Hoorcollege 1: Perifere zenuwen Flashcards Preview

Anatomie module 8 > Hoorcollege 1: Perifere zenuwen > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 1: Perifere zenuwen Deck (35)
Loading flashcards...
1
Q

Het zenuwstelsel is in te delen in een visceraal deel en een somatisch deel. Wat doet het somatische deel?

A

betreft de (bewuste) aansturing van de spieren. Spieren kun je bewust aansturen. Viscerale aansturing is daarentegen niet bewust.

2
Q

Hoeveel zenuwparen komen er uit de wervelkolom delen?

A

links en rechts in totaal twee perifere zenuwen uit het ruggenmerg:

8 zenuwparen uit het cervicale gedeelte.
12 gepaarde thoracale zenuwen.
5 lumbale gepaarde zenuwen.
5 sacrale gepaarde zenuwen.

3
Q

Wat is er bijzonder aan de cervicale zenuwparen?

A

Er zijn 8 paren cervicale zenuwen en maar 7 cervicale wervels.

Verder zie je dat er cervicaal een verdikking is rond het niveau waar de zenuwen voor de arm en plexus brachialis (knooppunt van zenuwen boven het sleutelbeen) uittreden.

4
Q

Waar zit nog meer een verdikking in het ruggenmerg?

A

rond het niveau van de plexus lumbosacralis (ingewikkelde plexus van het been).

5
Q

Wat is de duraalzak?

A

zit om het ruggenmerg en de zenuwen heen; is gevuld met hersenvocht om de zenuwen te beschermen.

6
Q

Ter hoogte van waar houdt het ruggenmerg op?

A

L1 / L2. De zenuwwortels gaan nog wel door, deze heten de cauda equina ofwel paardenstaart.

7
Q

Beschrijf de klinische relatie tussen de zenuwen en de wervels.

A

Cervicaal gaan de zenuwen rechtdoor vanuit het ruggenmerg door de wervels.

Thoracaal gaan de zenuwen eerst iets naar beneden voordat ze door twee wervels gaan.

8
Q

Vanuit waar ontspringt de sensorische zenuw component? En vanuit waar de motorische zenuw component?

A

Sensorisch: posterieur
Motorisch: ventraal

9
Q

Hoe heet de zenuw waarin de motorische en sensorische zenuw samenkomen / mengen?

A

de spinale zenuw.

10
Q

Wat is de ramus anterior?

A

Anterieure divisie van de spinale zenuw; sensorische en motorische informatie.

De anterior rami gaan naar de plexussen van het arm en been. Alle zenuwen die in een arm of been zitten komen dus uit een ramus anterior.

Ramus anterior gaat tussen de spieren en ribben lopen, piept ook naar buiten toe (periferie) en vormt daar onder andere de ramus cutanei (huidtakjes).

11
Q

Wat is de ramus posterior?

A

Posterieure divisie van de spinale zenuw; sensorische en motorisch informatie.

Posterior rami geeft informatie vanuit de rug (dorsale kant); zorgt voor de aansturing van de rugspieren.

12
Q

Hoe gaan de zenuwen op een gegeven moment over van centraal zenuwstelsel naar perifeer?

A

De dura en hersenvliezen zitten om het ruggenmerg heen als grote zak met hersenvloeistof (CSF). De perifere zenuwen gaan hier door de dura en arachnoïde laag heen. Deze doorgang is goed afgesloten want het mag natuurlijk niet lekken.

De spinale zenuw splitst na de doorgang in de ramus posterior en anterior. Let op: de ramus anterior is groter!

13
Q

Wat is het het verschil tussen een perineurium en epineurium?

A

perifere zenuw: vele axonen zijn gebundeld in een perineurium, meer van deze bundels met axonen worden weer gebundeld in een epineurium.

Tussen de perineuriums zit bindweefsel en vaten; de axonen in een perineurium hebben een myeline schede.

14
Q

Wat is de plexus lumbosacralis?

A

ingewikkelde plexus van het been; ontstaat uit de ramus anterior en bestaat uit de plexus lumbalis en plexus sacralis. Deze plexi ontstaan uit de lumbale en sacrale ruggenmerg segmenten.

15
Q

Wat kun je vertellen over de plexus lumbalis?

A

onderdeel plexus lumbosacralis; ontstaat uit de ramus anterior; bestaat uit perifere zenuwen L1-L5, deze zenuwen hebben een dorsale en ventrale divisie en een deel gaat dus (na mengen) naar ventraal en dorsaal.

N. femoralis (dijzenuw) is een voorbeeld van de dorsale divisie. Het aparte is dat deze zenuw wel naar een ventraal gelegen spier gaat.

16
Q

Wat kun je vertellen over de plexus sacralis?

A

onderdeel plexus lumbosacralis; ontstaat uit de ramus anterior; bestaat uit perifere zenuwen L4/L5-S4 (soms variatie), hier ook een dorsale en ventrale divisie.

Een voorbeeld is de N. Ischiadicus (heupzenuw), dit is de grootste en dikste zenuw in het hele lichaam; bestaat uit een dorsaal en ventraal gedeelte.

17
Q

Waar gaan dorsale en ventrale takken vanuit de plexus lumbosacralis naartoe?

A

dorsale takken: naar extensorloges (liggen ventraal). Dit zijn de N. femoralis en N. peroneus communis (deel van de N. ischiadicus).

ventrale takken: naar flexorloges (liggen dorsaal). Dit zijn de N. obturatorius en N. tibialis (deel N. ischiadicus).

18
Q

Welke zenuwen zijn er in de onderste extremiteiten? (3)

A
  1. N. femoralis
  2. N obturatorius
  3. N. ischiadicus
19
Q

Wat kun je vertellen over de N. femoralis?

A

dorsale divisie van de plexus lumbalis; gaat achter het ligamentum inguinale (liesband/kanaal) langs naar het bovenbeen. Innerveert hier de m. quadriceps femoris (extensoren in bovenbeen).

20
Q

Wat kun je vertellen over de N. obturatorius?

A

gaat naar de mediale kant van het bekken; innerveert de adductoren in het bovenbeen.

21
Q

Wat kun je vertellen over de N. ischiadicus?

A

onderdeel plexus sacralis; bestaat uit N. tibialis en N. peroneus; is heel groot en twee takkig, gaat helemaal door het onderbeen naar de voet toe.

22
Q

Wat innerveert de N. peroneus?

A

de extensorloges en peroneusorloges van het onderbeen; verder nog wat kleine spiertjes.

23
Q

Wat innerveert de N. tibialis?

A

de flexorloges van het bovenbeen, flexorloges onderbeen (oppervlakkig en diep), bijna alles in de voet.

24
Q

Wat kun je vertellen over de plexus brachialis?

A

knooppunt van zenuwen boven het sleutelbeen; zenuwwortels komen uit C5-TH1, ontstaan uit de anterior rami; trunks (samensmelting wortels) gebeurt rond de oksels, uiteindelijk 5 zenuwen die verder lopen naar de arm.

25
Q

Welke zenuwen zijn er in de bovenste extremiteiten? (4)

A

flexorzijde:

  1. N. musculo cutanous
  2. N. medianus
  3. N. ulnaris

Extensorzijde:

  1. Radialis
26
Q

Wat innerveert de N. musculus cutanous?

A

flexoren van de bovenarm; stopt ongeveer bij de elleboog en doet de dus de biceps.

27
Q

Wat innerveert de N. medianus?

A

flexorzijde; gaat gelijk door naar de onderarm, bijna alle flexoren van de onderarm, 3 van de 4 duimspierten en 2 intrinsieke handspiertjes.

28
Q

Wat innerveert de N. ulnaris?

A

flexorzijde; beetje de flexoren in de onderarm, doet heel veel in de hand wat niet door de ulnaris wordt gedaan.

29
Q

Wat innerveert de N. Radialis?

A

extensorzijde; een hele lange grote zenuw, doet hier veel in de schoudergordel, bovenarm, onderarm en hand (allemaal extensoren).

30
Q

Wat is het radialis effect?

A

dropping hand symptoom, extensoren doen het niet meer, direct denken aan de radialis en waar kapot.

31
Q

Hoe heet het posterieure gedeelte (de dorsale takken) van de plexus brachialis?

A

vormen de fasciculus posterior, van daaruit gaan de takken naar de extensorloges. Dit zijn de N. Radialis en N. Axillares.

32
Q

Hoe heet het anterieure gedeelte (de ventrale takken) van de plexus brachialis?

A

vormen de fasciculus lateralis en medialis; van daaruit gaan takken naar de flexorloges. Dit zijn de N. musculus cutanous, N. ulnaris en N. medianus.

33
Q

Waar wordt de huid door geïnnerveerd?

A

ramus posterior

34
Q

Wat is een dermatoom?

A

huidveld (innervatie) wat behoort bij een ramus van een spinale zenuw van één ruggenmerg niveau. Dermatomen komen van een bepaald niveau in het ruggenmerg –> L2, L3, L4, L5 en S1.

Dermatoom is trouw aan zijn ruggenmerg segment. Zit wel overlap tussen dermatomen.

35
Q

Welke perifere huidzenuw beslaat een veel groter gebied dan een dermatoom?

A

de N. femoralis; bestaat uit meerdere dermatomen (L2, L3, en L4)