Asi Es 2 Palabras Modulo 4 p2 Flashcards Preview

Así Es 2 > Asi Es 2 Palabras Modulo 4 p2 > Flashcards

Flashcards in Asi Es 2 Palabras Modulo 4 p2 Deck (179):
1

uitpraten

terminar de hablar

2

uitzenden op tv

dar

3

uitzetten

apagar

4

verbreden

ensanchar

5

verlichting (verbetering)

el alivio

6

voorstel

la propuesta

7

zachter zetten (geluid)

bajar

8

zenuwachtig maken

poner nervioso - poner nerviosa

9

zwammen

decir bobadas

10

zwetsen

decir bobadas

11

zwijgen

callar(se)

12

verzamelen

coleccionar, reunir

13

afspreken

quedar

14

agrarisch

agrario - agraria

15

betekenen

significar - suponer

16

bijwonen

asistir a

17

bombardement

el bombardeo

18

bundel

el fardo

19

Chileens

chileno - chilena

20

Chili

Chile

21

dakgoot

el canal

22

dans

el baile

23

dik worden

engordar

24

doorstaan (ondergaan)

sufrir

25

even veel als

tanto como

26

gekleed (in)

vestido - vestida (de)

27

geleidelijk ...

ir + gerundio

28

globalisering

la globalización

29

hamburger

la hamburguesa

30

helemaal

por completo

31

identiteit

la identidad

32

gewoonte

la costumbre - el hábito

33

invloed

el impacto - la influencia

34

dagelijks

a diario - cotidiano - cotidiana

35

kar

el carro - la carreta

36

wagen (kar)

el carro - la carreta

37

vergeten

olvidar - olvidarse (de)

38

boer

el campesino - el huaso (Z-Am.)

39

imiteren

imitar

40

inmiddels

ya

41

kleden - zich

vestirse (i)

42

korenschoof

la fardo de paja

43

landbouw-

agrario - agraria

44

Latijns-Amerikaans

latinoamericano - latinoamericana

45

lenen (uit)

prestar

46

menen

opinar

47

muziek

la música

48

noemen

nombrar

49

ondergaan

sufrir

50

onderwerp

tema m

51

opdat

para que + subj.

52

origineel

el original

53

overblijven

quedar

54

paard

el caballo

55

plaats

el lugar - el sitio

56

plattelands

campesino - campesina

57

plek

el sitio

58

rap (muziek)

rapero - rapera

59

regenpijp

el canal

60

rock

rockero - rockera

61

staan (van kleding)

quedar

62

tentoonstellen

exponer

63

tentoonstelling

la exhibición

64

thema

el tema

65

traditie

la tradición

66

uitlenen

prestar

67

veranderen (wisselen)

cambiar

68

verandering

el cambio - la transformación

69

vermelden

nombrar

70

vervangen

cambiar - sustituir (a)

71

volk (bevolking)

el pueblo

72

voorouders

los antepasados

73

wijziging

el cambio - la transformación

74

aan de lopende band

en cadena

75

aanpassen - zich

adaptarse

76

algeheel

global

77

Amazonegebied

la Amazonia

78

atmosfeer

la atmósfera

79

atmosferisch

atmosférico - atmosférica

80

bergachtig

montañoso - montañosa

81

besluiten (beëindigen)

concluir

82

bestaan uit

consistir en

83

betekenen

significar - suponer

84

bleek (kleur)

claro - clara

85

concluderen

concluir

86

concluderend

en conclusión

87

conclusie

la conclusión

88

decennium

la década

89

drastisch

drástico - drástica

90

duidelijk

claro - clara, obvio - obvia

91

enclave

el enclave

92

evenaar

el ecuador

93

eveneens

también - asimismo

94

expert

el experto

95

fauna

la fauna

96

flora

la flora

97

gas

el gas

98

gebied

la zona - el área

99

geleidelijk

progresivo - progresiva

100

getroffen

afectado - afectada

101

gevolgen (schadelijke) hebben voor

afectar

102

helder

claro - clara

103

hoog

alto - alta, elevado - elevada

104

ijsbeer

el oso polar

105

in de richting van

la en dirección

106

inhouden (bestaan in/uit)

consistir en

107

integendeel

al contrario

108

klimaat-

climático - climática

109

kortom

en conclusión

110

licht- (kleur)

claro - clara

111

maatregel

la medida

112

mentaliteit

la mentalidad

113

Noord-Amerikaans

norteamericano - norteamericana

114

noordpool-

ártico - ártica

115

oerwoud

la selva

116

onbekend

desconocido - desconocida

117

onbekende

la incógnita

118

ondervinden

experimentar

119

onderzoek

el estudio

120

onderzoeker

el investigador

121

ongeveer

unos - -as + telw., aproximadamente

122

ontstaan

surgir

123

ontwikkelen - zich

desarrollarse

124

oorsprong

el origen

125

opduiken

surgir

126

opwarming

el calentamiento

127

opzetten

elaborar

128

overlijden

fallecer - perecer

129

Peruaans

peruano - peruana

130

planeet

el planeta

131

plotseling

brusco - brusca

132

pool

el polo

133

proces

el proceso

134

radicaal

radical

135

regering

el gobierno

136

samenvatten

resumir

137

samenvattend

en resumen

138

schuilplaats

el refugio

139

slagen

lograr

140

specialist

el experto

141

sterven

morir (ue - u) - perecer

142

stijging

la subida

143

strook

la franja

144

studie

el estudio

145

tegen zijn

estar en contra

146

tegenwoordig (bijw.)

actualmente - hoy en día - en la actualidad

147

terwijl

mientras - a la vez que

148

thans

hoy en día - en la actualidad

149

tropen

el trópico

150

tropisch

tropical

151

uitstoot

la emisión

152

uitvoeren

realizar - elaborar

153

van mening zijn

ser de la opinión de

154

verandering

el cambio - la transformación

155

verhoging

el aumento - la subida

156

verkrijgen

lograr

157

verloop

el proceso

158

vermindering

la disminución

159

verplaatsing

el desplazamiento - el traslado

160

vervuilend

contaminante

161

verwachten

prever

162

verzachten

suavizarse

163

visie

la visión

164

volgens

según

165

voordoen - zich

surgir

166

voorspellen

pronosticar

167

voortbewegen - zich

avanzar

168

voorzien

prever

169

vrucht (fig.)

el fruto

170

warm

caliente, caluroso - calurosa, cálido - cálida

171

weersomstandigheden

las condiciones atmosféricas

172

wereldwijd

global

173

wetenschapper

el científico

174

wijziging

el cambio - la transformación

175

woestijn

el desierto

176

zacht worden

suavizarse

177

zeehond

la foca

178

zodanig dat

tal que

179

zodat

así que - de forma que