V-2 Geschiedenis TWT P2 Flashcards

1
Q

industriële revolutie

A

Grote verandering in West-Europa door de komst van fabrieken en nieuwe vervoermiddelen aan het eind van de 18e en in de 19e eeuw

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

fabrieken

A

Bedrijf waar op grote schaal met machines producten worden gemaakt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

huisnijverheid

A

Werk dat mensen thuis voor een ondernemer doen om wat extra geld te verdienen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

argrarische revolutie

A

Grote verandering van de landbouw in de 18e en 19e eeuw, doordat rijke grondbezitters land opkochten en er moderne landbouwmethoden invoerden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

industriële samenleving

A

Samenleving waar de industrie het voornaamste middel van bestaan is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

massaproductie

A

Met machines grote hoeveelheden van dezelfde producten maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

urbanisatie

A

Verstedelijking; toename van het percentage mensen dat in steden woont

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

infrastructuur

A

Alle wegen, spoorlijnen, waterwegen en andere verbindingen in een gebied

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

constitutionelemonarchie

A

een koninkrijk met een grondwet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

conservatief/conservatieven

A

het willen dat alles als het oude blijft; in de 19e gingen ze niet klagen om stemrecht en vrijheid, ze deden niet mee aan revoluties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

liberalisme

A

Politieke stroming die opkomt voor zoveel mogelijk vrijheid voor de burgers

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

kapitalisme

A

Economisch systeem waar alles draait om geld. Grond en fabrieken zijn in de handen van ondernemers die proberen zoveel mogelijk winst te maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

censuskiesrecht

A

Beperkt kiesrecht dat alleen geldt voor mensen die aan bepaalde (inkomens)eisen voldoen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly