Asi Es 2 Palabras Modulo 6 p2 Flashcards Preview

Así Es 2 > Asi Es 2 Palabras Modulo 6 p2 > Flashcards

Flashcards in Asi Es 2 Palabras Modulo 6 p2 Deck (112):
1

rendabel

rentable

2

schade

el daño - el desperfecto - el mal

3

seks

el sexo

4

seksueel

sexual

5

soort

la especie - el tipo

6

spier

el músculo

7

sporenelement

el oligoelemento

8

statistiek

la estadística

9

strategie

la estrategia

10

suggereren

sugerir (ie - i)

11

suiker

el/la azúcar

12

supplement

el complemento

13

tabak

el tabaco

14

tegengaan

combatir

15

testosteron

la testosterona

16

theorie

la teoría

17

toenemen

acrecentarse (ie)

18

toevoegen

añadir

19

unaniem

unánime

20

vastleggen

fijar

21

verband houden met

estar relacionado - relacionada con

22

verband houdend (met)

relacionado - relacionada (con)

23

verdrinking

el ahogamiento

24

vergif

el tóxico

25

verlies

la pérdida

26

veroudering

el envejecimiento

27

verstikking

el ahogamiento

28

vet

la grasa

29

vettig

graso - grasa

30

vitamine

la vitamina

31

voeding

la nutrición

32

voedings

nutritivo - nutritiva

33

voldoende

suficiente

34

vondst

el hallazgo

35

voorbij (verder dan)

más allá de

36

voorstellen (uiteenzetten)

proponer - sugerir (ie - i)

37

voortdurend

a todas horas - constante

38

vrouwelijk

femenino - femenina

39

wetenschap

la ciencia

40

zelfmoord

el suicidio

41

aannemen

aceptar

42

aanvaarden

aceptar

43

amfetamines

las anfetaminas

44

behoren (tot)

pertenecer (a)

45

benauwdheid

el sofoco

46

blootstellen aan - zich

arriesgarse a

47

cijfer

la cifra

48

constateren

comprobar (ue)

49

door (vanwege)

a/por causa de

50

drug

la droga

51

drugsverslaving

la drogodependencia

52

ene na de andere

cada

53

extase

el éxtasis

54

geflipt

flipado - flipada

55

geit

la cabra

56

genoegen

el placer - el gusto

57

genot

el placer - el gusto

58

geval

el caso

59

hallucinatie

la alucinación

60

handdoek

la toalla

61

het leven erbij laten

dejarse el pellejo

62

hitteslag

el golpe de calor

63

hoofd bieden aan (het)

afrontar

64

houden (plaatsvinden)

celebrar

65

iemand

alguien

66

in aanmerking nemen

tener en cuenta

67

indien mogelijk

de ser posible

68

inspuiten

inyectar

69

intussen

mientras (tanto)

70

koorts

la fiebre - la calentura

71

lichaams-

corporal

72

liggen (achterover)

estar tumbado - tumbada

73

liggend

tendido - tendida

74

machteloosheid

la impotencia

75

megafuif

la macrofiesta

76

met voorbedachten rade doen

tenerlo premetidado

77

minderheid

la minoría

78

nat

mojado - mojada

79

neigen (tot)

tender (ie) (a)

80

ondertussen

mientras (tanto)

81

ongevaarlijk

inofensivo - inofensiva

82

onschadelijk

inofensivo - inofensiva

83

opkomen (in gedachte)

ocurrir a u.p.

84

oplossing (uitweg)

el remedio

85

overdosis

la sobredosis

86

patiënt

el/la paciente

87

pertinent

rotundamente

88

recent

reciente

89

regionaal

regional

90

rekening houden met

tener en cuenta

91

riskeren

arriesgarse

92

schijn

la apariencia

93

slopend

demoledor - demoledora

94

soort

la especie - el tipo

95

stuiptrekking

la convulsión

96

te wensen overlaten

dejar que desear

97

ten gevolge van

por causa de

98

type

el tipo

99

uitnodiging

la invitación

100

van tevoren

de antemano

101

vanwege

por causa de

102

vaststellen

comprobar (ue) - registrar

103

verhelpen

remediar

104

verschrikking

la barbaridad

105

vieren

celebrar

106

vooraf bedenken

premeditar

107

voorkomen (gebeuren)

darse el caso

108

voorstander

el partidario

109

voorstellen (uiteenzetten)

proponer - sugerir (ie - i)

110

wegens

a/por causa de

111

weigeren om te

negarse (ie) a + inf.

112

XTC

el éxtasis