Les 6 Flashcards Preview

Bedrijfseconomie 2e bach 1e sem > Les 6 > Flashcards

Flashcards in Les 6 Deck (37)
Loading flashcards...
1
Q

wat is een aandeel

A

een waardepapier dat een deel van het kapitaal van een onderneming vertegenwoordigt en waar een aantal rechten aan verbonden zijn

2
Q

wat is het verschil tussen vennoten en aandeelhouders

A
3
Q

welke 2 soorten aandelen zijn er

A

aandeel met stemrecht

aandeel zonder stemrecht

4
Q

wat is het aandelenregister

A
5
Q

wat is het verschil tussen de oprichter, een bestuurder en een investeerder

A
6
Q

wat is oprichtersaansprakelijkheid

A

de oprichters zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade die het onmiddellijke en rechtstreekse gevolg is van vanalle dinge da ni echt boeit

7
Q

wat is het verschil tussen investeerder en belegger

A
8
Q

wat is investeringsnood (2)

A

benodigde input om noodzakelijke investeringen te doen

benodigde input om een eerste opbrengst te verzekeren

9
Q

formule cashflow + wat betekent het wanneer die positief of negatief is

A
10
Q

wat is FFFF + uitleg

A

founders family friends en fools/fans

+ beetje geld da je bijeen kunt rapen enzo d.m.v. familie en vrienden en crowdfunding enzo

11
Q

welke 5 soorten crowdfunding bestaat er + uitleg

A
12
Q

wat zijn seed funds + 4 eigenschappen

A
13
Q

wat is een converteerbare lening

A
14
Q

bereken dit rekenvoorbeeld bij seed funds (converteerbare lening)

A
15
Q

geef 3 voor- en nadelen van seed funds

A
16
Q

wat zijn business angels

A

privépersoon die vanuit zijn eigen vermogen investeert (dragons den enzo)

17
Q

wat zijn venture capitalists

A
18
Q

geef 4 voordelen en 3 nadelen van venture capitalists

A
19
Q

hoe staan de 4 (start)investeringsmogelijkheden die we gezien hebben van klein naar groot

A
20
Q

wat is de IPO

A
21
Q

geef 2 voordelen en 4 nadelen van IPO

A
22
Q

welke 5 soorten leningen zijn er

A

hypothecaire lening

lening op afbetaling

verkoop op afbetaling

leasing

kredietkaart

23
Q

leg hypothecaire lening/krediet uit

A
24
Q

verschil tussen leningen en krediet

A
25
Q

leg lening op afbetaling uit

A
26
Q

leg verkoop op afbetaling uit

A

bij de mediamarkt bv

27
Q

wat is een speciale situatie bij verkoop op afbetaling + uitleg + voor- en nadeel

A
28
Q

leg leasing uit + 2 soorten

A
29
Q

leg kredietkaart uit + 2 soorten

A
30
Q

welke 2 soorten afbetalingen zijn er + 3 soorten bij de 2e

A
31
Q

hoe bereken je de maandrente + benoem het deel

A

ia = jaarlijkse rente

32
Q

hoe bereken je de maandelijkse aflossing bij een vaste afbetaling + benoem de delen + ander woord

A

maandelijkse aflossing = mensualiteit

B0 = het totale af te betalen bedrag

n = het totaal aantal periodes

im = maandelijkse rente

33
Q

hoeveel betaal je per maand af bij een vaste afbetaling met deze gegevens

A
34
Q

hoe bereken je de maandelijkse kapitaalaflossing bij een degressieve afbetaling + benoem de delen

A

B0 = het totale af te betalen bedrag

n = het totaal aantal periodes

35
Q

hoe betaal je per maand af bij een degressieve afbetaling met deze gegevens

A
36
Q

hoe ziet de aflossingstabel eruit bij een vaste afbetaling

A
37
Q

hoe ziet de aflossingstabel eruit bij een degressieve afbetaling

A