatie of expliciet negatieve kwaliteiten toeschrijven aan een collega.

26
Q

We weten nu wat de prevalentie van pesten op het werk is, wie er bij betrokken zijn en wat mogelijke antecedenten van pesten zijn. Dit verklaart nog steeds niet hoe pesten ontstaat. In hoofdstuk 24 van het tekstboek wordt aan de hand van een driewegsverklaringsmodel toegelicht hoe pesten tot stand komt. Noem de drie centrale factoren in dit model en licht toe hoe ze volgens het model van invloed kunnen zijn.

A

1 Het eerste proces speelt zich op het functieniveau af en komt overeen met werkstressmodellen: de diverse werkgerelateerde antecedenten zorgen voor spanningen (strains). Deze spanningen putten de werknemer uit en maken hem of haar tot een gemakkelijk doelwit dat zich moeilijk kan verdedigen.

2 In het tweede proces leiden de antecedenten in eerste instantie tot conflicten, met name als werknemers op een escalerende wijze met een probleem omgaan, wat vervolgens kan uitlopen tot pesten.

3 Het derde proces speelt zich op het organisatieniveau af. De diverse werkgerelateerde antecedenten kunnen aanleiding geven tot pesterijen omdat de manier van werken en omgaan met elkaar in de organisatie het gedrag aanmoedigen, toelaten of rechtstreeks uitlokken.

27
Q

Bij pesten wordt vaak gedacht aan traditionele vormen van pesten zoals roddelen, uitsluiten, achterhouden van informatie, vingerwijzen, vernederen of dwang. Maar door de opkomst en snelle ontwikkeling van digitale technologie zijn nieuwe vormen van sociaal onwenselijk gedrag ontstaan waaronder cyberpesten. Cyberpesten is ook een belangrijk probleem in de werkcontext. Lees hierover het artikel van Vranjes et al. (2017). Waarin onderscheidt cyberpesten zich van traditioneel pesten op het werk?

A

Cyberpesten op het werk is elk negatief gedrag dat vertoond wordt via digitale communicatiemiddelen en plaatsvindt vanuit de werkcontext. Dit gedrag kan dus ook buiten werktijden plaatsvinden door bijvoorbeeld een collega, leidinggevende of klant. Voorbeelden van dit negatief gedrag zijn: werkmails negeren, opzettelijk (persoonlijke) informatie delen die niet bedoeld is om te delen, bestanden laten verdwijnen en stalken via Whatsapp.

Voor cyberpesten geldt in zekere zin hetzelfde als voor traditioneel pesten in dat er een machtsdisbalans is tussen het slachtoffer en de pester, dat het slachtoffer zich machteloos voelt om er wat aan te doen, en dat het negatief gedrag herhaaldelijk en over een langere periode voorkomt. Maar een eenmalige cyberpestactie (bijvoorbeeld via social media) kan voor langere tijd online staan en door een grote groep mensen gezien worden, wat de duur en herhaling van het pesten een andere betekenis geeft. Daardoor kunnen eenmalige cyberpestacties in bepaalde gevallen schadelijkere effecten hebben dan een eenmalige interpersoonlijke pestactie (natuurlijk afhankelijk van wat er precies gezegd of gedaan is).

Verschillen betreffen vooral het kanaal waarlangs het pesten plaatsvindt wat ook maakt dat cyberpesten een aantal kenmerken heeft die afwijken van traditioneel pesten op het werk.

*Bij cyberpesten missen vaak non-verbale cues en contextuele informatie.
*Bij cyberpesten is de reactie van het slachtoffer vaak niet (direct) zichtbaar voor de pester waardoor deze geen goed zicht heeft op de impact.
*Cyberpesten kan anoniem gebeuren.
*Cyberpesten is moeilijker te negeren (omdat het steeds terugkomt, bijvoorbeeld na het werk, en pesterijen kunnen zich makkelijker verder verspreiden, bijvoorbeeld door het ongewenst delen van persoonlijk filmmateriaal via sociale media).
*Cyberpesten kan makkelijker persoonlijke informatie betreffen die het slachtoffer niet wil delen.

28
Q

In hoeverre zijn de verklaringsmodellen voor traditioneel pesten en cyberpesten op het werk vergelijkbaar? Licht je antwoord toe.

A

Aan traditioneel pesten en cyberpesten liggen in essentie vergelijkbare antecendenten en mechanismen ten grondslag. De context, gevolgen en benodigde copingmechanismen zijn wel deels verschillend. Werkgerelateerde stressoren (job-, team- en organisatiegerelateerd) zijn de belangrijkste antecendenten die via emoties van invloed zijn op het daadwerkelijk pestgedrag en de reactie van de gepeste. De wijze en mate van emotieregulatie en control appraisal beïnvloeden dit proces.

29
Q

pesten op het werk

A

is een vorm van agressief gedrag dat zich uit in negatief sociaal gedrag, zoals roddels, anderen met de vingers wijzen, anderen uitsluiten of vernederen op het werk.
Dergelijke gedragingen vormen een ernstige bron van dtress wanneer ze vaak en consistent herhaald worden.
Het is een sociale interactie waarin een werknemer aanhoudend (minstens 6 maanden) en herhaaldelijk (minstens wekelijks) doelwit is van negatief sociaal gedrag van persoonlijke, werkgerelateerde aard of mbt sociale isolatie.

men spreekt dus niet van pesten bij een geïsoleerd voorval of incident, of wanneer de betrokken partijen evenveel macht hebben.

Het escalerende pestgedrag omvat 4 fases
1 het negatieve gedrag is indirect discreet en subtiel
2 het negatieve gedrag wordt direct
3 het doelwit krijgt het steeds moeilijker zich tegen het negatieve gedrag te verdedigen
4 de sociale isolatie zet zich door en het doelwit wordt voortdurend bejegend.
De kans bestaat dat het doelwit (vak met stilzwijgende toestemming van de hogere leiding) wordt verbannen van de werkplek.

30
Q

sociale identiteitstheorie verklaart het sociale karakter van pesten:

A

werknemers die zich weinig identificeen met het team zijn kwetsbaar voor pestgedrag: zij zouden minder hulp vragen aan teamgenoten wanneer dit nodig is en zouden minder hulp krijgen.

31
Q

preventie van pesten op het werk

primaire preventie pesten voorkomen
secundaire preventie de situatie zo goed en snel mogelijk oplossen en escalatie voorkomen
tertiaire preventie negatieve gevolgen reduceren

A

de samenleving

Elk preventie type kan zich op 5 niveaus situeren:

De wetgever geeft het signaal dat pesten op het werk niet getolereerd wordt en verplicht werkgevers om diverse maatregelen te implimenteren, er is toezicht door de arbeidsinspectie en ook rechtbanken kunnen tussen beide komen inzake pesten op het werk.

Via een antipestbeleid wordt het signaal gegeven dat pesten op het werk niet getolereerd wordt, een helder overzicht van formele en informele stappen die gezet moeten worden om pesten te vermijden, en voor de concrete begeleiding van betrokkenen bij secundaire en tertiaire preventie.
De werkgever kan een vertrouwenspersoon of ombudsman een centrale rol geven wanneer pesten voorkomt op het werk en kan opleidingen aanbieden inzake conflicthantering en (constructief) leiderschap.

Interdependentie, gebrekkige groepscohesie en gebrekkige diversiteit kunnen zorgen voor spanningen en conflicten over taken en bevoegdheden. Om dit te monitoren is er de risico analyse tool voor ongewenst gedrag op werk.

het (her) ontwerp van taken draagt bij aan een pestarme werkomgeving

de negatieve gevolgen van pesten kunnen verholpen worden en rehabilitatie van slachtoffers is mogelijk.

32
Q

aanpakken van pesten op het werk

A

In de vorige opdracht werd duidelijk dat pesten op het werk een ernstig probleem is dat een negatieve impact heeft op het slachtoffer, de omstanders en ook de organisatie als geheel. Sommige personen of mensen uit bepaalde sociale groepen zijn meer kwetsbaar voor slachtofferschap dan anderen. Ook zijn er verschillende werkgerelateerde factoren die ten grondslag liggen aan pestgedrag op het werk.

Pesten op het werk kan deels verklaard worden door stressvolle arbeidsomstandigeden in combinatie met ineffectieve copingmechanismen. Als een werkomgeving dit gedrag tolereert of stimuleert, blijft pestgedrag standhouden. Pesten moet dus voorkomen worden of tijdig en effectief aangepakt worden.

33
Q

Op grond van de Arbowet (zie arboportaal) moet de werkgever een beleid voeren dat is gericht op het voorkomen en – als dat niet mogelijk is – het beperken van psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Onder PSA verstaat deze wet onder andere seksuele intimidatie, agressie en geweld, discriminatie en pesten. Wat betekent dit voor de werkgever?

A

een werkgever verplicht is om beleid te voeren dat erop gericht is om incidenten op het gebied van seksuele intimidatie, agressie en geweld, discriminatie en pesten te voorkomen of te beperken.

De werkgever is op grond van de Arbowet verplicht een beleid te voeren dat erop is gericht om werknemers te beschermen tegen pesten. De wetgever wil dat werkgevers aantoonbaar risico’s voorkomen dan wel beperken.

Dit betekent dat

#de werkgever zicht moet hebben op de risico’s voor de sociale veiligheid in de organisatie. Dit kan door middel van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

34
Q

In paragraaf 24.7 van het tekstboek wordt uiteengezet wat een bedrijf kan doen om pesten tegen te gaan of om een pestprobleem aan te pakken. Geef op basis van deze paragraaf aan wat een bedrijf kan doen op het gebied van primaire preventie.

A

Om pesten te voorkomen kan het bedrijf beleid voeren op verschillende niveaus: op het niveau van de organisatie, het team en de afdeling, maar ook op functieniveau en op het niveau van de medewerker.

Hieronder zijn voor elk van deze niveaus maatregelen geschetst.

Op organisatieniveau moet er regelgeving worden gemaakt: een antipestbeleid met bijbehorende procedures. Belangrijk is dat het beleid past bij de organisatie. Procedures kunnen gaan over het melden van pestincidenten en de te ondernemen acties (bijvoorbeeld door de leidinggevende). Ook kunnen in alle arbeidsovereenkomsten die het bedrijf aangaat met haar medewerkers gedragscodes (bijvoorbeeld over agressie, omgaan met collega’s) worden opgenomen. Een andere mogelijkheid is dat er trainingen conflicthantering en/of leiderschap worden gegeven.
Op groepsniveau is het belangrijk om de groepdynamiek en mogelijke stressoren binnen groepen in kaart te krijgen. Een gebrekkige groepscohesie en -diversiteit kunnen zorgen voor spanningen en conflicten over taken en bevoegdheden, wat kan resulteren in pestgedrag.

Om dit te monitoren kan de RATOG (risicoanalysetool voor ongewenst gedrag, zie tekstboek) worden afgenomen. Deze helpt organisatieonderzoekers om knelpunten op diverse gebieden (bijvoorbeeld samenwerking, steun, bevoegdheden) in een team in kaart te brengen. Op basis van de RATOG-uitkomsten kan het team bijvoorbeeld worden getraind om positief en productief met elkaar om te gaan.

Een andere invalshoek is om interventies in te zetten die zich richten op omstanders. Door omstanders vaardigheden aan te leren pesten te herkennen en hier constructief op in te grijpen, kan pesten voorkomen worden.

Op functieniveau kan het (her)ontwerpen van taken een interventie zijn, vanuit de aanname dit bijdraagt aan een pestarme werkomgeving. Hieraan voorafgaand moet een risicoanalyse worden uitgevoerd. Effecten van deze interventiestrategie zijn echter niet aangetoond (over effecten van deze interventies wordt sowieso weinig gemeld in hoofdstuk 24 van het tekstboek).

Op het niveau van de medewerker is een klachtenprocedure belangrijk. Ook kunnen werknemers worden getraind in weerbaarheid.

35
Q

Op het arboportaal geeft de Nederlandse overheid advies over het aanpakken van pesten op het werk. In opdracht van het ministerie SZW voert het TNO onderzoek uit naar de prevalentie van pesten. Ga naar het arboportaal en zoek naar het onderwerp pesten op het werk. Beantwoord de onderstaande vragen.

A

Wat is de prevalentie van pesten op het werk volgens het onderzoek van TNO? En in welke sector komt pesten het vaakst voor? En in welke sector het minst vaak?

Ongeveer 10 procent van de werknemers is slachtoffer van pesten op het werk. Pesten komt het vaakst voor in de industrie en het vervoer (ongeveer 11 procent) en het minst vaak binnen de ICT en het onderwijs (ongeveer 6 procent).

Werknemers die gepest worden hebben veel vaker last van burnout klachten (37 procent) dan werknemers die niet gepest worden (11 procent). Ook nemen slachtoffers meer verzuimdagen op (14 vs. 4 procent) en zijn ze vaker betrokken bij een bedrijfsongeval (3 vs. 1 procent). Pesten kost naar schatting op jaarbasis vier miljoen extra verzuimdagen per jaar en €900 miljoen aan loondoorbetaling door verzuim.

De Nederlandse overheid beveelt werkgevers de volgende maatregelen aan om pesten op het werk tegen te gaan:

*Laat werknemers duidelijk weten dat pestgedrag niet geaccepteerd wordt. Stel een beleid op (in samenwerking met de ondernemingsraad) waarin ook duidelijk sancties (schorsing, officiële waarschuwing) staan op overtreding. Het is volgens de overheid bewezen dat een zero-tolerance-beleid preventief werkt.

*Geef werknemers het gevoel dat ze met hun leidinggevende kunnen praten als ze ergens mee zitten.

*Stel een vertrouwenspersoon aan en informeer werknemers hierover.
Stel een klachtencommissie in waar werknemers terecht kunnen met klachten over pesten of andere vormen van ongewenst gedrag.

*Noteer pestincidenten in het bedrijf en rapporteer erover. Zo’n inventarisatie helpt bij het (verder) vormgeven van het beleid.

*Geef als werkgever het goede voorbeeld.

Werknemers die gepest worden, kunnen zelf de volgende stappen zetten:

-Maak duidelijk dat je het pestgedrag niet accepteert.
-Ga na of er meer collega’s zijn die het slachtoffer zijn van pestgedrag door dezelfde persoon. Samen sta je sterker.
-Meld pestgedrag altijd, bijvoorbeeld aan de leidinggevende of aan een vertrouwenspersoon.

36
Q

De rol van de omstanders is ook belangrijk in het voorkomen en aanpakken van pesten. In de Wegwijzer Pesten wordt aangegeven wat omstanders kunnen doen. Welke acties kunnen zij ondernemen?

A

Omstanders of collega’s kunnen

+de pester aanspreken op het gedrag
+de gepeste steunen, bijvoorbeeld door een luisterend oor te bieden, mee te +denken over hoe het pesten te stoppen, of de gepeste door te verwijzen naar een interne of externe partij
+het pestgedrag bespreekbaar maken, bijvoorbeeld met een leidinggevende of een vertrouwenspersoon
+een melding maken van het pestgedrag.

37
Q

In aanvulling op de maatregelen en interventies die in het tekstboek en het arboportaal zijn omschreven, geeft de review van Escartin (2016) een overzicht van resultaten van onderzoek naar antipestinterventies in de arbeidssituatie.
Omschrijf op basis van deze review kernelementen van effectieve interventies voor primaire, secundaire, en tertiaire preventie.

A

Escartin (2016) constateert dat vijf van de acht interventies effectief zijn. De meeste interventies zijn gericht op primaire preventie, slechts twee op secundaire preventie en één op tertiaire preventie.

Escartin stelt op basis van zijn review dat interventies zich tegelijkertijd moeten richten op verschillende niveaus in het bedrijf (het individu, het team waarin het individu werkt en de organisatie). Daarnaast moeten de interventies geïntegreerd worden en passen bij de context van de organisatie en de manier waarop de organisatie functioneert en is opgebouwd. Ook moet er een ‘overall’ commitment en actiebereidheid zijn van de organisatieonderdelen in het bedrijf. Maatregelen moeten dus door de hele organisatie gedragen worden en leidinggevenden moeten actief participeren en ondersteunen. Tot slot moeten interventies systematisch en theoriegestuurd worden ontwikkeld, geïmplementeerd en geëvalueerd.

De in de review (p. 166) beschreven ‘best practices’ voor activiteiten en interventies voor het voorkomen, vroegtijdig onderkennen, ingrijpen en behandelen van pestgerelateerde problemen (primaire, secundaire, tertiaire preventie) zijn op basis van empirische evidentie geselecteerd en kunnen daarmee gezien worden als kernelementen van effectieve interventies.

38
Q

conceptualisering van workplace cyberbullying

A

traditionele kijk op workplace cyberbullying:
valt onder controproductieve werkvloer gedragingen: gedrag wat de individuele werknemer en organisatie kan schaden. Pesten is echter intentioneel, dynamisch, interpersoonlijk en meestal bestudeerd vanuit het standpunt van het slachtoffer

Overeensteming in de volgende aspecten:
het slachtoffer ervaart negatief gedrag
het gedrag is aanhoudend
het slachtoffer ervaart schade, fysiek of mentaal
er is een onevenwicht in macht tussen dader en doelwit
het slachtoffer percipieert het gedrag als pesten.

Workplace cyberbullying definiëren:
Verschilt van gewoon pesten in:
*ontbreken van non-verbale cues
*het is mogelijk dat de dader anoniem blijft
*online pesten is intrusief: vaak kan een doelwit niet ontsnappen
*de machtsverhouding is bij online pesten meer een context van online mogelijkheden
*indirect online pesten kan een veel groter publiek bereiken.
*herhaling is een voorwaarde voor gewoon pesten, online kan 1 actie al volstaan wanneer deze actie een intrusie betekent in het prive leven van de betrokkene.

39
Q

cyberbullying op het werk

A

workplace cyberbullying is elk negatief gedrag dat voortkomt uit de werkcontext en gebeurt via ICT’s dat herhaaldelijk over tijd of minstens eenmalig via een intrusie in iemands prive leven plaatsvindt met (potentiële) exposure aan een groot publiek. Het doelwit voelt zich hulpeloos en kan zich niet verdedigen.

40
Q

emotion reaction model of workplace cyberbullying

A

Hypotheses:

1 workplace stressors zullen workplace cyberbullying voorspellen.
2 emoties mediëren de relatie tussen workplace stressors en workplace cyberbullying
3 discrete negatieve emoties van verdriet en angst mediëren de relatie tussen workplace stressors en workplace cyberbullying
4 de waardering van controle modereert de relatie tussen workplace stressors en het ervaren van discrete emoties.
Individuene die workplace stressors als onder persoonlijke controle ervaren zullen boosheid voelen en individuene die workplace stressors onder situationele controle aanvoelen, zullen verdriet of angst voelen.
5 herwaardering modereert de stressor emoties relatie, in die zin dat zeze strategie het ervaren van negatieve emoties zal bufferen.
6 onderdrukking zal de emotie-cyberbullying relatie modereren.

41
Q

workplace cyberbullying of mobbing is gelinkt aan:

A

-waargenomen stress
-vermindert psychisch en lichamelijk welzijn
-emotionele problemen
-verminderde job tevredenheid
-afgenomen performance

42
Q

pesten op het werk

A

set aan negatieve gedragingen gericht naar en werknmer van de organisatie of diens werkcontext die regelmatig en herhaald over een periode van tijd plaatsvinden.

Op persoonlijkvlak kan dit leiden tot:
angst, slaapproblemen, depressie, burn out, verhoogd middelengebruik, verminderde job tevredenheid en affectieve commitment. Helft rapporteert posttraumatische stressstoornis.

voor de organisatie zijn de gevolgen van pesten op het werk:
-absenteísme
-presenteIsme
-ziekte afwezigheid
-verloop
-economische kosten

43
Q

voorspellers van pesten op het werk

A

werkklimaat wordt gezien als 1 van de belangrijkste voorspellers van pesten op het werk.
Collectieve perceptie van eerlijkhied en psychosociale veiligheid buffert pestgedrag op het werk en niet-ondersteunende vormen van leiderschap zijn gerelateerd aan pesten op het werk.

44
Q

interventies tegen pesten op het werk

A

veel bedrijven hebben ant-pest policies die zich voornamelijk richten op:
*gesprekken met betrokken partijen en consult bij occupationel health care services
*counseling of training van zowel daders als doelwitten
*transfer van dader of doelwit