5 Het dagelijkse leven c-d Flashcards Preview

Welkom! > 5 Het dagelijkse leven c-d > Flashcards

Flashcards in 5 Het dagelijkse leven c-d Deck (119):
1

Wasserkocher

de waterkoker

2

Föhn

de föhn

3

Mixer

de mixer

4

Wecker

de wekker

5

Toaster

de broodrooster

6

Waschmaschine

de wasmachine

7

Staubsauger

de stofzuiger

8

Stereoanlage

de stereo

9

Kühlschrank

de koelkast

10

Bügeleisen

het strijkijzer

11

Apparat

HET apparaat

12

Kleidung

de kleren (pl)

13

glätten

gladmaken

14

Maschine

de machine

15

erhitzen

verhitten

16

Schrank

de kast

17

aufbewahren

bewaren

18

sodass

zodat

19

frisch

goed

20

bleiben

blijven

21

elektrisch

elektrisch

22

Staub

HET stof

23

Ding, Sache

HET ding

24

Teilchen

het dingetje

25

Fußboden

de vloer

26

entfernen

verwijderen

27

trocknen

drogen

28

verschieden

verschillend

29

Bestandteil

HET bestanddeel

30

vermischen

mengen

31

zum Beispiel

bijvoorbeeld (bijv.)

32

Kassette

de cassette

33

abspielen, vorspielen

laten horen

34

Scheibe (chen)

HET sneetje

35

Scheibe

de snee

36

Brot

het brood

37

knusprig

knapperig

38

Uhr

de klok

39

im Voraus, vorher

van teroven

40

einstellen

instellen

41

Geräusch

het geluid

42

wach

wakker

43

Herd

HET fournis

44

Kaffemaschine

HET koffiezetapparaat

45

Spülmaschine

de vaatswasser

46

Fernseher

de televisie, tv

47

Außenseite

de buitenkant

48

eindrucksvoll

indrukwekkend

49

draußen

buiten

50

Führung

de rondleiding

51

herumführen

rondleiden

52

frisch

fris

53

lieber

lieven

54

Kaffe kochen

koffie zetten

55

hell

licht

56

geräumig

ruim

57

Interjektion

58

Bewohner

de bewoner

59

Gas, mit gas

het gas , op gas

60

herrlich

heerlijk

61

wunderbar, prächtig, wunderschön

prachtig

62

großartig

geweldig

63

dunkel

donker

64

wahrscheinlich

waarschijnlijk

65

allerdings, tatsächlich

inderdaad

66

Dame

de dame

67

hinter

achter

68

Zimmer

DE kamer

69

bestimmt

vast

70

ab und zu

af en toe

71

meistens

meestal

72

Werbeprospekt

de reclamefolder

73

mit Hilfe

met behulp van

74

Lücke

HET gat

75

ausverkaufen

opruimen

76

Bratpfanne

de koekenpan

77

Kochtopf

de kookpan

78

Vorratsdose

HET voorraadblik

79

Auflaufform

de ovenschaal

80

Küchenhilfe

de keukenhulp

81

divers

divers

82

Sorte

de soort

83

Geschirrtuch

de theedoek

84

Kurzzeitwecker

de kookwekker

85

solange

zolang

86

Vorrat

de voorraad

87

reichen

strekken

88

Kerzenständer

de kandelaar

89

Teelicht

het theelichtje

90

Kissenbezug

de kussenovertrek

91

Bierglas

HET bierfluitje

92

Frühstücksteller

HET ontbijtbord

93

Besteckset

HET bestekset

94

Berlin

Berlijn

95

kosten

kosten

96

bekommen

krijgen

97

Den Haushalt führen

HET huishouden doen

98

nachsehen, korrigieren

nakijken

99

Fehler

de fout

100

Hilfe

de hulp

101

Zusammenfassung

de samenvatting

102

Liste

de lijst

103

alle

alle

104

benötigen

nodig hebben

105

Wohnung

de flat

106

Erdgeschoss

DE begane grond

107

Etagenhaus

het flatgebouw

108

Toilette

HET toilet

109

Garten

de tuin

110

Doppelbett

het tweepersoonsbed

111

einrichten

inrichten

112

Wohnung

de woning

113

angeben

aangeven

114

Grundriss

de plattegrond

115

hinstellen, hinlegen

neerzetten

116

wohin

waarheen

117

merkwürdig, komisch

raar

118

Parkplatz

de parkeerplaats

119

zu vermieten

te huur