Zelfstudie 8: van elleboog naar vingers Flashcards Preview

Anatomie module 8 > Zelfstudie 8: van elleboog naar vingers > Flashcards

Flashcards in Zelfstudie 8: van elleboog naar vingers Deck (13)
Loading flashcards...
1
Q

Welke spier zorgt voor abductie van het polsgewricht?

A

m. flexor carpi radialis tegelijk met m. extensor carpi radialis

2
Q

Welke spier zorgt voor adductie van het polsgewricht?

A

m. flexor carpi ulnaris tegelijkertijd met m. extensor carpi ulnaris

3
Q

Welke botstukken bewegen t.o.v elkaar tijdens pro- en supinatie?

A

de ulna en radius.

4
Q

In welke gewrichten vinden de pro- en supinatie bewegingen plaats?

A

de proximale en distale radio-ulnaire gewrichten

5
Q

Stelt je voor dat je aan het klussen bent. Met welke arm zou je, wanneer je slechts een klassieke schroevendraaier (afbeelding hiernaast) mag gebruiken, een stroef lopende houtschroef LOSdraaien? Waarom?

A

met links, inzet biceps brachii

6
Q

Hoeveel gewrichten overspant de M. flexor digitorum superficialis (ventraal gelegen in de onderarm)?

Welk effect heeft contractie van deze spier opdie gewrichten?flexie

A
ellebooggewricht
radiocarpaal gewricht
midcarpaal gewricht
carpmetacarpaal gewricht
metacarpophalangeaal gewricht
proximale interphalangeale gewricht

flexie

7
Q

Hoeveel eindpezen heeft de flexor digitorum superficialis?

Welke vingers worden door deze spier bestuurd?

A

vier

2, 3, 4 en 5. (duim dus niet)

8
Q

Welke spier buigt de duim?

A

m. flexor pollicis longus (en brevis)

9
Q

Zoek een andere buiger van de vingers op, de flexor digitorum profundus. Wat is zijn origo en insertie?

Het is opvallend dat deze spier in de onderarm onder de flexor digitorum superficialis ligt en toch meer distaal aanhecht. Welke constructie lost dit probleem op?

A

m. flexor digitorum profundus gaat naar distale vingerkootjes. Oplossing is het splitsen van de oppervlakkige pees waarddoor de diepe boven kan komen te liggen.

10
Q

Bent je in staat om slechts en alleen het distale kootje van je middelvinger te buigen, daarbij de andere vinger gewrichten gestrekt houdend? Onder welke voorwaarden is dat mogelijk?

A

nee; passief

11
Q

Bent u in staat om slechts en alleen de MCP-gewrichten (Meta-Carpo-Phalangeaal -tussen middenhandsbeentjes en proximale vingerkootjes) 90º te buigen, terwijl de beide andere vingergewrichten gestrekt blijven? Welke spieren zijn actief bij deze beweging?

A

Ja, mm. lumbricales en interosseï

12
Q

Pak een potlood of een pen stevig vast in uw vuist, omgeven door al uw vingers. Stel bij uzelf vast wat er gebeurt met uw greep als u uw pols buigt terwijl u probeert uw greep te handhaven. Geef een verklaring voor uw waarneming.

A

greep verslapt; dit heet actieve insufficientie: verklaring is dat de sarcomeren al maximaal overlappen en geen verdere verkorting toestaan.

13
Q

Het pees-apparaat van de vingers ziet er niet alleen complex uit, het werkt ook complex. Zoek in Moore het begrip mallet-finger op. Wat is er kapot bij deze aandoening? Wat is het belangrijkste symptoom?

A

kan ontstaan door een directe klap op de uitgestoken top van een uitgestrekte vinger; hierdoor scheurt de strekpees van het vingerkootje van de top van de vinger af.

Het topje van de vinger gaat afhangen; het lukt niet meer om de vinger actief te strekken en de vinger lijkt dan op een hamertje (het Engelse woord voor hamer is ‘mallet’).